Arnhem en vluchtelingen

Tussen 1933 en het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 groeide de Joodse bevolking in Arnhem door de toestroom van vluchtelingen. Drie data zijn van belang:

  1. boycotdag op 1 april 1933. Het naziregime in Duitsland zag uitingen van jodenhaat graag gestructureerd uitgevoerd en had deze dag speciaal georganiseerd. Winkeliers, artsen, advocaten van Joodse huize werden gearresteerd, mishandeld en soms vermoord. Mannen van de SA en de SS bedreigden klanten, patiënten en cliënten, huizen werden besmeurd, geluidswagens en geschreeuw zweepten de mensen op en joegen angst aan.
  2. de Neurenbergerwetten werden op 15 september 1935 ingevoerd waardoor Duitse joden niet alleen in de praktijk maar ook wettelijk tweederangs burgers werden. Relaties tussen joden en niet-joden werd verboden.
  3. In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in Duitsland Joodse bezittingen geplunderd en synagogen in brand gestoken, de Kristallnacht. Na deze geweldsuitbarsting maakte geen enkele Duitse Jood zich nog illusies over zijn leven en toekomst in Duitsland.
Via de Rijn of station Zevenaar komen vluchtelingen in Arnhem aan. Joodse vluchtelingencomités, maar ook overheden, kerken en particulieren zetten zich in om de mensen te helpen en de vluchtelingenstroom te verwerken. Maar vooral ook te beperken. Het is te veel en de ernst van de situatie is niet te bevatten. De Arnhemsche Courant is qua toon en opstelling tegen links, maar walgt van rechts. De meeste Arnhemmers vinden Hitler beneden alle peil en er zijn maar weinig mensen, behalve leden van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) en andere fascistische partijtjes die sympathie opbrengen voor de nazipolitiek. Wat niet wil zeggen dat deze groeperingen antisemitisch zijn. Zij zijn vooral antidemocratisch.

Opperrabbijn Vredenburg voert intensief overleg met Joodse vluchtelingencomités. Er is altijd geld tekort. De vluchtelingen moeten in de regio worden gehuisvest of 'gedirigeerd' naar landen over zee waar de werkloosheid minder groot is. Behalve vragen op religieus gebied ontvangt hij brieven van wanhopige mensen uit binnen- en buitenland die hem smeken om hulp, en moet hij zich teweer stellen tegen Amsterdamse bestuurders die denken dat ze in Arnhem op hun handen zitten. Wanneer op 5 september 1938 koningin Wilhelmina haar veertigjarig regeringsjubileum viert, geeft de opperrabbijn aan deze gebeurtenis extra aandacht in de synagoge met de woorden 'O God. Spreid over Haar en Haar huis uw vredestent.'






© 2019 Laurens van Aggelen