menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Verantwoording bij de namen van omgekomen Joodse Arnhemmers (1940-1945)

In Arnhem woonden al generaties lang Joodse families. Namen van grote Joodse families, die al vóór 1813 in Arnhem woonden, waren bijvoorbeeld Bachrach, de Bruin, Cohen, van Duren, Gompertz , Heiman, Jacobs, Levie, Mendels, Mozes, Nathan, Prins, van Reens, Salomons, Vos en Wolff.

Later vestigden zich families als Beem, Boers, Bos, Broekman, Dormits, Koppel, Kruyer, Pels, Roos, de Leeuw, Mogendorff, Linnewiel, van Brink, Offenbach, Horowitz, Schoonhoed, Kellerman en Katz ( “Namen en bijnamen uit mijn jeugd in Joods Arnhem van vóór 1940”, Max Nathans). 

 

In de loop van de jaren dertig van de twintigste eeuw vestigden honderden Joodse vluchtelingen zich in de stad.


Historicus Cees Haverhoek, die rond het jaar 2000 in diverse archieven intensief onderzoek deed naar Joodse families in Arnhem, kwam tot de conclusie dat tussen 1935 en 1945 circa 2370 joden op enig moment in de stad verbleven. Zijn gegevens vormden wat Arnhem betreft de basis voor het digitaal monument van de Joodse gemeenschap in Nederland (www.joodsmonument.nl). Dit digitaal monument brengt de namen bijeen van alle Nederlandse joden -zover bekend- die omkwamen tijdens de Duitse bezetting.

In de namenlijst op deze website zijn ongeveer vijftienhonderd personen vermeld van wie bekend is dat zij in Arnhem woonden of korte of lange tijd in Arnhem verbleven, en die tijdens de bezetting zijn overleden. Zij kwamen om in de vernietigingskampen van Duitsland of Oost-Europa, door moord of door ziekte en uitputting.

 

In de namenlijst worden honderdtwintig joden genoemd die in Arnhem zijn overleden. Het was 'moeilijk in te schatten of iemand direct of indirect is overleden als gevolg van de vervolging en de oorlogsomstandigheden' (citaat uit de doelstelling van het Joods Monument). De meeste overleden bewoners van het Oudeliedenhuis op de Markt 5 zullen een natuurlijke dood zijn gestorven. Maar Betje en Ester Cohen en het bejaarde echtpaar Salinger stierven in 1940 door zelfdoding. Zij wilden bezetting en vervolging niet meemaken. Onduidelijk is hoe de omstandigheden waren waarin mevrouw De Bruin-Bachrach gewond raakte. In een politierapport van 12 oktober 1942 staat vermeld dat 'de Jodin Sybilla Bachrach' overleed in het ziekenhuis aan brandwonden, veroorzaakt door een kaars. Juist in de week daarvoor had de eerste grote deportatie vanuit Arnhem naar Westerbork plaats gevonden. Jacob Schaffit stierf aan een hartinfarct op het moment dat hij in de herfst van 1944 de Engelse bommenwerpers zag overvliegen. Bernard Kaufman overleed ook in Arnhem, in juli 1945. Hij maakte een einde aan zijn leven ná de 'bevrijding', toen bleek dat zijn zoon, schoondochter en hun pasgeboren zoontje -naar hem vernoemd- in Sobibor waren omgekomen. Ook hij is opgenomen in de lijst.

(foto Diaconessenhuis en Villa Marguerita links rond 1900; rechts Pauline Stichting)

 

Het adres Amsterdamseweg 1-3 wordt vaak vermeld in de namenlijst. Op deze plek is na de oorlog Sonsbeekzijde van Centraal station Arnhem gebouwd, maar daarvoor stond hier Villa Marguerita. Dr. S. Wolff, een KNO-arts uit Berlijn was er met een groep kinderen uit het gebombardeerde Rotterdam terecht gekomen. Wolff was directeur van het 'Jongenshuis', officieel het 'Voormalig Rotterdams kindertehuis'. Ongeveer tachtig jongens en meisjes waren er gehuisvest. Meestal waren zij met kindertransporten uit Duitsland en Oostenrijk naar Nederland gekomen. Na verloop van tijd woonden er ook een aantal bejaarde joodse Arnhemmers. De villa fungeerde korte tijd als 'Joods Ziekenhuis'.


(foto Amsterdamseweg situatie anno 2020)

Tussen maart en juli 1943 werden de deportaties naar Auschwitz tijdelijk gestaakt en werden met name Joden uit Nederland naar Sobibor vervoerd. 

Wanneer van iemand alleen het geboortejaar bekend is, wordt in de namenlijst de datum '01-01-jaar' vermeld.

Namen

Verantwoording bij de namen van omgekomen Joodse Arnhemmers (1940-1945)

In Arnhem woonden al generaties lang Joodse families. Namen van grote Joodse families, die al vóór 1813 in Arnhem woonden, waren bijvoorbeeld Bachrach, de Bruin, Cohen, van Duren, Gompertz , Heiman, Jacobs, Levie, Mendels, Mozes, Nathan, Prins, van Reens, Salomons, Vos en Wolff.

Later vestigden zich families als Beem, Boers, Bos, Broekman, Dormits, Koppel, Kruyer, Pels, Roos, de Leeuw, Mogendorff, Linnewiel, van Brink, Offenbach, Horowitz, Schoonhoed, Kellerman en Katz ( “Namen en bijnamen uit mijn jeugd in Joods Arnhem van vóór 1940”, Max Nathans). 

 

In de loop van de jaren dertig van de twintigste eeuw vestigden honderden Joodse vluchtelingen zich in de stad.


Historicus Cees Haverhoek, die rond het jaar 2000 in diverse archieven intensief onderzoek deed naar Joodse families in Arnhem, kwam tot de conclusie dat tussen 1935 en 1945 circa 2370 joden op enig moment in de stad verbleven. Zijn gegevens vormden wat Arnhem betreft de basis voor het digitaal monument van de Joodse gemeenschap in Nederland (www.joodsmonument.nl). Dit digitaal monument brengt de namen bijeen van alle Nederlandse joden -zover bekend- die omkwamen tijdens de Duitse bezetting.

In de namenlijst op deze website zijn ongeveer vijftienhonderd personen vermeld van wie bekend is dat zij in Arnhem woonden of korte of lange tijd in Arnhem verbleven, en die tijdens de bezetting zijn overleden. Zij kwamen om in de vernietigingskampen van Duitsland of Oost-Europa, door moord of door ziekte en uitputting.

 

In de namenlijst worden honderdtwintig joden genoemd die in Arnhem zijn overleden. Het was 'moeilijk in te schatten of iemand direct of indirect is overleden als gevolg van de vervolging en de oorlogsomstandigheden' (citaat uit de doelstelling van het Joods Monument). De meeste overleden bewoners van het Oudeliedenhuis op de Markt 5 zullen een natuurlijke dood zijn gestorven. Maar Betje en Ester Cohen en het bejaarde echtpaar Salinger stierven in 1940 door zelfdoding. Zij wilden bezetting en vervolging niet meemaken. Onduidelijk is hoe de omstandigheden waren waarin mevrouw De Bruin-Bachrach gewond raakte. In een politierapport van 12 oktober 1942 staat vermeld dat 'de Jodin Sybilla Bachrach' overleed in het ziekenhuis aan brandwonden, veroorzaakt door een kaars. Juist in de week daarvoor had de eerste grote deportatie vanuit Arnhem naar Westerbork plaats gevonden. Jacob Schaffit stierf aan een hartinfarct op het moment dat hij in de herfst van 1944 de Engelse bommenwerpers zag overvliegen. Bernard Kaufman overleed ook in Arnhem, in juli 1945. Hij maakte een einde aan zijn leven ná de 'bevrijding', toen bleek dat zijn zoon, schoondochter en hun pasgeboren zoontje -naar hem vernoemd- in Sobibor waren omgekomen. Ook hij is opgenomen in de lijst.

(foto Diaconessenhuis en Villa Marguerita links rond 1900; rechts Pauline Stichting)

 

Het adres Amsterdamseweg 1-3 wordt vaak vermeld in de namenlijst. Op deze plek is na de oorlog Sonsbeekzijde van Centraal station Arnhem gebouwd, maar daarvoor stond hier Villa Marguerita. Dr. S. Wolff, een KNO-arts uit Berlijn was er met een groep kinderen uit het gebombardeerde Rotterdam terecht gekomen. Wolff was directeur van het 'Jongenshuis', officieel het 'Voormalig Rotterdams kindertehuis'. Ongeveer tachtig jongens en meisjes waren er gehuisvest. Meestal waren zij met kindertransporten uit Duitsland en Oostenrijk naar Nederland gekomen. Na verloop van tijd woonden er ook een aantal bejaarde joodse Arnhemmers. De villa fungeerde korte tijd als 'Joods Ziekenhuis'.


(foto Amsterdamseweg situatie anno 2020)

Tussen maart en juli 1943 werden de deportaties naar Auschwitz tijdelijk gestaakt en werden met name Joden uit Nederland naar Sobibor vervoerd. 

Wanneer van iemand alleen het geboortejaar bekend is, wordt in de namenlijst de datum '01-01-jaar' vermeld.

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats