menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Elden: tekst informatiebord Palestina-pioniers

 

(Huize Voorburg Elden, foto Elden online)

Huize Voorburg, het huis aan de overkant van de weg, is vanaf 1936 eigendom van de Joodse firma Kahn en Co (gevestigd in Amsterdam) en dient als buitenverblijf voor de firmanten Kahn en Blum, die ook uit Duitsland gevluchte familieleden in het landhuis laten wonen. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verlaten de families het huis en staat het enige tijd leeg.

In maart 1941 wordt het huis in gebruik genomen als een zogenaamd Hachsjara tehuis, een huis waar Joodse jongeren (Palestina-pioniers) worden voorbereid op hun verblijf in Palestina. Er wonen 20 jongens en 14 meisjes, allemaal in de leeftijd van 17 en 18 jaar en 10 personeelsleden.

De jongens en meisjes worden op het land rondom Huize Voorburg opgeleid in de landbouw en veeteelt. Enkele jongeren werken bij boeren in de omgeving van Elden.

 

Op 3 oktober 1942 wordt Huize Voorburg omsingeld door de SS en de op dat moment aanwezige 38 bewoners worden afgevoerd naar kamp Westerbork. In kamp Westerbork komt een groot aantal van hen op een uitwisselingslijst te staan, wat betekent dat ze niet op transport zullen worden gezet. Ze krijgen een zogenaamd Palestinacertificaat om uitgeruild te worden tegen, door de Britten in Palestina geïnterneerde, Duitse burgers. 

Regelmatig worden gevangenen vanuit Westerbork op transport gesteld naar concentratiekampen. Op 14 september 1943 overkomt dit ook vijf leiders van de groep uit Elden. Twee van hen hebben de oorlog overleefd.

 

Op 11 januari 1944 worden 30 Eldense Palestina-pioniers, die op de uitwisselingslijst staan, naar Bergen-Belsen afgevoerd. Ze verblijven daar een paar maanden en op 30 juni 1944 vertrekt een groep van 222 personen, waaronder 7 Eldense Palestina-pioniers daadwerkelijk, via Wenen, naar Palestina.

Twee Eldense Palestina-pioniers zijn overgebracht naar Neuengamme en zijn daar vermoord. De rest blijft in Bergen-Belsen en wordt op 10 april 1945 per trein naar Theresienstadt in Tsjechië overgebracht. De trein komt echter niet verder dan het plaatsje Tröbitz, ongeveer 130 kilometer ten zuidoosten van Berlijn, waar ze op 23 april 1945 bevrijd worden door Russische troepen.

 

Ondanks het feit dat het merendeel van de Eldense Palestina-pioniers op de uitwisselingslijst staat, hebben 12 van hen de oorlog niet overleefd.

Ter nagedachtenis aan hen heeft de Historische Kring Elden deze gedenksteen geplaatst en op 3 oktober 2019 onthuld.

 

De Hebreeuwse tekst op de gedenksteen betekent: “Moge hun zielen gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven”.


Verhalen

Elden: tekst informatiebord Palestina-pioniers

 

(Huize Voorburg Elden, foto Elden online)

Huize Voorburg, het huis aan de overkant van de weg, is vanaf 1936 eigendom van de Joodse firma Kahn en Co (gevestigd in Amsterdam) en dient als buitenverblijf voor de firmanten Kahn en Blum, die ook uit Duitsland gevluchte familieleden in het landhuis laten wonen. Kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verlaten de families het huis en staat het enige tijd leeg.

In maart 1941 wordt het huis in gebruik genomen als een zogenaamd Hachsjara tehuis, een huis waar Joodse jongeren (Palestina-pioniers) worden voorbereid op hun verblijf in Palestina. Er wonen 20 jongens en 14 meisjes, allemaal in de leeftijd van 17 en 18 jaar en 10 personeelsleden.

De jongens en meisjes worden op het land rondom Huize Voorburg opgeleid in de landbouw en veeteelt. Enkele jongeren werken bij boeren in de omgeving van Elden.

 

Op 3 oktober 1942 wordt Huize Voorburg omsingeld door de SS en de op dat moment aanwezige 38 bewoners worden afgevoerd naar kamp Westerbork. In kamp Westerbork komt een groot aantal van hen op een uitwisselingslijst te staan, wat betekent dat ze niet op transport zullen worden gezet. Ze krijgen een zogenaamd Palestinacertificaat om uitgeruild te worden tegen, door de Britten in Palestina geïnterneerde, Duitse burgers. 

Regelmatig worden gevangenen vanuit Westerbork op transport gesteld naar concentratiekampen. Op 14 september 1943 overkomt dit ook vijf leiders van de groep uit Elden. Twee van hen hebben de oorlog overleefd.

 

Op 11 januari 1944 worden 30 Eldense Palestina-pioniers, die op de uitwisselingslijst staan, naar Bergen-Belsen afgevoerd. Ze verblijven daar een paar maanden en op 30 juni 1944 vertrekt een groep van 222 personen, waaronder 7 Eldense Palestina-pioniers daadwerkelijk, via Wenen, naar Palestina.

Twee Eldense Palestina-pioniers zijn overgebracht naar Neuengamme en zijn daar vermoord. De rest blijft in Bergen-Belsen en wordt op 10 april 1945 per trein naar Theresienstadt in Tsjechië overgebracht. De trein komt echter niet verder dan het plaatsje Tröbitz, ongeveer 130 kilometer ten zuidoosten van Berlijn, waar ze op 23 april 1945 bevrijd worden door Russische troepen.

 

Ondanks het feit dat het merendeel van de Eldense Palestina-pioniers op de uitwisselingslijst staat, hebben 12 van hen de oorlog niet overleefd.

Ter nagedachtenis aan hen heeft de Historische Kring Elden deze gedenksteen geplaatst en op 3 oktober 2019 onthuld.

 

De Hebreeuwse tekst op de gedenksteen betekent: “Moge hun zielen gebundeld worden in de bundel van het Eeuwige leven”.


 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats