menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Alijda Jacobs bevrijdde acht gevangenen uit Westerbork

Alijda Jacobs (1917-2005) is rond de twintig als de oorlog uitbreekt. Ze is verliefd op Simon Bachrach, een joodse jongen uit de Atjehstraat in Arnhem. Alijda woont bij haar ouders op de Alexanderstraat en werkt als dienstmeisje bij de familie Mogendorff in de Frombergdwarsstraat. Als niet-joodse kan ze daar op den duur niet langer in dienst blijven. Ze gaat zich met gevaar voor eigen leven inzetten voor Joodse onderduikers, onder wie haar verloofde Simon en diens familie. Onderduiken is altijd beter dan je overgeven, is haar vaste overtuiging. Ze raakt betrokken bij het verzet en krijgt te maken met onderduikadressen, vervalste persoonsbewijzen, voedselbonnen en koerierswerk.

(Alijda Jacobs op 21 jarige leeftijd © John Bachrach)

“Mijn moeder Alijda leerde ons dat je altijd keuzes kunt maken, en dat je ook achter je keuzes moet staan en niet als een schaap achter andere schapen moet aanlopen ”, vertelt zoon John Bachrach uit Westervoort 75 jaar later. “Ze was een krachtige vrouw, sociaal bewogen, zorgde voor gezinnen die het minder hadden en had een goede kijk op mensen. Het motto “wie één mens redt, redt de wereld” was haar op het lijf geschreven”.

De Bachrach’s
Simon Bachrach (1916-2011) is machinebankwerker en werkt vanaf 1936 bij de etikettenfabriek van de firma Mogendorff aan de Utrechtseweg. Hij heeft het vak geleerd in het weeshuis in Utrecht waar hij op zijn dertiende - na de vroege dood van zijn vader in 1929 - met zijn broer Maurits van elf terecht kwam. Simon is de enige die met de pas aangeschafte machines van de firma kan werken en wordt door de Verwalter verordonneerd reparaties te verrichten. Hij werkt zijn opvolger in en krijgt alsnog ontslag.
(Simon Bachrach 1939 in de etikettenfabriek Mogendorff Utrechtseweg © uit: De Stille slag, Margo Klijn)


Door de anti-joodse maatregelen van de bezetter wordt de situatie van de joodse Arnhemmers steeds penibeler en uiteindelijk levensbedreigend. Moeder Christina Bachrach-Eijsman (1884-1943) en dochter Annie (1924-1943) duiken met behulp van Alijda in Oosterbeek onder. Zij worden echter verraden, opgepakt en in april 1943 in Sobibor vermoord.

Werkkampen
Haar zonen Simon, Maurits (1917-1944) en Bennie (1921-1989) krijgen zoals alle joodse mannen in september 1942 een oproep om naar de werkkampen te gaan. Die zijn in de dertiger jaren bedoeld voor werklozen ('werkverruiming'). Je krijgt er tenminste nog loon en je kunt als Joodse Nederlander voorkomen dat je op transport wordt gezet. De mannen melden zich bij het station Arnhem, waar ambtenaren klaar staan om hen naar het werkkamp te begeleiden. Simon en Bennie komen terecht in werkkamp de Witte Paal in Friesland, Maurits in werkkamp Linde in Drenthe.

Naar Westerbork
De werkkampen blijken een val te zijn. Al enkele weken later, op 3 oktober 1942 worden de Joodse bewoners doorgestuurd naar het doorgangskamp Westerbork.

(Bericht van de Rijksdienst voor de Werkverruiming inspectie Friesland aan de burgemeester van Haskerland in Joure)

 


(schoolfoto Annie en Bennie Bachrach 1933 © John Bachrach)

Ontsnapping uit Westerbork

Simon en Bennie zien hun broer Maurits op 3 oktober in het kamp terug. Omdat die dag duizenden mannen vanuit de werkkampen Westerbork binnenkomen, is het kamp overvol. Ook arriveren hun families die - onder het mom van gezinshereniging - op 3 oktober 1942 vanuit hun woonplaats op de trein naar Westerbork zijn gezet. Persoonsbewijzen, geld en sieraden worden afgenomen. Dinsdags en vrijdags vertrekken de gevreesde transporten naar Polen. Alijda weet intussen dat Simon in Westerbork is. Zij reist vanuit Arnhem naar Hooghalen. Er gaan geregeld chauffeurs het kamp in en uit met materialen voor de barakkenbouw. Een van hen, Geurt Kreuze, legt op haar verzoek contact met Simon middels een foto van haar, het bewijs voor Simon dat Geurt te vertrouwen is. Simon wil ontsnappen als zijn broers ook gaan. Alijda gaat zelf op de vrachtwagen het kamp in “als nieuwe secretaresse, maar nog zonder papieren” en bespreekt bij het Ketelhuis met de broers het ontsnappingsplan. Simon zal als bijrijder van Geurt het kamp uitrijden als stucadoor met een pet en een overall die onder de kalk zit. Een paar dagen later slaagt het plan, hoewel bij de poort twee SS’ers willen meeliften. De twee gooien hun fietsen op de vrachtwagen en rijden niets vermoedend mee naar station Beilen. Alijda en Simon nemen de trein naar Arnhem en duiken onder in Duiven.

(kamp Westerbork najaar 1942 © 75 jaar vrijheid)

Nog meer ontsnappingen

Alijda gaat terug naar Westerbork, bang dat er spoedig nieuwe transporten zullen vertrekken. Maurits en Bennie lukt het zich daaraan te onttrekken en ontsnappen op dezelfde wijze als Simon. In Duiven treffen de broers elkaar weer. Alijda weet met de hulp van Geurt in totaal acht mensen te laten ontsnappen, onder wie verschillende echtparen en de Arnhemmer Nico Menko, vriend uit de tijd van Simons verblijf in het weeshuis in Utrecht.
Uiteindelijk gaat het mis, iemand in het kamp praat zijn mond voorbij en Geurt (1910-1945) wordt in november 1942 gearresteerd en opgesloten in het Huis van Bewaring in Assen, Hij wordt als strafgevangene geïnterneerd in de kampen Amersfoort (december 1942), Vught (januari 1943), Sachsenhausen (september 1944) en Bergen-Belsen. Hij sterft daar in de lente van 1945, 34 jaar oud. Hij laat zijn vrouw Geertje (1917-1997) en drie kinderen achter.


(Geurt Kreuze op zijn trouwdag 1935 © Yad Vashem)


Maurits doodgeschoten

Simon en Alijda zijn in Arnhem in de buurt van de Koepelgevangenis ondergedoken en doen verzetswerk. Eind 1943 duiken Simon en zijn broers Bennie en Maurits bij landbouwers onder in Schoonheten, een buurtschap bij Raalte. Niemand weet daar dat zij joods zijn, zelfs niet dat zij broers zijn. Zij werken voor de kost - net zoals andere onderduikers - ieder bij een andere boer. Simon heet Gerrit Salemink, de schuilnaam van Bennie is Chris Geensen en van Maurits weet niemand beter of hij Hendrik Bakker heet, zoals op zijn vervalste persoonsbewijs staat. In oktober 1944 is er een razzia. Simon en Bennie weten zich schuil te houden. Maurits rent naar de boerderij waar Simon ondergedoken zit. Deze ziet door het raam hoe Maurits door landwachters in het weiland doodgeschoten wordt. Hij kan niets uitrichten zonder zich zelf te verraden. Maurits wordt bij de boerderij begraven en later als Hendrik Bakker in Raalte herbegraven. In de officiële registers staat hij als Hendrik Bakker aangetekend. Het kost nog moeite om deze later te laten wijzigen in zijn echte naam: Mozes Bachrach. Na tragische dood van Maurits, blijven de broers Bennie en Simon tot na de bevrijding in Schoonheten.
(v.l.n.r. Bennie, Alijda en Maurits schillen aardappels op hun onderduikadres na de ontsnapping uit Westerbork © uit: Richard Woolderink, Raalte in oorlogstijd ’40-’45)

Na de oorlog

Simon en Alijda trouwen op 3 augustus 1945 in Arnhem, zij gaan wonen op de Johan de Wittlaan. Ze krijgen twee zonen Danny (1946-1981) en John (1948), en dochter Tineke (1953). De kinderen gaan naar de Hugo de Grootschool aan de Thorbeckestraat, “een fijne school met geweldige  leerkrachten, echte pedagogen”, volgens John Bachrach. Het is de periode van de wederopbouw, aanpakken en vooruitkijken is het devies. Maar bij de familie Bachrach is het gemis van de vermoorde familieleden groot en de oorlog nooit ver weg. “Mijn moeder wist veel namen van foute Arnhemmers, onder wie belangrijke zakenmensen. Soms wilde zij ons liever niet bij bepaalde families over de vloer zien komen”, herinnert John zich. De oorlogsverhalen en de namen Westerbork en Hooghalen zitten hem in het geheugen geklonken. “Mijn ouders zijn betrekkelijk oud geworden, mijn moeder overleed op 88 jarige leeftijd, de laatste jaren was zij ziek en zat in een rolstoel. Mijn vader is 95 jaar geworden, al liet ook zijn gezondheid de laatste jaren te wensen over. Zij kregen tot hun vreugde zes kleinkinderen en acht achterkleinkinderen”.

Onderscheiding

Alijda Jacobs kreeg voor haar verzetsdaden het Nederlands verzetsherdenkingskruis en de Israëlische Yad Vashem onderscheiding in 1982. De lezers van het blad Margriet onderscheidden haar met de zilveren Margriet. Geurt Kreuze kreeg de Israëlische Yad Vashem onderscheiding in 2005.


Straatnaam
In de Arnhemse gemeenteraad is discussie over straatnamen. Moeten straten naar bekende Arnhemmers genoemd worden, naar wereldwijde strijders tegen onrecht of naar Arnhemse verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog?
“De generatie van verzetshelden sterft uit. Het zou mooi zijn als er in Arnhem een plein of straatnaam naar mijn moeder Alijda vernoemd zou worden. Gezien haar gedurfd en onvermoeibaar verzetswerk in de oorlog verdient ze dat ten volle. Het zou een Arnhems eerbetoon aan haar en haar generatie zijn”, aldus John Bachrach.

Peter Jetten

 

Herinneringsplek

Dit artikel verscheen ook in de wijkkrant 'Langs Rijn & Rails' van Arnhem-West van september 2021. Tevens werd een oproep geplaatst om mee te denken over een herinneringsplek voor Alijda Jacobs in Lombok, de wijk waar zij opgroeide.

 

Reacties

Op het verhaal van Alijda Jacobs kwamen verschillende reacties. Lees hier de reacties.

 
Noten
Over het aantal ontsnappingen uit Westerbork, waarbij Alijda Jacobs en Geurt Kreuze betrokken waren, verschillen de bronnen. Wij hebben het getal acht aangehouden, het aantal dat Simon Bachrach noemt in het artikel “Hendrik Bakker op de vlucht neergeschoten”.

 

Verwijzing
"Zo trots op deze Arnhemse heldin"
Filmimpressie door Olivia van Eck in het kader van het holocaust project van leerlingen van het Thomas a Kempis College in 2019. Klik hier.


Dit artikel over Alijda Jacobs is ook te lezen op de website van Traces of War. Klik hier.

Bronnen
Hendrik Bakker op de vlucht neergeschoten pagina 106 e.v. uit: Richard Woolderink, Raalte in oorlogstijd ’40-’45, Doetinchem 1986, eerste druk

Margo Klijn, de Stille slag, Joodse Arnhemmers 1933-1945. Arnhem 2014, tweede druk


Dirk Mulder en Ben Prinsen, Kinderen in kamp Westerbork, Assen 1994


Werkkamp Linde op joodsewerkkampen.nl

Werkkamp de Witte Paal op joodsewerkkampen.nl

Gesprekken en correspondentie van Peter Jetten met John Bachrach (mei 2021)

Verhalen

Alijda Jacobs bevrijdde acht gevangenen uit Westerbork

Alijda Jacobs (1917-2005) is rond de twintig als de oorlog uitbreekt. Ze is verliefd op Simon Bachrach, een joodse jongen uit de Atjehstraat in Arnhem. Alijda woont bij haar ouders op de Alexanderstraat en werkt als dienstmeisje bij de familie Mogendorff in de Frombergdwarsstraat. Als niet-joodse kan ze daar op den duur niet langer in dienst blijven. Ze gaat zich met gevaar voor eigen leven inzetten voor Joodse onderduikers, onder wie haar verloofde Simon en diens familie. Onderduiken is altijd beter dan je overgeven, is haar vaste overtuiging. Ze raakt betrokken bij het verzet en krijgt te maken met onderduikadressen, vervalste persoonsbewijzen, voedselbonnen en koerierswerk.

(Alijda Jacobs op 21 jarige leeftijd © John Bachrach)

“Mijn moeder Alijda leerde ons dat je altijd keuzes kunt maken, en dat je ook achter je keuzes moet staan en niet als een schaap achter andere schapen moet aanlopen ”, vertelt zoon John Bachrach uit Westervoort 75 jaar later. “Ze was een krachtige vrouw, sociaal bewogen, zorgde voor gezinnen die het minder hadden en had een goede kijk op mensen. Het motto “wie één mens redt, redt de wereld” was haar op het lijf geschreven”.

De Bachrach’s
Simon Bachrach (1916-2011) is machinebankwerker en werkt vanaf 1936 bij de etikettenfabriek van de firma Mogendorff aan de Utrechtseweg. Hij heeft het vak geleerd in het weeshuis in Utrecht waar hij op zijn dertiende - na de vroege dood van zijn vader in 1929 - met zijn broer Maurits van elf terecht kwam. Simon is de enige die met de pas aangeschafte machines van de firma kan werken en wordt door de Verwalter verordonneerd reparaties te verrichten. Hij werkt zijn opvolger in en krijgt alsnog ontslag.
(Simon Bachrach 1939 in de etikettenfabriek Mogendorff Utrechtseweg © uit: De Stille slag, Margo Klijn)


Door de anti-joodse maatregelen van de bezetter wordt de situatie van de joodse Arnhemmers steeds penibeler en uiteindelijk levensbedreigend. Moeder Christina Bachrach-Eijsman (1884-1943) en dochter Annie (1924-1943) duiken met behulp van Alijda in Oosterbeek onder. Zij worden echter verraden, opgepakt en in april 1943 in Sobibor vermoord.

Werkkampen
Haar zonen Simon, Maurits (1917-1944) en Bennie (1921-1989) krijgen zoals alle joodse mannen in september 1942 een oproep om naar de werkkampen te gaan. Die zijn in de dertiger jaren bedoeld voor werklozen ('werkverruiming'). Je krijgt er tenminste nog loon en je kunt als Joodse Nederlander voorkomen dat je op transport wordt gezet. De mannen melden zich bij het station Arnhem, waar ambtenaren klaar staan om hen naar het werkkamp te begeleiden. Simon en Bennie komen terecht in werkkamp de Witte Paal in Friesland, Maurits in werkkamp Linde in Drenthe.

Naar Westerbork
De werkkampen blijken een val te zijn. Al enkele weken later, op 3 oktober 1942 worden de Joodse bewoners doorgestuurd naar het doorgangskamp Westerbork.

(Bericht van de Rijksdienst voor de Werkverruiming inspectie Friesland aan de burgemeester van Haskerland in Joure)

 


(schoolfoto Annie en Bennie Bachrach 1933 © John Bachrach)

Ontsnapping uit Westerbork

Simon en Bennie zien hun broer Maurits op 3 oktober in het kamp terug. Omdat die dag duizenden mannen vanuit de werkkampen Westerbork binnenkomen, is het kamp overvol. Ook arriveren hun families die - onder het mom van gezinshereniging - op 3 oktober 1942 vanuit hun woonplaats op de trein naar Westerbork zijn gezet. Persoonsbewijzen, geld en sieraden worden afgenomen. Dinsdags en vrijdags vertrekken de gevreesde transporten naar Polen. Alijda weet intussen dat Simon in Westerbork is. Zij reist vanuit Arnhem naar Hooghalen. Er gaan geregeld chauffeurs het kamp in en uit met materialen voor de barakkenbouw. Een van hen, Geurt Kreuze, legt op haar verzoek contact met Simon middels een foto van haar, het bewijs voor Simon dat Geurt te vertrouwen is. Simon wil ontsnappen als zijn broers ook gaan. Alijda gaat zelf op de vrachtwagen het kamp in “als nieuwe secretaresse, maar nog zonder papieren” en bespreekt bij het Ketelhuis met de broers het ontsnappingsplan. Simon zal als bijrijder van Geurt het kamp uitrijden als stucadoor met een pet en een overall die onder de kalk zit. Een paar dagen later slaagt het plan, hoewel bij de poort twee SS’ers willen meeliften. De twee gooien hun fietsen op de vrachtwagen en rijden niets vermoedend mee naar station Beilen. Alijda en Simon nemen de trein naar Arnhem en duiken onder in Duiven.

(kamp Westerbork najaar 1942 © 75 jaar vrijheid)

Nog meer ontsnappingen

Alijda gaat terug naar Westerbork, bang dat er spoedig nieuwe transporten zullen vertrekken. Maurits en Bennie lukt het zich daaraan te onttrekken en ontsnappen op dezelfde wijze als Simon. In Duiven treffen de broers elkaar weer. Alijda weet met de hulp van Geurt in totaal acht mensen te laten ontsnappen, onder wie verschillende echtparen en de Arnhemmer Nico Menko, vriend uit de tijd van Simons verblijf in het weeshuis in Utrecht.
Uiteindelijk gaat het mis, iemand in het kamp praat zijn mond voorbij en Geurt (1910-1945) wordt in november 1942 gearresteerd en opgesloten in het Huis van Bewaring in Assen, Hij wordt als strafgevangene geïnterneerd in de kampen Amersfoort (december 1942), Vught (januari 1943), Sachsenhausen (september 1944) en Bergen-Belsen. Hij sterft daar in de lente van 1945, 34 jaar oud. Hij laat zijn vrouw Geertje (1917-1997) en drie kinderen achter.


(Geurt Kreuze op zijn trouwdag 1935 © Yad Vashem)


Maurits doodgeschoten

Simon en Alijda zijn in Arnhem in de buurt van de Koepelgevangenis ondergedoken en doen verzetswerk. Eind 1943 duiken Simon en zijn broers Bennie en Maurits bij landbouwers onder in Schoonheten, een buurtschap bij Raalte. Niemand weet daar dat zij joods zijn, zelfs niet dat zij broers zijn. Zij werken voor de kost - net zoals andere onderduikers - ieder bij een andere boer. Simon heet Gerrit Salemink, de schuilnaam van Bennie is Chris Geensen en van Maurits weet niemand beter of hij Hendrik Bakker heet, zoals op zijn vervalste persoonsbewijs staat. In oktober 1944 is er een razzia. Simon en Bennie weten zich schuil te houden. Maurits rent naar de boerderij waar Simon ondergedoken zit. Deze ziet door het raam hoe Maurits door landwachters in het weiland doodgeschoten wordt. Hij kan niets uitrichten zonder zich zelf te verraden. Maurits wordt bij de boerderij begraven en later als Hendrik Bakker in Raalte herbegraven. In de officiële registers staat hij als Hendrik Bakker aangetekend. Het kost nog moeite om deze later te laten wijzigen in zijn echte naam: Mozes Bachrach. Na tragische dood van Maurits, blijven de broers Bennie en Simon tot na de bevrijding in Schoonheten.
(v.l.n.r. Bennie, Alijda en Maurits schillen aardappels op hun onderduikadres na de ontsnapping uit Westerbork © uit: Richard Woolderink, Raalte in oorlogstijd ’40-’45)

Na de oorlog

Simon en Alijda trouwen op 3 augustus 1945 in Arnhem, zij gaan wonen op de Johan de Wittlaan. Ze krijgen twee zonen Danny (1946-1981) en John (1948), en dochter Tineke (1953). De kinderen gaan naar de Hugo de Grootschool aan de Thorbeckestraat, “een fijne school met geweldige  leerkrachten, echte pedagogen”, volgens John Bachrach. Het is de periode van de wederopbouw, aanpakken en vooruitkijken is het devies. Maar bij de familie Bachrach is het gemis van de vermoorde familieleden groot en de oorlog nooit ver weg. “Mijn moeder wist veel namen van foute Arnhemmers, onder wie belangrijke zakenmensen. Soms wilde zij ons liever niet bij bepaalde families over de vloer zien komen”, herinnert John zich. De oorlogsverhalen en de namen Westerbork en Hooghalen zitten hem in het geheugen geklonken. “Mijn ouders zijn betrekkelijk oud geworden, mijn moeder overleed op 88 jarige leeftijd, de laatste jaren was zij ziek en zat in een rolstoel. Mijn vader is 95 jaar geworden, al liet ook zijn gezondheid de laatste jaren te wensen over. Zij kregen tot hun vreugde zes kleinkinderen en acht achterkleinkinderen”.

Onderscheiding

Alijda Jacobs kreeg voor haar verzetsdaden het Nederlands verzetsherdenkingskruis en de Israëlische Yad Vashem onderscheiding in 1982. De lezers van het blad Margriet onderscheidden haar met de zilveren Margriet. Geurt Kreuze kreeg de Israëlische Yad Vashem onderscheiding in 2005.


Straatnaam
In de Arnhemse gemeenteraad is discussie over straatnamen. Moeten straten naar bekende Arnhemmers genoemd worden, naar wereldwijde strijders tegen onrecht of naar Arnhemse verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog?
“De generatie van verzetshelden sterft uit. Het zou mooi zijn als er in Arnhem een plein of straatnaam naar mijn moeder Alijda vernoemd zou worden. Gezien haar gedurfd en onvermoeibaar verzetswerk in de oorlog verdient ze dat ten volle. Het zou een Arnhems eerbetoon aan haar en haar generatie zijn”, aldus John Bachrach.

Peter Jetten

 

Herinneringsplek

Dit artikel verscheen ook in de wijkkrant 'Langs Rijn & Rails' van Arnhem-West van september 2021. Tevens werd een oproep geplaatst om mee te denken over een herinneringsplek voor Alijda Jacobs in Lombok, de wijk waar zij opgroeide.

 

Reacties

Op het verhaal van Alijda Jacobs kwamen verschillende reacties. Lees hier de reacties.

 
Noten
Over het aantal ontsnappingen uit Westerbork, waarbij Alijda Jacobs en Geurt Kreuze betrokken waren, verschillen de bronnen. Wij hebben het getal acht aangehouden, het aantal dat Simon Bachrach noemt in het artikel “Hendrik Bakker op de vlucht neergeschoten”.

 

Verwijzing
"Zo trots op deze Arnhemse heldin"
Filmimpressie door Olivia van Eck in het kader van het holocaust project van leerlingen van het Thomas a Kempis College in 2019. Klik hier.


Dit artikel over Alijda Jacobs is ook te lezen op de website van Traces of War. Klik hier.

Bronnen
Hendrik Bakker op de vlucht neergeschoten pagina 106 e.v. uit: Richard Woolderink, Raalte in oorlogstijd ’40-’45, Doetinchem 1986, eerste druk

Margo Klijn, de Stille slag, Joodse Arnhemmers 1933-1945. Arnhem 2014, tweede druk


Dirk Mulder en Ben Prinsen, Kinderen in kamp Westerbork, Assen 1994


Werkkamp Linde op joodsewerkkampen.nl

Werkkamp de Witte Paal op joodsewerkkampen.nl

Gesprekken en correspondentie van Peter Jetten met John Bachrach (mei 2021)

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats