menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Familie de Bruin uit Arnhem

Wie was Nathan de Bruin, die begraven ligt op de kleine Joodse begraafplaats ‘de Sandberg’ in Arnhem? Op verzoek van de redactie schreef Daniël van den Bos een artikel over de Joodse familie de Bruin uit Arnhem. 

 

Op 7 november 1812 kondigt koopman Nathan Levi in het Staatkundig Dagblad van het Departement van den Boven-IJssel - zowel in het Nederlands als in het Frans - aan, dat hij op bevel van Keizer Napoleon de naam van Nathan de Bruin is gaan voeren.

(Staatkundig Dagblad van het Departement van den Boven-IJssel 11 Januari 1812)


Zijn vader Levy Nathan heeft deze verandering niet mee kunnen maken: rond de eeuwwisseling is hij gestorven. Levy was een van de oprichters van de Joodse gemeente en maakte deel uit van het bestuur. Hij had weliswaar toestemming om in Arnhem te wonen (poortrecht), maar burger heeft hij nooit mogen worden. Ook al is er sinds 1798 een Staatsregeling, die gelijke behandeling van alle burgers garandeert, de Joden van Arnhem moeten wachten tot ze in het jaar 1804 tot het burgerschap toegelaten worden. Nathan en zijn zoon Abraham maken onmiddellijk van deze mogelijkheid gebruik.

Net als Levy wordt Nathan bestuurder van de Joodse gemeente en ook zijn zoon Abraham en ten slotte ook zijn kleinzoon Herman treden in hun voetsporen. Nathan de Bruin overlijdt in 1827 en wordt begraven op het kleine begraafplaatsje aan de Utrechtseweg ‘de Sandberg’. Wie tegenover het huidige Montessori College Arnhem een steil trapje afdaalt, staat onderaan oog in oog met Nathans grafsteen.


Joodse begraafplaats ‘De Sandberg’ met links vooraan de grafsteen van Nathan de Bruin (foto D. van den Bos)

Grafsteen Nathan de Bruin (foto Stichting het Stenen Archief) 

Abraham de Bruin bekleedt in het kerkbestuur o.a. de functies penningmeester en ouderling. Als zodanig vergadert hij mee over de bouw van de synagoge aan de Pastoorsteeg. Ter gelegenheid van de feestelijke opening in 1853 laat hij zijn portret schilderen.

 

Abraham de Bruin 1853 (foto D. van den Bos)


Synagoge aan de Pastoorstraat, voorheen Pastoorsteeg (foto D. van den Bos) 

Abrahams enige zoon Herman overlijdt kinderloos, zodat binnen de familie de naam de Bruin uitsterft. Hermans zussen trouwen, verlaten Arnhem en krijgen kinderen met achternamen als Meijers, Cantor, Van Straaten en Kalker.

Uiteindelijk telt het nageslacht van Nathan de Bruin meer dan 500 personen. De meesten leiden een onopvallend leven, maar er zijn er ook die op de voorgrond treden. Om er maar een paar te noemen: textielfabrikant Max van Dam, zijn zwager: communist en pianist Jaap Wiesebron, violiste Diana Steiner, rechter Albert Leydesdorff, zijn zus: directrice van een kindertehuis Selma Leijdesdorff, schrijfster en mede oprichtster van Amnesty International Nederland: Elka Schrijver, uroloog Arnold Rodrigues Pereira, rabbijn Robert Meyers en diens kleinzoon Jean Pierre Meyers, president directeur van L’Oréal.

Nathans nazaten zetten zich volop in voor de samenleving, waarvan zij deel uitmaken in Nederland, België, Frankrijk, Verenigde Staten, Nederlands Indië, Argentinië, Palestina/Israël en Suriname. Zij beschouwen zichzelf allereerst als burgers van het land waarin zij wonen en hoogstens secundair als Joden.

Hun medeburgers zien dat vaak anders. Het antisemitisme is altijd verholen of onverholen aanwezig. Vanaf 1880 neemt de dreiging her en der in Europa toe. De Joodse gemeenschap ziet dit met zorg aan. Zij wordt geconfronteerd met het feit dat velen om haar heen de Joden zien als probleem, als ‘questie’, als vraagstuk. De Joden mogen zelf meedenken over de ‘oplossing’. Het Zionisme als beweging ontstaat.

In de jaren 30 escaleren de problemen als Hitler de macht grijpt in Duitsland. Na de bezetting van bijna heel Europa door de nazi’s worden de Joden stap voor stap geïsoleerd, van hun rechten beroofd en uiteindelijk wordt een derde van de gemeenschap, grotendeels op industriële wijze, vermoord in concentratiekampen. De overheden van de diverse landen kijken toe of werken mee aan het verwijderen van hun Joodse medeburgers uit hun midden.

Onze premier Mark Rutte biedt hiervoor in januari 2020 namens de Nederlandse regering zijn excuses aan.

Na het vertrek van Herman de Bruin uit Arnhem in 1869 duurt het tot 1917 voordat een familielid zich weer in de Gelderse hoofdstad vestigt: Simon Kan. Zijn dochter Carolina komt met haar gezin bij hem wonen en verzorgt hem tot zijn dood.

In 1936 trouwt in Arnhem op het stadhuis en daarna in de synagoge Simons kleinzoon Max Heijmans met Bertha Salomons. Hun huwelijksgetuigen zijn Bertha’s nicht Marianne de Leeuwe en haar man Andries de Swarte. Dit zijn musici, die resp. piano en cello spelen bij de ‘Arnhemsche Orkest Vereeniging’, de voorloper van ‘Het Gelders Orkest’.

Arnhemse Courant, vrijdag 23 augustus 1940

Zij blijven in Arnhem zich inzetten voor de muziek en wonen met hun kinderen Louis en Vrouwtje aan de Sonsbeeksingel 51.
Het bruidspaar emigreert naar Palestina en richt daar met andere pioniers de kibboets Kfar Jedidja op. Hun kinderen worden daar geboren: Zvi (1938), Dan (1943) en Tirtsa (1948).

Het wordt oorlog.

Andries, Marianne, Louis en Vrouwtje de Swarte worden in 1943 vermoord in Sobibor (1).

Na de oorlog komen Max en Bertha naar Nederland om steun te werven voor de Joodse staat in oprichting. Dan horen ze van de dood van hun familie, en dat ook Bertha’s vader, broer en schoonzus zijn omgebracht.

Hun zoon Dan Heijmans (1943) is danser van beroep. Als homoseksueel voelt hij zich niet thuis in de Israëlische samenleving en vestigt zich in Nederland. Daar geeft hij dansles, richt een opleiding op voor bewegingsexpressie en specialiseert zich in psychomotortherapie gericht op kinderen met trauma’s.


Zijn neef, een zoon van zijn broer Zvi, Tomer is zeer gesteld op zijn oom en ziet hem als zijn creatieve voorbeeld, zeker nadat hijzelf ook uit de kast gekomen is.

Dan Heijmans keert terug naar Israël, besluit dat hij geen 50 jaar oud wil worden en pleegt zelfmoord. Hij wordt gevonden door Tomer en zijn tweelingbroer Erez.

Jaren later krijgt Tomer krijgt een relatie met de Duitse danser Andreas Merk. Daarna wordt hij benaderd door een vriendin die een kind van en met hem wil. Het wordt een tweeling en de oudste noemen ze Dan.

Dit is maar één van de vele verhalen over deze familie, die door de auteur in het boek ‘Gezagsgetrouwe Vredelievende Belastingbetalende Medeburgers’ zijn opgetekend (2).

Als de familiekroniek op 27 oktober 2019 wordt gepresenteerd in de Arnhemse synagoge, zijn vele nazaten van Nathan present. Uit o.a. Parijs, Tel Aviv, Enschede, Amsterdam komen ze. Zij voelen het als een thuiskomen bij elkaar en in dit gebouw, dat mede door hun vader Abraham werd mogelijk gemaakt. En ze zijn blij, dat zowel de verhalen van de overlevenden als die van de gestorvenen bewaard worden.

Indrukwekkend in het bijzonder is dat het Kol Nidrei van Max Bruch wordt gespeeld door de oude buurjongen van de auteur, Joan Berkhemer (piano) en zijn echtgenote Nadia David (cello), waarbij de aanwezigen kan worden verteld, dat Joans moeder een nicht was van Andries de Swarte, die dit stuk in de jaren 30 van de vorige eeuw diverse malen ten gehore heeft gebracht.

Bij Musis Sacrum, Andries de Swarte met sigaar (foto collectie J.Sauer)

Presentatie familiekroniek 2019, Synagoge Arnhem met Joan Berkhemer en Nadia David (foto D. van den Bos)

Daniël van den Bos

 

Over de auteur
Daniël van den Bos (1952) studeerde Rechten in Utrecht en was als docent recht verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is auteur van o.a. De Binding, Baggergoud en Weerloos.

 

Noten
(1) Over Andries en Marianne de Swarte-de Leeuwe schreef Margo Klijn het verhaal ‘Andries en Marianne, twee musici’. Zie https://sintmartensonsbeek.nl/digitaal-monument/?id=36&m=82

(2) Daniël van den Bos, ‘Gezagsgetrouwe Vredelievende Belastingbetalende Medeburgers’, uitgeverij Aspekt B.V., 1e druk 2019, 474 pg.

Verhalen

Familie de Bruin uit Arnhem

Wie was Nathan de Bruin, die begraven ligt op de kleine Joodse begraafplaats ‘de Sandberg’ in Arnhem? Op verzoek van de redactie schreef Daniël van den Bos een artikel over de Joodse familie de Bruin uit Arnhem. 

 

Op 7 november 1812 kondigt koopman Nathan Levi in het Staatkundig Dagblad van het Departement van den Boven-IJssel - zowel in het Nederlands als in het Frans - aan, dat hij op bevel van Keizer Napoleon de naam van Nathan de Bruin is gaan voeren.

(Staatkundig Dagblad van het Departement van den Boven-IJssel 11 Januari 1812)


Zijn vader Levy Nathan heeft deze verandering niet mee kunnen maken: rond de eeuwwisseling is hij gestorven. Levy was een van de oprichters van de Joodse gemeente en maakte deel uit van het bestuur. Hij had weliswaar toestemming om in Arnhem te wonen (poortrecht), maar burger heeft hij nooit mogen worden. Ook al is er sinds 1798 een Staatsregeling, die gelijke behandeling van alle burgers garandeert, de Joden van Arnhem moeten wachten tot ze in het jaar 1804 tot het burgerschap toegelaten worden. Nathan en zijn zoon Abraham maken onmiddellijk van deze mogelijkheid gebruik.

Net als Levy wordt Nathan bestuurder van de Joodse gemeente en ook zijn zoon Abraham en ten slotte ook zijn kleinzoon Herman treden in hun voetsporen. Nathan de Bruin overlijdt in 1827 en wordt begraven op het kleine begraafplaatsje aan de Utrechtseweg ‘de Sandberg’. Wie tegenover het huidige Montessori College Arnhem een steil trapje afdaalt, staat onderaan oog in oog met Nathans grafsteen.


Joodse begraafplaats ‘De Sandberg’ met links vooraan de grafsteen van Nathan de Bruin (foto D. van den Bos)

Grafsteen Nathan de Bruin (foto Stichting het Stenen Archief) 

Abraham de Bruin bekleedt in het kerkbestuur o.a. de functies penningmeester en ouderling. Als zodanig vergadert hij mee over de bouw van de synagoge aan de Pastoorsteeg. Ter gelegenheid van de feestelijke opening in 1853 laat hij zijn portret schilderen.

 

Abraham de Bruin 1853 (foto D. van den Bos)


Synagoge aan de Pastoorstraat, voorheen Pastoorsteeg (foto D. van den Bos) 

Abrahams enige zoon Herman overlijdt kinderloos, zodat binnen de familie de naam de Bruin uitsterft. Hermans zussen trouwen, verlaten Arnhem en krijgen kinderen met achternamen als Meijers, Cantor, Van Straaten en Kalker.

Uiteindelijk telt het nageslacht van Nathan de Bruin meer dan 500 personen. De meesten leiden een onopvallend leven, maar er zijn er ook die op de voorgrond treden. Om er maar een paar te noemen: textielfabrikant Max van Dam, zijn zwager: communist en pianist Jaap Wiesebron, violiste Diana Steiner, rechter Albert Leydesdorff, zijn zus: directrice van een kindertehuis Selma Leijdesdorff, schrijfster en mede oprichtster van Amnesty International Nederland: Elka Schrijver, uroloog Arnold Rodrigues Pereira, rabbijn Robert Meyers en diens kleinzoon Jean Pierre Meyers, president directeur van L’Oréal.

Nathans nazaten zetten zich volop in voor de samenleving, waarvan zij deel uitmaken in Nederland, België, Frankrijk, Verenigde Staten, Nederlands Indië, Argentinië, Palestina/Israël en Suriname. Zij beschouwen zichzelf allereerst als burgers van het land waarin zij wonen en hoogstens secundair als Joden.

Hun medeburgers zien dat vaak anders. Het antisemitisme is altijd verholen of onverholen aanwezig. Vanaf 1880 neemt de dreiging her en der in Europa toe. De Joodse gemeenschap ziet dit met zorg aan. Zij wordt geconfronteerd met het feit dat velen om haar heen de Joden zien als probleem, als ‘questie’, als vraagstuk. De Joden mogen zelf meedenken over de ‘oplossing’. Het Zionisme als beweging ontstaat.

In de jaren 30 escaleren de problemen als Hitler de macht grijpt in Duitsland. Na de bezetting van bijna heel Europa door de nazi’s worden de Joden stap voor stap geïsoleerd, van hun rechten beroofd en uiteindelijk wordt een derde van de gemeenschap, grotendeels op industriële wijze, vermoord in concentratiekampen. De overheden van de diverse landen kijken toe of werken mee aan het verwijderen van hun Joodse medeburgers uit hun midden.

Onze premier Mark Rutte biedt hiervoor in januari 2020 namens de Nederlandse regering zijn excuses aan.

Na het vertrek van Herman de Bruin uit Arnhem in 1869 duurt het tot 1917 voordat een familielid zich weer in de Gelderse hoofdstad vestigt: Simon Kan. Zijn dochter Carolina komt met haar gezin bij hem wonen en verzorgt hem tot zijn dood.

In 1936 trouwt in Arnhem op het stadhuis en daarna in de synagoge Simons kleinzoon Max Heijmans met Bertha Salomons. Hun huwelijksgetuigen zijn Bertha’s nicht Marianne de Leeuwe en haar man Andries de Swarte. Dit zijn musici, die resp. piano en cello spelen bij de ‘Arnhemsche Orkest Vereeniging’, de voorloper van ‘Het Gelders Orkest’.

Arnhemse Courant, vrijdag 23 augustus 1940

Zij blijven in Arnhem zich inzetten voor de muziek en wonen met hun kinderen Louis en Vrouwtje aan de Sonsbeeksingel 51.
Het bruidspaar emigreert naar Palestina en richt daar met andere pioniers de kibboets Kfar Jedidja op. Hun kinderen worden daar geboren: Zvi (1938), Dan (1943) en Tirtsa (1948).

Het wordt oorlog.

Andries, Marianne, Louis en Vrouwtje de Swarte worden in 1943 vermoord in Sobibor (1).

Na de oorlog komen Max en Bertha naar Nederland om steun te werven voor de Joodse staat in oprichting. Dan horen ze van de dood van hun familie, en dat ook Bertha’s vader, broer en schoonzus zijn omgebracht.

Hun zoon Dan Heijmans (1943) is danser van beroep. Als homoseksueel voelt hij zich niet thuis in de Israëlische samenleving en vestigt zich in Nederland. Daar geeft hij dansles, richt een opleiding op voor bewegingsexpressie en specialiseert zich in psychomotortherapie gericht op kinderen met trauma’s.


Zijn neef, een zoon van zijn broer Zvi, Tomer is zeer gesteld op zijn oom en ziet hem als zijn creatieve voorbeeld, zeker nadat hijzelf ook uit de kast gekomen is.

Dan Heijmans keert terug naar Israël, besluit dat hij geen 50 jaar oud wil worden en pleegt zelfmoord. Hij wordt gevonden door Tomer en zijn tweelingbroer Erez.

Jaren later krijgt Tomer krijgt een relatie met de Duitse danser Andreas Merk. Daarna wordt hij benaderd door een vriendin die een kind van en met hem wil. Het wordt een tweeling en de oudste noemen ze Dan.

Dit is maar één van de vele verhalen over deze familie, die door de auteur in het boek ‘Gezagsgetrouwe Vredelievende Belastingbetalende Medeburgers’ zijn opgetekend (2).

Als de familiekroniek op 27 oktober 2019 wordt gepresenteerd in de Arnhemse synagoge, zijn vele nazaten van Nathan present. Uit o.a. Parijs, Tel Aviv, Enschede, Amsterdam komen ze. Zij voelen het als een thuiskomen bij elkaar en in dit gebouw, dat mede door hun vader Abraham werd mogelijk gemaakt. En ze zijn blij, dat zowel de verhalen van de overlevenden als die van de gestorvenen bewaard worden.

Indrukwekkend in het bijzonder is dat het Kol Nidrei van Max Bruch wordt gespeeld door de oude buurjongen van de auteur, Joan Berkhemer (piano) en zijn echtgenote Nadia David (cello), waarbij de aanwezigen kan worden verteld, dat Joans moeder een nicht was van Andries de Swarte, die dit stuk in de jaren 30 van de vorige eeuw diverse malen ten gehore heeft gebracht.

Bij Musis Sacrum, Andries de Swarte met sigaar (foto collectie J.Sauer)

Presentatie familiekroniek 2019, Synagoge Arnhem met Joan Berkhemer en Nadia David (foto D. van den Bos)

Daniël van den Bos

 

Over de auteur
Daniël van den Bos (1952) studeerde Rechten in Utrecht en was als docent recht verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede. Hij is auteur van o.a. De Binding, Baggergoud en Weerloos.

 

Noten
(1) Over Andries en Marianne de Swarte-de Leeuwe schreef Margo Klijn het verhaal ‘Andries en Marianne, twee musici’. Zie https://sintmartensonsbeek.nl/digitaal-monument/?id=36&m=82

(2) Daniël van den Bos, ‘Gezagsgetrouwe Vredelievende Belastingbetalende Medeburgers’, uitgeverij Aspekt B.V., 1e druk 2019, 474 pg.

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats