menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

 

 

 

 

Het pistool in het zwembad: de executie van Artur Natt

Simcha Looijen stuurde ons het verhaal over de lotgevallen van Artur Meinhard Natt, vluchteling uit Duitsland en bewoner van het Jongenshuis aan de Amsterdamseweg 1-3. Artur eindigde zijn leven voor het vuurpeloton. Zijn vergrijp: het wegnemen van het pistool van een Duitse politiebeambte in het Sportfondsenbad aan de Boekhorstenstraat.

Artur Meinhard Natt, beter bekend als Atze, stak in december 1938 vanuit Duitsland illegaal de grens over, op dat moment vijftien jaar oud. De directe aanleiding was de Kristallnacht een maand eerder. Natt was vanwege zijn Joodse afkomst niet langer veilig in Duitsland. In Nederland woonde hij op verschillende plekken, waaronder bijna jaar in het Koloniehuis aan de Schelmseweg. Na korte verblijven in Driebergen, Rotterdam en Amsterdam keerde hij in Arnhem terug.



(Artur Meinhard Natt, foto joodsmonument.nl)

 

Zijn nieuwe verblijf was het Jongenshuis aan de Amsterdamseweg 1. In het Jongenshuis woonden vanaf oktober 1940 zo'n tachtig jongens èn meisjes plus een aantal begeleiders. Duitse en Oostenrijkse jongeren van Joodse afkomst die, net als Natt, waren gevlucht naar Nederland om te ontkomen aan de Jodenvervolging.

(bewoners van "het Jongenshuis", Amsterdamseweg 1 op 4 mei 1941, vooraan in het midden directeur Dr.S.Wolff, foto collectie Georg Mehr)


Op het moment dat Natt in het Jongenshuis kwam wonen moest de vernietiging van Joden op industriële schaal nog beginnen. Waar de Duitsers toe in staat waren wist hij wel. Zijn vader Kalman verloor in februari 1940 het leven in het concentratiekamp Sachsenhausen. De meeste jongeren hadden tot de deportaties in 1941 in Duitsland begonnen per brief contact met hun ouders. Natt wist dus van het lot van zijn vader.

Wellicht dacht Natt aan zijn vader toen hij in maart 1941 zich ontfermde over het pistool van een Duitse politiebeambte. De Jongenshuis-bewoners gingen namelijk wekelijks zwemmen in het Sportfondsenbad aan de Boekhorstenstraat en daar zag Natt kans een pistool mee te nemen van een Duitser die zijn spullen kennelijk niet goed genoeg had opgeborgen. Hij ging vast voorzichtig te werk, maar niet voorzichtig genoeg omdat de diefstal was opgevallen. Er was een duidelijk signalement van de dader: “lang ongeveer 1,65 1,70 meter, zeer smal gezicht, droeg een bril met zeer smalle glazen en hoornen montuur”.

(Sportfondsenbad Boekhorstenstraat mogelijk november 1941, foto Gelders Archief)

De bewoners van het Jongenshuis werden diezelfde avond nog opgeschrikt door een bezoek van de Arnhemse politie. Meerdere bewoners hebben later verslag gedaan van de arrestatie van Natt. Georg Mehr beschreef hoe de bewoners op hun kamers voor hun bed moesten gaan staan. Op een gegeven moment hoorden zij gehuil. Natt biechtte op de dader te zijn. Volgens Hanne Kalter had hij het pistool begraven in de tuin onder een rhodondendron. Hij zou van plan zijn geweest om zich aan te sluiten bij de ondergrondse.

Zowel Mehr als Kalter spreken er over dat Artur Natt gearresteerd werd door de Gestapo. Mogelijk waren er Duitsers bij, maar uit de dagrapporten van de Arnhemse politie blijkt dat de arrestatie door hen werd verricht. Om 19 uur kwam de melding binnen op het politiebureau, twee uur later werd Natt binnengebracht. Een dag later werd de tiener overdragen aan de Sicherheitsdienst aan de Utrechtseweg. Waar Natt in de weken daarna verbleef is onbekend. 

(Dagrapport Arnhemse politie d.d. 27 op 28 maart 1941, Gelders Archief)

 

Enkele weken later kregen de bewoners te horen dat Natt ter dood was veroordeeld. Dit werd afgekondigd in een groot aantal kranten.

“Het S.S- en Polizeifeldgericht veroordeelde Meinhard Natt uit Arnhem wegens het verboden bezit van een wapen ter dood. De veroordeelde had van een politiebeambte in de badinrichting het dienstpistool gestolen en dit doen verdwijnen"
.

Het vonnis was voltrokken op 21 april 1941. Natt was achttien jaar oud. Wat opvalt is dat een verwijzing naar Natts Joodse achtergrond ontbreekt, maar of daar conclusies aan verbonden moeten worden is lastig om te zeggen.

(krantenbericht april 1941, foto joodsmonument.nl)

Het fenomeen executie was pas kort daarvoor (opnieuw) ingevoerd. Ruim een maand eerder had de Duitse bezetter voor de eerste keer naar dit middel gegrepen. Slachtoffers waren de bekende Geuzen en een aantal Februaristakers. De executie van Atze Natt was de eerste executie voor een verzetsdaad niet begaan in groepsverband en de eerste Arnhemmer die voor het vuurpeloton verscheen. Waar het vonnis voltrokken werd en waar Natt begraven ligt is onbekend. Een mogelijkheid is de Waalsdorpervlakte. Pas vanaf juli 1941 werden de doodvonnissen ook op andere plaatsen in Nederland voltrokken (voor zover bekend dus).

In tegenstelling tot de dood van De Geuzen en de Februaristakers haalde het sterven van Artur Natt de geschiedenisboeken niet. Het is een vrijwel onbekende gebeurtenis, ook in Arnhem. Misschien omdat het verhaal niet echt heldhaftig is. Een pistool stelen in een zwembad en gepakt worden. Ongetwijfeld speelt ook mee dat er geen nabestaanden zijn die het verhaal van Natt konden vertellen. Zijn vader was al dood, zijn moeder werd in 1943 gedeporteerd en vergast in Auschwitz. Zijn zus Dora, net als haar broer voor de oorlog naar Nederland gevlucht en woonachtig in Amsterdam, verloor een jaar eerder al het leven in datzelfde vernietigingskamp.

Op de bewoners van het Jongenshuis maakte de gebeurtenis wel indruk. Georg Mehr en Hanne Kalter zijn al genoemd. Een ander is Richard Teig. Vierenzeventig jaar na de gebeurtenis werd Teig geïnterviewd over zijn oorlogservaringen door het United States Memorial Holocaust Museum. De dood van Natt was het eerste waar hij over begon toen hij de vraag kreeg of de bewoners van het Jongenshuis te maken hadden met fysiek geweld.


Simcha Looijen


Bronnen

website Dokin.nl 


website Joodsmonument.nl

Hanne Kalter Weiss (2006). Scuds. A Teenage Jewish Refugee in Nazi-Occupied Holland. Jeruzalem: Devora Publishing Company

Georg Mehr (1973). Persoonlijke herinneringen. Perpignan: niet gepubliceerd.

 

Verwijzing

Over het Jongenshuis op de Amsterdamseweg 1, zie het artikel op deze site Burgemeesterskwartier: meer verhalen van Joodse wijkbewoners. Met beknopte vermelding van het verhaal van Artur Natt.

 

Zie ook op deze site het verhaal van Klaas Korver: 'De ontruiming van het Joods kindertehuis, het verhaal van mijn moeder'.

 

Informatie over Artur Natt is vermeld in het namenregister van deze site. Zie Artur Meinhard Natt

Verhalen

Het pistool in het zwembad: de executie van Artur Natt

Simcha Looijen stuurde ons het verhaal over de lotgevallen van Artur Meinhard Natt, vluchteling uit Duitsland en bewoner van het Jongenshuis aan de Amsterdamseweg 1-3. Artur eindigde zijn leven voor het vuurpeloton. Zijn vergrijp: het wegnemen van het pistool van een Duitse politiebeambte in het Sportfondsenbad aan de Boekhorstenstraat.

Artur Meinhard Natt, beter bekend als Atze, stak in december 1938 vanuit Duitsland illegaal de grens over, op dat moment vijftien jaar oud. De directe aanleiding was de Kristallnacht een maand eerder. Natt was vanwege zijn Joodse afkomst niet langer veilig in Duitsland. In Nederland woonde hij op verschillende plekken, waaronder bijna jaar in het Koloniehuis aan de Schelmseweg. Na korte verblijven in Driebergen, Rotterdam en Amsterdam keerde hij in Arnhem terug.



(Artur Meinhard Natt, foto joodsmonument.nl)

 

Zijn nieuwe verblijf was het Jongenshuis aan de Amsterdamseweg 1. In het Jongenshuis woonden vanaf oktober 1940 zo'n tachtig jongens èn meisjes plus een aantal begeleiders. Duitse en Oostenrijkse jongeren van Joodse afkomst die, net als Natt, waren gevlucht naar Nederland om te ontkomen aan de Jodenvervolging.

(bewoners van "het Jongenshuis", Amsterdamseweg 1 op 4 mei 1941, vooraan in het midden directeur Dr.S.Wolff, foto collectie Georg Mehr)


Op het moment dat Natt in het Jongenshuis kwam wonen moest de vernietiging van Joden op industriële schaal nog beginnen. Waar de Duitsers toe in staat waren wist hij wel. Zijn vader Kalman verloor in februari 1940 het leven in het concentratiekamp Sachsenhausen. De meeste jongeren hadden tot de deportaties in 1941 in Duitsland begonnen per brief contact met hun ouders. Natt wist dus van het lot van zijn vader.

Wellicht dacht Natt aan zijn vader toen hij in maart 1941 zich ontfermde over het pistool van een Duitse politiebeambte. De Jongenshuis-bewoners gingen namelijk wekelijks zwemmen in het Sportfondsenbad aan de Boekhorstenstraat en daar zag Natt kans een pistool mee te nemen van een Duitser die zijn spullen kennelijk niet goed genoeg had opgeborgen. Hij ging vast voorzichtig te werk, maar niet voorzichtig genoeg omdat de diefstal was opgevallen. Er was een duidelijk signalement van de dader: “lang ongeveer 1,65 1,70 meter, zeer smal gezicht, droeg een bril met zeer smalle glazen en hoornen montuur”.

(Sportfondsenbad Boekhorstenstraat mogelijk november 1941, foto Gelders Archief)

De bewoners van het Jongenshuis werden diezelfde avond nog opgeschrikt door een bezoek van de Arnhemse politie. Meerdere bewoners hebben later verslag gedaan van de arrestatie van Natt. Georg Mehr beschreef hoe de bewoners op hun kamers voor hun bed moesten gaan staan. Op een gegeven moment hoorden zij gehuil. Natt biechtte op de dader te zijn. Volgens Hanne Kalter had hij het pistool begraven in de tuin onder een rhodondendron. Hij zou van plan zijn geweest om zich aan te sluiten bij de ondergrondse.

Zowel Mehr als Kalter spreken er over dat Artur Natt gearresteerd werd door de Gestapo. Mogelijk waren er Duitsers bij, maar uit de dagrapporten van de Arnhemse politie blijkt dat de arrestatie door hen werd verricht. Om 19 uur kwam de melding binnen op het politiebureau, twee uur later werd Natt binnengebracht. Een dag later werd de tiener overdragen aan de Sicherheitsdienst aan de Utrechtseweg. Waar Natt in de weken daarna verbleef is onbekend. 

(Dagrapport Arnhemse politie d.d. 27 op 28 maart 1941, Gelders Archief)

 

Enkele weken later kregen de bewoners te horen dat Natt ter dood was veroordeeld. Dit werd afgekondigd in een groot aantal kranten.

“Het S.S- en Polizeifeldgericht veroordeelde Meinhard Natt uit Arnhem wegens het verboden bezit van een wapen ter dood. De veroordeelde had van een politiebeambte in de badinrichting het dienstpistool gestolen en dit doen verdwijnen"
.

Het vonnis was voltrokken op 21 april 1941. Natt was achttien jaar oud. Wat opvalt is dat een verwijzing naar Natts Joodse achtergrond ontbreekt, maar of daar conclusies aan verbonden moeten worden is lastig om te zeggen.

(krantenbericht april 1941, foto joodsmonument.nl)

Het fenomeen executie was pas kort daarvoor (opnieuw) ingevoerd. Ruim een maand eerder had de Duitse bezetter voor de eerste keer naar dit middel gegrepen. Slachtoffers waren de bekende Geuzen en een aantal Februaristakers. De executie van Atze Natt was de eerste executie voor een verzetsdaad niet begaan in groepsverband en de eerste Arnhemmer die voor het vuurpeloton verscheen. Waar het vonnis voltrokken werd en waar Natt begraven ligt is onbekend. Een mogelijkheid is de Waalsdorpervlakte. Pas vanaf juli 1941 werden de doodvonnissen ook op andere plaatsen in Nederland voltrokken (voor zover bekend dus).

In tegenstelling tot de dood van De Geuzen en de Februaristakers haalde het sterven van Artur Natt de geschiedenisboeken niet. Het is een vrijwel onbekende gebeurtenis, ook in Arnhem. Misschien omdat het verhaal niet echt heldhaftig is. Een pistool stelen in een zwembad en gepakt worden. Ongetwijfeld speelt ook mee dat er geen nabestaanden zijn die het verhaal van Natt konden vertellen. Zijn vader was al dood, zijn moeder werd in 1943 gedeporteerd en vergast in Auschwitz. Zijn zus Dora, net als haar broer voor de oorlog naar Nederland gevlucht en woonachtig in Amsterdam, verloor een jaar eerder al het leven in datzelfde vernietigingskamp.

Op de bewoners van het Jongenshuis maakte de gebeurtenis wel indruk. Georg Mehr en Hanne Kalter zijn al genoemd. Een ander is Richard Teig. Vierenzeventig jaar na de gebeurtenis werd Teig geïnterviewd over zijn oorlogservaringen door het United States Memorial Holocaust Museum. De dood van Natt was het eerste waar hij over begon toen hij de vraag kreeg of de bewoners van het Jongenshuis te maken hadden met fysiek geweld.


Simcha Looijen


Bronnen

website Dokin.nl 


website Joodsmonument.nl

Hanne Kalter Weiss (2006). Scuds. A Teenage Jewish Refugee in Nazi-Occupied Holland. Jeruzalem: Devora Publishing Company

Georg Mehr (1973). Persoonlijke herinneringen. Perpignan: niet gepubliceerd.

 

Verwijzing

Over het Jongenshuis op de Amsterdamseweg 1, zie het artikel op deze site Burgemeesterskwartier: meer verhalen van Joodse wijkbewoners. Met beknopte vermelding van het verhaal van Artur Natt.

 

Zie ook op deze site het verhaal van Klaas Korver: 'De ontruiming van het Joods kindertehuis, het verhaal van mijn moeder'.

 

Informatie over Artur Natt is vermeld in het namenregister van deze site. Zie Artur Meinhard Natt

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats