menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Het lot van Meijer, Naatje en Sallie Heijman van de Steenstraat

In de Arnhemse Koerier van 21 mei 2022 plaatste de redactie een oproep om herinneringen aan de 1500 vermoorde Joodse Arnhemmers op te sturen. Een van de reacties was afkomstig van Elly Leeuwis-Braun. Zij schreef dat haar vader een kunsthandel had op de Steenstraat 48 en dat het 12 jarige zoontje van de buren hem hielp met de verkoop. De kunsthandel heette Braun, met de buren dacht zij aan bakkerij Veenendaal op nummer 50. Echter, Maison Levie “voor dameshoeden” op nummer 48a lijkt meer voor de hand te liggen. De winkel was van Meijer Heijman en Naatje Heijman-Levie.

Elly schreef ons: “in de oorlog moesten zij ook weg, ze zijn nooit meer teruggekomen”.

 

Wie waren Meijer en Naatje Heijman, wie was het zoontje dat hielp in de kunsthandel van de buren Braun? De redactie ging op onderzoek uit.

 

Kunsthandel Braun

Het Lijstenhuis Braun was in 1939 nog gevestigd op de Spijkerlaan 28. De broers Gerard en Frans dreven de zaak. Gerard was lijstenmaker van beroep. De winkel verhuisde in maart 1941 naar de Steenstraat 48 onder de naam  Kunsthandel Braun. Gerard overleed in mei 1944 op 38 jarige leeftijd. Broer Frans en de weduwe van Gerard zette de zaak voort. Frans was de vader van Elly Leeuwis-Braun. Elly werd in 1950 op dit adres geboren. 

(Arnhemse Courant, 14 maart 1941) 

(Frans Braun achter de toonbank van Kunsthandel Braun jaren 40, foto collectie Elly Leeuwis-Braun)

 

Joodse winkeliers

De Steenstraat was een levendige winkelstraat. In 1933 werd de straat heringericht. De bomen werden gekapt, de straat verbreed, de trottoirs versmald en de tramrails naar het midden verlegd.

Er waren verschillende ondernemingen van Joodse eigenaren gevestigd. Zo had je het Rembrandt Theater N.V. van Wolff op nummer 42-44, de Engelse Eenheidskleermakerij (E.E.K.) van M. Agsteribbe op nummer 56, het manufacturenmagazijn van I.Cohen op nummer 71a en de groothandel in schoenwerk van L.Polak op nummer 9. Polak dreef op hetzelfde adres ook het Handwerk- en Wolhuis Libelle.
 

 

Maison Levie “voor dameshoeden” was sinds 1924 aan de Steenstraat gevestigd aanvankelijk op de nummers 42 en 38, sinds 1927 op nummer 48a bij het voormalige Rembrandt theater. Op onderstaande foto is de winkel met een rode stip aangegeven.

(Steenstraat rond 1935 met Rembrandt theater aan de rechterzijde op no 42-44, Kunsthandel Braun op no 48 , Maison Levie/M.Hijman op no 48a zie rode stip, foto Gelders Archief)

(Steenstraat 2022 met nieuwbouw voormalig Rembrandt theater aan de rechterzijde op no 42-44, voormalige Kunsthandel Braun op no 48 en Maison Levie/M.Hijman op no 48a, beiden nu Fortunate Travel Group)

In 1939 vierde de zaak zijn (bijna) 20 jarig bestaan, zo valt te lezen in de Arnhemse Courant van 3 april 1939. Mogelijk dreef vooral Naatje Heijman-Levie (1899-1943) de winkel. Naatje was hoedenmaakster van beroep, haar man Meijer Heijman (1894-1944) was musicus. Zij trouwden in 1925 in Arnhem. In 1930 kwam hun eerste kindje levenloos ter wereld, in 1933 werd hun zoontje Sallie Heijman geboren (1933-1943).

(Arnhemse Courant, 25 augustus 1933)

Sallie zou slechts 10 jaar worden, vermoedelijk was hij de buurjongen die hielp in de Kunsthandel Braun.

De ouders van Meijer waren Samson Heijman van beroep slager (1867-1942) en Clara Salomons (1870-1939) zonder beroep. Zij woonden in een bovenwoning op de Sonsbeeksingel 41. Meijer had nog een oudere zus Bertha (1892-1927), die al voor de oorlog in Rotterdam overleed en een broer Mourits (1893-1943), die op de Sonsbeeksingel 44 woonde.

De ouders van Naatje waren Elia Levie (1872 - 1934) van beroep keurmeester aan het gemeentelijk slachthuis en Sientje Dormits (1871-1924), met wie hij in 1898 trouwde. Sientje overleed in 1924, weduwnaar Elia Levie hertrouwde in 1926 met Betje Sternfeld (1874-1943). Elia zelf overleed in 1934.


Zijn tweede vrouw Betje Sternfeld werd geboren in Renkum waar haar vader Salomon een slagerij aan de Dorpstraat had. Betje had nog vier broers (Izaak, David, Joseph en Samuel) en drie zussen (Roosje, Sophia en Diena).


De families - vaak ook de aangetrouwde - zaten bijna allen in de vleeshandel. Die was vóór de Tweede Wereldoorlog voor een groot deel in Joodse handen. Hein Levie bijvoorbeeld, de broer van Elia, had een slagerij in de Nieuwstad 20. Daarvan is onderstaande foto bewaard gebleven.



(Slagerij Hein Levie in de Nieuwstad 20, jaren dertig, foto collectie Max Nathans)

 

Weduwe Betje Sternfeld was (dus) de stiefmoeder van Naatje. Betje woonde in 1935 aan de Beekstraat 38, in 1937 aan de Paul Krugerstraat 10.

Naatje had nog een jongere zus Jansje Katz-Levie (1902-1982) en broer Bram Levie (1910-1942) in Apeldoorn.

(Advertentie Maison Levie, Arnhemse Courant)

 

Meijer Heijman, violist bij de AOV

Meijer komen we tegen als tweede violist bij de Arnhemse Orkest Vereniging (AOV), de voorloper van het Gelders Orkest, dat nu onder de naam Phion, Orkest van Gelderland & Overijssel speelt. Naast tweede dirigent Leo Pappenheim werkten er zes Joodse orkestleden bij de AOV: de violisten Leo Colthoff, Meijer Heijman, Alex Pels, Frits Schrijver, Elisabeth Marianne van der Zijl en de cellist Andries de Swarte.

(AOV oktober 1924 t.g.v. 35 jarig jubileum 3e rij 4e van links Meijer Heijman, foto archief HGO, foto archief HGO, gepubliceerd in Het Gelders Orkest, Henri Lenferink, Zutphen 1989)

 

Op een andere foto van eind jaren dertig poseren orkestleden op de trap achter Musis Sacrum. Linksboven staat Meijer Heijman (lachend). De man in het midden (onderaan) is Andries de Swarte. Andries en zijn echtgenote Marianne de Leeuwe (pianiste) waren bekende namen in het Arnhemse muziekleven. Zij gaven regelmatig concerten, ook voor de radio, nog tot in augustus 1940.


(Orkestleden van de AOV op de trap bij Musis Sacrum eind jaren dertig. Boven 2e van links Meijer Heijman, onder 3e van rechts Andries de Swarte, uitsnede uit foto collectie J.Sauer,
gepubliceerd in Het Gelders Orkest, Henri Lenferink, Zutphen 1989)  

 
In oktober 1940 kreeg de AOV te maken met de verplichting afstammingsformulieren in te vullen (de zgn.ariërverklaring). Bij weigering volgde ontslag. Alle personeelsleden, op één na alle bestuursleden en vierenveertig orkestleden vulden de verklaring in. Vervolgens kreeg de AOV zoals alle orkesten in het land tot mei 1941 van de bezetter opdracht om hun Joodse orkestleden te ontslaan (‘ariseren’).

 

Zo kregen de zeven Joodse orkestleden van de AOV ontslag, onder hen Meijer Heijman en Andries de Swarte. Op 28 mei 1941 was hun laatste concert in Arnhem. Orkestleden met een  opzegtermijn kregen tot 1 september 1941 doorbetaald en in februari 1942 nog een deel van het pensioenfonds uitgekeerd.

Andries de Swarte kreeg na zijn ontslag een aanstelling als derde cellist in het Joodsch Symphonie Orkest in Amsterdam, dat ruim zeventig ontslagen Joodse musici uit het hele land onderdak bood. De standplaats was Amsterdam, waar Andries ook naar toe verhuisde. Het publiek was Joods en de uitgevoerde werken waren van Joodse componisten. Het orkest heeft niet lang bestaan, het werd steeds moeilijker concerten te geven en na acht maanden was het geld van de Joodse geldschieter zo goed als op.

Van de ontslagen Joodse orkestleden van de AOV keerden na de oorlog Alex Pels en Elisabeth Marianne van der Zijl terug. Ook de tweede dirigent Leo Pappenheim kwam terug. Hij overleefde als een van de kampdirigenten het concentratiekamp Theresienstadt.

Maison Levie ‘in liquidatie’

In de zomer van 1941 moesten joden hun bezittingen laten registreren bij Lippmann-Rosenthal, een voormalige joodse bank die was overgenomen door de Duitse bezetter. Daarna werden hun gelden en bezittingen overdragen naar deze bank. Winkels of kleine joodse ondernemingen worden zo geliquideerd, ook in Arnhem. De Kamer van Koophandel in Arnhem had in september 1942 een overzicht gereed van alle Arnhemse Joodse ondernemingen. Op de lijst staat Heijman-Levie, Maison Levie, dameshoedenzaak met de toevoegingen ‘Jood’ en ‘in liquidatie’. De zaak van Meijer en Naatje werd dus opgeheven, waarna hun bezittingen weggesluisd werden naar de bezetter.

(20 jarig jubileum  Maison Levie, Arnhemse Courant 3 april 1939)

 

Onderduik in Apeldoorn
De situatie waarin het gezin terecht was gekomen werd steeds penibeler. Beroofd van hun broodwinning en bezit, bedreigden razzia’s hun leven en vrijheid.

In het Algemeen Politieblad van 22 oktober 1942 staat ‘de Hoofdcommissaris van Politie van Arnhem verzocht opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Meijer Heijman, zijn vrouw Naatje Heijman-Levie en hun zoon Sallie. Zij waren woonachtig in Arnhem. Zij werden ervan verdacht van woonplaats te zijn veranderd zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben’

 

Met deze omschrijving werden joden aangeduid die waren ondergedoken.

Meijer en Naatje hebben de razzia’s in Arnhem van november en december blijkbaar niet afgewacht en doken onder in Apeldoorn. Zij vonden onderdak bij Herman Gerrits Berends van Loenen op de Arnhemseweg 65, maar werden gearresteerd en op het Apeldoornse politiebureau ingesloten.

De onderduikgever Herman Berends verklaarde later tegenover de Apeldoornse politie:

In het laatst van het jaar 1942 had ik in mijn woning 8 personen van Joodsche bloede ondergedoken. Dit waren: het gezin van Meijer Heijman, bestaande uit man, vrouw, zoontje en schoonmoeder, afkomstig uit Arnhem, Steenstraat 48-a


Hun onderduikperiode in Apeldoorn heeft dus nog geen twee maanden geduurd. Het gezin en schoonmoeder Betje moesten naar kamp Westerbork, waar zij op 5 december 1942 ingeschreven werden.

 

Westerbork
In Westerbork kwamen ze in barak 72 terecht. Daar leefden zij in voortdurende angst voor deportatie naar de vernietigingskampen. Deportatie naar Polen bleef het gezin geruime tijd bespaard. Mogelijk zag Meijer kans als violist uitstel te krijgen ('bis auf weiteres gesperrt') voor zijn gezin en ook voor zijn schoonmoeder Betje.

(Westerbork, persoonskaart Meijer Heijman)

 

Op 31 augustus 1943 - negen maanden na hun aankomst in Westerbork - werden Meijer, Naatje en de kleine Sally alsnog op transport gezet naar Polen. Naatje en Sally werden op 3 september 1943 in Auschwitz vermoord. Naatje werd 44 jaar en Sally 10 jaar.

Schoonmoeder Betje is dan al eerder op 23 februari 1943 gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij drie dagen later op 26 februari 1943 op 68 jarige leeftijd vermoord werd.

(Westerbork, persoonskaart Betje Levie-Sternfeld)

Meijer wist nog geruime tijd te overleven in de kampen - mogelijk omdat hij als musicus opnieuw uitstel (Sperre) kon krijgen - maar kwam uiteindelijk op 31 maart 1944 op 49 jarige leeftijd in Polen om het leven. Waar, is niet met zekerheid te zeggen, maar hoogst waarschijnlijk in Auschwitz, zoals Naatje, Sallie en Betje.

Zo kwam de familie Heijman om in de kampen en verdween Maison Levie, niet lang na de viering van het twintig jarig bestaan voorgoed uit de Steenstraat. En ook, zo werden de Joodse orkestleden van de AOV ontslagen en werd het merendeel van hen vermoord in de kampen. 

Het is nu ruim 80 jaar later. De herinnering van Elly Leewis-Braun aan een hulpvaardige buurjongen, leidde tot deze korte geschiedenis van Meijer, Naatje Heijman en de kleine Sallie uit de Steenstraat.

 

Peter Jetten, augustus 2022

met dank aan Elly Leeuwis-Braun


Bronnen

Correspondentie van auteur met Elly Leeuwis-Braun mei 2022

 

Correspondentie van auteur met Roeland Oudejans van gedenkstenen-apeldoorn.nl mei 2022

 

Facebook-pagina Oud-Arnhem

 

Joodsmonument.nl

 

https://heemkunderenkum.nl/renkum-dorpsstraat-noordzijde-van-leeuwenstraat-tot-kerkstraat/

 

Delpher

 

Muziek in de schaduw van het Derde Rijk. De Nederlandse symfonieorkesten 1933-1945, Pauline Micheels, Zutphen, 1993

 

Gelders Orkest, geschiedenis van de Arnhemsche Orkest Vereeniging 1889-1949 en van Het Gelders Orkest 1949-1989, Henri Lenferink, Zutphen 1989

 

Andries en Marianne, twee musici, door Margo Klijn, op digitaal buurtmonument Sint Marten Sonsbeek 

 

Margo Klijn,  de Stille slag, Joodse Arnhemmers, 1933-1945. Arnhem 2014, tweede druk

Verhalen

Het lot van Meijer, Naatje en Sallie Heijman van de Steenstraat

In de Arnhemse Koerier van 21 mei 2022 plaatste de redactie een oproep om herinneringen aan de 1500 vermoorde Joodse Arnhemmers op te sturen. Een van de reacties was afkomstig van Elly Leeuwis-Braun. Zij schreef dat haar vader een kunsthandel had op de Steenstraat 48 en dat het 12 jarige zoontje van de buren hem hielp met de verkoop. De kunsthandel heette Braun, met de buren dacht zij aan bakkerij Veenendaal op nummer 50. Echter, Maison Levie “voor dameshoeden” op nummer 48a lijkt meer voor de hand te liggen. De winkel was van Meijer Heijman en Naatje Heijman-Levie.

Elly schreef ons: “in de oorlog moesten zij ook weg, ze zijn nooit meer teruggekomen”.

 

Wie waren Meijer en Naatje Heijman, wie was het zoontje dat hielp in de kunsthandel van de buren Braun? De redactie ging op onderzoek uit.

 

Kunsthandel Braun

Het Lijstenhuis Braun was in 1939 nog gevestigd op de Spijkerlaan 28. De broers Gerard en Frans dreven de zaak. Gerard was lijstenmaker van beroep. De winkel verhuisde in maart 1941 naar de Steenstraat 48 onder de naam  Kunsthandel Braun. Gerard overleed in mei 1944 op 38 jarige leeftijd. Broer Frans en de weduwe van Gerard zette de zaak voort. Frans was de vader van Elly Leeuwis-Braun. Elly werd in 1950 op dit adres geboren. 

(Arnhemse Courant, 14 maart 1941) 

(Frans Braun achter de toonbank van Kunsthandel Braun jaren 40, foto collectie Elly Leeuwis-Braun)

 

Joodse winkeliers

De Steenstraat was een levendige winkelstraat. In 1933 werd de straat heringericht. De bomen werden gekapt, de straat verbreed, de trottoirs versmald en de tramrails naar het midden verlegd.

Er waren verschillende ondernemingen van Joodse eigenaren gevestigd. Zo had je het Rembrandt Theater N.V. van Wolff op nummer 42-44, de Engelse Eenheidskleermakerij (E.E.K.) van M. Agsteribbe op nummer 56, het manufacturenmagazijn van I.Cohen op nummer 71a en de groothandel in schoenwerk van L.Polak op nummer 9. Polak dreef op hetzelfde adres ook het Handwerk- en Wolhuis Libelle.
 

 

Maison Levie “voor dameshoeden” was sinds 1924 aan de Steenstraat gevestigd aanvankelijk op de nummers 42 en 38, sinds 1927 op nummer 48a bij het voormalige Rembrandt theater. Op onderstaande foto is de winkel met een rode stip aangegeven.

(Steenstraat rond 1935 met Rembrandt theater aan de rechterzijde op no 42-44, Kunsthandel Braun op no 48 , Maison Levie/M.Hijman op no 48a zie rode stip, foto Gelders Archief)

(Steenstraat 2022 met nieuwbouw voormalig Rembrandt theater aan de rechterzijde op no 42-44, voormalige Kunsthandel Braun op no 48 en Maison Levie/M.Hijman op no 48a, beiden nu Fortunate Travel Group)

In 1939 vierde de zaak zijn (bijna) 20 jarig bestaan, zo valt te lezen in de Arnhemse Courant van 3 april 1939. Mogelijk dreef vooral Naatje Heijman-Levie (1899-1943) de winkel. Naatje was hoedenmaakster van beroep, haar man Meijer Heijman (1894-1944) was musicus. Zij trouwden in 1925 in Arnhem. In 1930 kwam hun eerste kindje levenloos ter wereld, in 1933 werd hun zoontje Sallie Heijman geboren (1933-1943).

(Arnhemse Courant, 25 augustus 1933)

Sallie zou slechts 10 jaar worden, vermoedelijk was hij de buurjongen die hielp in de Kunsthandel Braun.

De ouders van Meijer waren Samson Heijman van beroep slager (1867-1942) en Clara Salomons (1870-1939) zonder beroep. Zij woonden in een bovenwoning op de Sonsbeeksingel 41. Meijer had nog een oudere zus Bertha (1892-1927), die al voor de oorlog in Rotterdam overleed en een broer Mourits (1893-1943), die op de Sonsbeeksingel 44 woonde.

De ouders van Naatje waren Elia Levie (1872 - 1934) van beroep keurmeester aan het gemeentelijk slachthuis en Sientje Dormits (1871-1924), met wie hij in 1898 trouwde. Sientje overleed in 1924, weduwnaar Elia Levie hertrouwde in 1926 met Betje Sternfeld (1874-1943). Elia zelf overleed in 1934.


Zijn tweede vrouw Betje Sternfeld werd geboren in Renkum waar haar vader Salomon een slagerij aan de Dorpstraat had. Betje had nog vier broers (Izaak, David, Joseph en Samuel) en drie zussen (Roosje, Sophia en Diena).


De families - vaak ook de aangetrouwde - zaten bijna allen in de vleeshandel. Die was vóór de Tweede Wereldoorlog voor een groot deel in Joodse handen. Hein Levie bijvoorbeeld, de broer van Elia, had een slagerij in de Nieuwstad 20. Daarvan is onderstaande foto bewaard gebleven.



(Slagerij Hein Levie in de Nieuwstad 20, jaren dertig, foto collectie Max Nathans)

 

Weduwe Betje Sternfeld was (dus) de stiefmoeder van Naatje. Betje woonde in 1935 aan de Beekstraat 38, in 1937 aan de Paul Krugerstraat 10.

Naatje had nog een jongere zus Jansje Katz-Levie (1902-1982) en broer Bram Levie (1910-1942) in Apeldoorn.

(Advertentie Maison Levie, Arnhemse Courant)

 

Meijer Heijman, violist bij de AOV

Meijer komen we tegen als tweede violist bij de Arnhemse Orkest Vereniging (AOV), de voorloper van het Gelders Orkest, dat nu onder de naam Phion, Orkest van Gelderland & Overijssel speelt. Naast tweede dirigent Leo Pappenheim werkten er zes Joodse orkestleden bij de AOV: de violisten Leo Colthoff, Meijer Heijman, Alex Pels, Frits Schrijver, Elisabeth Marianne van der Zijl en de cellist Andries de Swarte.

(AOV oktober 1924 t.g.v. 35 jarig jubileum 3e rij 4e van links Meijer Heijman, foto archief HGO, foto archief HGO, gepubliceerd in Het Gelders Orkest, Henri Lenferink, Zutphen 1989)

 

Op een andere foto van eind jaren dertig poseren orkestleden op de trap achter Musis Sacrum. Linksboven staat Meijer Heijman (lachend). De man in het midden (onderaan) is Andries de Swarte. Andries en zijn echtgenote Marianne de Leeuwe (pianiste) waren bekende namen in het Arnhemse muziekleven. Zij gaven regelmatig concerten, ook voor de radio, nog tot in augustus 1940.


(Orkestleden van de AOV op de trap bij Musis Sacrum eind jaren dertig. Boven 2e van links Meijer Heijman, onder 3e van rechts Andries de Swarte, uitsnede uit foto collectie J.Sauer,
gepubliceerd in Het Gelders Orkest, Henri Lenferink, Zutphen 1989)  

 
In oktober 1940 kreeg de AOV te maken met de verplichting afstammingsformulieren in te vullen (de zgn.ariërverklaring). Bij weigering volgde ontslag. Alle personeelsleden, op één na alle bestuursleden en vierenveertig orkestleden vulden de verklaring in. Vervolgens kreeg de AOV zoals alle orkesten in het land tot mei 1941 van de bezetter opdracht om hun Joodse orkestleden te ontslaan (‘ariseren’).

 

Zo kregen de zeven Joodse orkestleden van de AOV ontslag, onder hen Meijer Heijman en Andries de Swarte. Op 28 mei 1941 was hun laatste concert in Arnhem. Orkestleden met een  opzegtermijn kregen tot 1 september 1941 doorbetaald en in februari 1942 nog een deel van het pensioenfonds uitgekeerd.

Andries de Swarte kreeg na zijn ontslag een aanstelling als derde cellist in het Joodsch Symphonie Orkest in Amsterdam, dat ruim zeventig ontslagen Joodse musici uit het hele land onderdak bood. De standplaats was Amsterdam, waar Andries ook naar toe verhuisde. Het publiek was Joods en de uitgevoerde werken waren van Joodse componisten. Het orkest heeft niet lang bestaan, het werd steeds moeilijker concerten te geven en na acht maanden was het geld van de Joodse geldschieter zo goed als op.

Van de ontslagen Joodse orkestleden van de AOV keerden na de oorlog Alex Pels en Elisabeth Marianne van der Zijl terug. Ook de tweede dirigent Leo Pappenheim kwam terug. Hij overleefde als een van de kampdirigenten het concentratiekamp Theresienstadt.

Maison Levie ‘in liquidatie’

In de zomer van 1941 moesten joden hun bezittingen laten registreren bij Lippmann-Rosenthal, een voormalige joodse bank die was overgenomen door de Duitse bezetter. Daarna werden hun gelden en bezittingen overdragen naar deze bank. Winkels of kleine joodse ondernemingen worden zo geliquideerd, ook in Arnhem. De Kamer van Koophandel in Arnhem had in september 1942 een overzicht gereed van alle Arnhemse Joodse ondernemingen. Op de lijst staat Heijman-Levie, Maison Levie, dameshoedenzaak met de toevoegingen ‘Jood’ en ‘in liquidatie’. De zaak van Meijer en Naatje werd dus opgeheven, waarna hun bezittingen weggesluisd werden naar de bezetter.

(20 jarig jubileum  Maison Levie, Arnhemse Courant 3 april 1939)

 

Onderduik in Apeldoorn
De situatie waarin het gezin terecht was gekomen werd steeds penibeler. Beroofd van hun broodwinning en bezit, bedreigden razzia’s hun leven en vrijheid.

In het Algemeen Politieblad van 22 oktober 1942 staat ‘de Hoofdcommissaris van Politie van Arnhem verzocht opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Meijer Heijman, zijn vrouw Naatje Heijman-Levie en hun zoon Sallie. Zij waren woonachtig in Arnhem. Zij werden ervan verdacht van woonplaats te zijn veranderd zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben’

 

Met deze omschrijving werden joden aangeduid die waren ondergedoken.

Meijer en Naatje hebben de razzia’s in Arnhem van november en december blijkbaar niet afgewacht en doken onder in Apeldoorn. Zij vonden onderdak bij Herman Gerrits Berends van Loenen op de Arnhemseweg 65, maar werden gearresteerd en op het Apeldoornse politiebureau ingesloten.

De onderduikgever Herman Berends verklaarde later tegenover de Apeldoornse politie:

In het laatst van het jaar 1942 had ik in mijn woning 8 personen van Joodsche bloede ondergedoken. Dit waren: het gezin van Meijer Heijman, bestaande uit man, vrouw, zoontje en schoonmoeder, afkomstig uit Arnhem, Steenstraat 48-a


Hun onderduikperiode in Apeldoorn heeft dus nog geen twee maanden geduurd. Het gezin en schoonmoeder Betje moesten naar kamp Westerbork, waar zij op 5 december 1942 ingeschreven werden.

 

Westerbork
In Westerbork kwamen ze in barak 72 terecht. Daar leefden zij in voortdurende angst voor deportatie naar de vernietigingskampen. Deportatie naar Polen bleef het gezin geruime tijd bespaard. Mogelijk zag Meijer kans als violist uitstel te krijgen ('bis auf weiteres gesperrt') voor zijn gezin en ook voor zijn schoonmoeder Betje.

(Westerbork, persoonskaart Meijer Heijman)

 

Op 31 augustus 1943 - negen maanden na hun aankomst in Westerbork - werden Meijer, Naatje en de kleine Sally alsnog op transport gezet naar Polen. Naatje en Sally werden op 3 september 1943 in Auschwitz vermoord. Naatje werd 44 jaar en Sally 10 jaar.

Schoonmoeder Betje is dan al eerder op 23 februari 1943 gedeporteerd naar Auschwitz, waar zij drie dagen later op 26 februari 1943 op 68 jarige leeftijd vermoord werd.

(Westerbork, persoonskaart Betje Levie-Sternfeld)

Meijer wist nog geruime tijd te overleven in de kampen - mogelijk omdat hij als musicus opnieuw uitstel (Sperre) kon krijgen - maar kwam uiteindelijk op 31 maart 1944 op 49 jarige leeftijd in Polen om het leven. Waar, is niet met zekerheid te zeggen, maar hoogst waarschijnlijk in Auschwitz, zoals Naatje, Sallie en Betje.

Zo kwam de familie Heijman om in de kampen en verdween Maison Levie, niet lang na de viering van het twintig jarig bestaan voorgoed uit de Steenstraat. En ook, zo werden de Joodse orkestleden van de AOV ontslagen en werd het merendeel van hen vermoord in de kampen. 

Het is nu ruim 80 jaar later. De herinnering van Elly Leewis-Braun aan een hulpvaardige buurjongen, leidde tot deze korte geschiedenis van Meijer, Naatje Heijman en de kleine Sallie uit de Steenstraat.

 

Peter Jetten, augustus 2022

met dank aan Elly Leeuwis-Braun


Bronnen

Correspondentie van auteur met Elly Leeuwis-Braun mei 2022

 

Correspondentie van auteur met Roeland Oudejans van gedenkstenen-apeldoorn.nl mei 2022

 

Facebook-pagina Oud-Arnhem

 

Joodsmonument.nl

 

https://heemkunderenkum.nl/renkum-dorpsstraat-noordzijde-van-leeuwenstraat-tot-kerkstraat/

 

Delpher

 

Muziek in de schaduw van het Derde Rijk. De Nederlandse symfonieorkesten 1933-1945, Pauline Micheels, Zutphen, 1993

 

Gelders Orkest, geschiedenis van de Arnhemsche Orkest Vereeniging 1889-1949 en van Het Gelders Orkest 1949-1989, Henri Lenferink, Zutphen 1989

 

Andries en Marianne, twee musici, door Margo Klijn, op digitaal buurtmonument Sint Marten Sonsbeek 

 

Margo Klijn,  de Stille slag, Joodse Arnhemmers, 1933-1945. Arnhem 2014, tweede druk

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats