Jans Askes
Aan de Rijnkade 56 woonden voor de oorlog vader en (later) zoon Mogendorff. Zij zaten in de papierhandel. Asser Mogendorff leidde het bedrijf. Na zijn overlijden in 1928 volgde zijn zoon Joachim Mogendorff hem op. De bezetter maakte een einde aan de onderneming, de families overleefden de oorlog niet. Hieronder hun lotgevallen.
Eerste generatie: Asser Mogendorff van slagersknecht tot directeur
Asser Mogendorff wordt in 1874 te Almelo geboren als tweede zoon van Michaël Mogendorff en Zanetta Wertheim. Begin 1877 verhuist het gezin met twee kinderen naar Deventer, waar er nog twee kinderen geboren worden. Rond 1890 vertrekt de familie definitief naar Arnhem. Daar richt Michaël Mogendorff zich op de papierhandel en aanverwante artikelen. Zijn zonen Jozef, Asser en Nathan treden later alle drie in zijn voetsporen.

(Sluitzegels firma A.Mogendorff, collectie JCK)
Zoon Asser (1874-1928) kiest eerst voor het slagersvak. In de zomer van 1892 is hij 17 jaar en werkt als slagersknecht in Hoorn. Drie jaar later - in de winter van 1895-1896 - komen we hem tegen als slagersknecht in Amsterdam. Waarschijnlijk heeft hij daar zijn toekomstige vrouw Rachel Pruikemaker (1879-1943) leren kennen. In september 1898 verloven ze zich en een jaar later trouwen zij in Arnhem. Rachel is dan 19 jaar, Asser 23. In Arnhem verhuizen ze regelmatig. Ze wonen achtereenvolgens in de Driekoningendwarsstraat, de Oude Kraan, de Broerenstraat en de Weerdjesstraat. Tussen 1911-1913 wonen ze op het adres Parkstraat 110 en tussen 1914-1917 in Parkstraat 89. In 1917 koopt Asser het pand Rijnstraat 56 van de toenmalige bewoner Nicolaas Hillen (1862-1934) en gaat er wonen. Hillen was apotheker in de Rijnstraat 82 (thans nummer 81).

(Aankondiging in het Nederlands Israëlitisch Weekblad van 09-09-1898)
Hun kinderen Joachim en Jeannette
Binnen een jaar wordt hun eerste kindje Joachim geboren en daar zou het een tijd bij blijven. De teleustelling is groot wanneer na elf jaar een tweede kind levenloos wordt geboren, het verdriet daarover delen de ouders in een rouwadvertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad.
Een maand later zijn zij 12½ getrouwd. 'Hun liefhebbend zoontje Joachim' kondigt in een advertentie aan dat zijn geliefde ouders hun 12½ jarige echtvereniging hopen te herdenken. Als Joachim 13 is en bar mitswa wordt, vermelden zijn ouders in een advertentie nadrukkelijk dat Joachim hun ‘enige zoon’ is. De jonge Joachim gaat na de lagere school naar de 3-jarige HBS en doorloopt die met succes.
In 1915 wordt Jeannette Engelina (Jeannette) geboren. Joachim is dan veertien.
In de trouwakte staat Asser vermeld als handelsagent, een zelfstandig tussenpersoon die bemiddelt tussen een verkopende partij en klant. Dat blijft hij tot en met 1910. Tussen 1911-1918 wordt hij koopman genoemd, hij woont dan in de Parkstraat. In de Arnhemsche Courant van 21-12-1918 staat: 'Als alle jaren ontvingen wij ook voor 1919 van de firma A.Mogendorff, Rijnkade, alhier, een practische memorandumkalender met weekelijksche bladen, die ruim gelegenheid bieden voor aanteekeningen'. Asser had dus al jaren een eigen bedrijf. In 1919 wordt hij koopman in reclame-artikelen en dat blijft hij tot en met 1928. In 1923 staan vader en zoon beiden vermeld als papierwarengrossier.
Asser overlijdt, zijn vrouw Rachel hertrouwt en verhuist
Het noodlot slaat enkele jaren later toe: vader Asser wordt langdurig ziek en opgenomen in de joodse psychiatrische inrichting “Het Apeldoornse Bosch”, waar hij in de zomer van 1928 overlijdt.

(Rouwadvertentie in de Arnhemsche Courant van 02-07-1928)
Asser's vrouw Rachel en hun veertienjarige dochter Jeannette Engelina verhuizen daarop naar de Prins Hendrikstraat 46. Zoon Joachim keert terug in zijn ouderlijk huis aan de Rijnkade en zet van daaruit het familiebedrijf voort
Rachel hertrouwt in februari 1931 met Ies Levie Mogendorff, een achterneef van Asser, die al sinds 1902 in Arnhem woont. Ies heeft met zijn broer Louis een parfumeriezaak (ILMO) in de Kastanjelaan 42. Hij verloor zijn vrouw in augustus 1929 en bleef achter met een dochter van eenentwintig. Rachel en (waarschijnlijk ook) Jeannette Engelina gaan bij Israël in de Kastanjelaan wonen. Het huwelijk houdt geen stand en in mei 1933 wordt de scheiding uitgesproken. Rachel verhuist naar de Bovenbrugstraat 12 (1934-1935).
In 1936 hertrouwt Rachel met Marcus Frankfoorder uit Den Haag, waar zij ook daadwerkelijk korte tijd ingeschreven staat. Het echtpaar Rachel en Marcus verhuizen daarna met Rachels's dochter Jeannete naar Amsterdam (1936-1939). Eind 1937 is de scheiding echter al een feit. Het duurt dan nog tot april 1939 wanneer Rachel en Jeannette weer naar Arnhem komen. Daar gaan ze in de Apeldoornscheweg 146 wonen.
Op oudere leeftijd neemt Rachel intrek in het joods bejaardentehuis op Markt 5. Bij de grote razzia van 10 op 11 december 1942 en de ontruiming van het bejaardenhuis wordt ze opgepakt en afgevoerd naar kamp Westerbork. Op 29 februari 1943 gaat ze op transport naar Auschwitz en wordt bij aankomst vergast, ze is dan 63 jaar oud. Na de oorlog wordt een claim ingediend voor vergoeding van waardevolle voorwerpen die in 1941 zijn ingeleverd bij de roofbank Lippmann-Rosenthal.
Tweede generatie: Joachim Mogendorff volgt vader Asser op
Joachim Mogendorff (1900-1943) volgde in 1928 - zoals we hierboven zagen - zijn vader op in de zaak aan de Rijnkade. De bedrijfsnaam A. Mogendorff, groothandel in papierwaren blijft gehandhaafd en het bedrijf floreert. Eind 1923 trouwt Joachim hij met Eva (Estella) Jacobs (1900) uit Delden. Ze wonen in de Oeverstraat 57, niet ver van het ouderlijk huis aan de Rijnkade.

(Joachim en Estella, aankondiging van hun huwelijk in het N.I.W. van 16-11-1923)
In 1924 krijgen zij een dochtertje Rachel, roepnaam Chelly. In 1927 komt - heel verdrietig - een tweede kindje levenloos ter wereld. Het verdriet daarover deelt de familie in een advertentie in de Arnhemse Courant.
Wanneer zijn vader in 1928 overlijdt, gaat Joachim met zijn vrouw Eva en hun dochtertje Rachel (Chelly) in het ouderlijk huis Rijnkade 56 wonen. Zijn moeder en zijn zus Jeannette Engelina verhuizen dan naar de Prins Hendrikstraat 46. Aan de Rijnkade 56 wordt eind 1928 Lena (Lenie) geboren en in 1931 Arthur Max (Arthur). Op en zeker moment komt ook Jeannette Engelina, de jongere zus van Joachim weer aan de Rijnkade wonen. Zij is naaister van beroep en ook hulp in de huishouding.

Uitje Joodse school naar Valkeveen 15 juni 1934 met vooraan zittend eerste links Lenie Mogendorff en op de tweede rij van boven uiterst rechts Chelly (Rachel) Mogendorff (uit Margo Klijn, ‘De stille slag, Joodse Arnhemmers 1933-1945’, pagina 37)

(Lena Mogendorff, foto herinneringscentrum Westerbork)
Joodse gemeenschap
Het gezin Joachim Mogendorff is actief binnen de Joodse gemeenschap. In 1933 zit Eva met andere vrouwen in het huisvestingscomité voor de inkwartiering van joodse vluchtelingen uit Duitsland. Joachim is vanaf 1934 lid van het bestuur van de Nederlands Israëlitische Hoofd Synagoge (N.I.H.S.) in Arnhem. Verder is hij voorzitter in het bestuur van het ressort of Rabbinaat Gelderland met het bureau achter de Arnhemse synagoge.
(Samenstelling bestuur N.I.H.S in 1941)
Oorlog en bezetting
Na de Duitse bezetting wordt de joodse bevolkingsgroep gaandeweg buitengesloten van elk normaal maatschappelijk leven. Ook Joodse Arnhemmers worden vervolgd en Joodse bedrijven in de loop van 1941-1942 in beslag genomen (1). Op een lijst van joodse bedrijven en winkels van de Kamer van Koophandel van 10 september 1942 staat het bedrijf aan de Rijnkade genoemd met als joodse eigenaar J. Mogendorff. In augustus 1943 neemt de N.A.O.G het pand namens de bezetter in beheer, de Verwalter wordt mr. G.J. Frankenhuijzen, Brink 97, Deventer (2). In 1945 wordt dit herroepen en worden de erven Mogendorff in hun rechten hersteld.
In 1942 doet H.J. Wagenaar (bedrijfsleider) aanvraag namens A.Swart (Swart's Cleaning Service) om zijn stomerij van de Rijnstraat 4 te verplaatsen naar Rijnkade 56. Wagenaar wordt dan huurder/gebruiker van het pand. In de jaren 1946-1948 zien we hem nieuwe vergunningen aanvragen voor uitbreiding van de stomerij aan de Rijnkade. In 1954 wordt Rijnkade 56 geveild.
Voorlichter Joodsche Raad Arnhem
Joachim is in de loop van 1941 voorlichter bij de afdeling in Arnhem van de Joodsche Raad (1941) geworden. In die functie is hij gesperrt en wordt daarmee beschermd tegen deportaties en/of de Arbeitseinsatz. Met hem genieten ook zijn medegezinsleden al dan niet formeel bescherming totdat de Duitse bezetter Sperren in 1943 afschaft. Oudste dochter en kinderverzorgster Chelly is niet-gesperrt, maar profiteert mee.
In 1943 beveelt de bezetter dat op 10 april 1943 acht Nederlandse provincies Judenrein moeten zijn. Het gaat om de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Sperren zijn niet meer geldig. Op die dag moeten ook de laatste Arnhemse joden – voornamelijk gespertte personen - zich op het station melden voor de trein naar Vught. Alle bewoners van Rijnkade 56, Joachim en Eva, de kinderen Chelly, Lenie en Arthur en zus Jeannette Engelina komen in kamp Vught terecht.
Naar Vught en Westerbork
Mannen, vrouwen en kinderen worden in Vught van elkaar gescheiden. De kinderbarakken raken steeds voller en de kinderen raken onhandelbaar. De Duitsers besluiten hen daarom te deporteren naar Sobibor, moeders gaan mee. Op 6 juni worden Eva en de jongste kinderen Lena en Arthur Max op de trein gezet naar Westerbork. Op 8 juni vertrekt daar het beruchte Kindertransport naar Sobibor, waar Eva en haar twee kinderen drie dagen later eindigen in de gaskamer.
Op 2 juli 1943 vertrekt weer een groot transport van Vught naar Westerbork. Joachim, dochter Rachel en zus Jeannette Engelina reizen alle drie mee en komen in Westerbork terecht. De persoonskaarten van Joachim en Rachel staan hieronder.

(Persoonskaart vader Joachim Mogendorff)

(Persoonskaart dochter Rachel Mogendorff)
Volgens zijn persoonskaart is Joachim bekend met het papierwarenvak en administratief goed onderlegd. Hij is een harde werker en heeft hij aanleg voor opzichterswerkzaamheden. Hoewel zijn gezondheidstoestand als goed wordt beschreven, komt hij enkele maanden later op 5 juli 1943 om, het is niet bekend wat zijn doodsoorzaak is. Op 7 juli wordt hij in kamp Westerbork gecremeerd. De urn (nr. 308) met zijn as wordt bijgezet op de joodse begraafplaats in Arnhem. Hij ligt daar tussen Albert Schiff (†17-07-1943) en Curt Egon Kochmann (†27-04-1944). Dat kan erop duiden dat hij niet lang na zijn overlijden in Arnhem is begraven. De vraag is hoe en door wie dit geregeld is, de overige gezinsleden zijn dan al vermoord, op Rachel (Chelly) na.

(Graf Joachim Mogendorff op Moscowa)
Ook zus Jeannette en dochter Chelly op transport
Op 6 juli 1943, daags na het overlijden van haar broer Joachim, wordt zus Jeannette Engelina (1915-1943) op transport gezet naar Sobibor, waar zij drie dagen later wordt vergast. Dochter Rachel (Chelly) wordt nog een tijdje in het kamp gehouden, mogelijk omdat zij nuttig is als kinderverzorgster. Op 7 september 1943 wordt ze op de trein gezet naar Auschwitz, waar ze na aankomst uit de rij wordt gehaald om zich vervolgens letterlijk dood te werken. Vaak bezwijken gevangenen als zij al binnen één tot twee maanden. Het Rode Kruis heeft haar sterfdatum vastgesteld op 30 november 1943, de laatste dag van de maand, waarmee wordt aangegeven dat de precieze datum niet bekend is.
Zes struikelstenen
Hiermee eindigt het verhaal over de lotgevallen van de twee Arnhemse families Asser Mogendorff (vader) en Joachim Mogendorff (zoon) van de Rijnkade 56. Op dit adres worden in september 2025 zes struikelstenen gelegd voor Joachim en Eva Mogendorff-Jacobs, voor hun drie kinderen Rachel, Lena en Arthur Max en voor Jeanette Mogendorff, de zus van Joachim. Mogen de zes struikelstenen een getuigenis en een blijvende herinnering aan hen zijn.
september 2025
Noten
(1) Al in de zomer van 1941 moeten joden hun bezittingen laten registreren bij Lippmann-Rosenthal, een voormalige joodse bank die was overgenomen door de Duitse bezetter. Daarna werden hun gelden en bezittingen overdragen worden naar deze bank. Het joodse bedrijfsleven wordt opgeheven. Winkels of kleine joodse ondernemingen worden geliquideerd. Grote of economisch belangrijke joodse bedrijven worden 'geariseerd', dat wil zeggen onteigend en voortgezet door niet-joden.
(2) Nederlandsche Administratie van Onroerend Goed (NAOG), een pro-Duits uitvoeringsorgaan van Nederlandse beheerders, een van de grootste spelers van onteigening van Joods onroerend goed. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemeen_Nederlandsch_Beheer_van_Onroerende_Goederen
Verwijzing
Op de persoonlijke pagina's van de Arnhemse familie Joachim Mogendorff aan de Rijnkade 56 wordt naar dit verhaal verwezen.
Bronnen
Joodsmonument.nl
Oorlogsbronnen.nl
WieWasWie.nl
Arnhemse adresboeken (Gelders Archief)
Verhalen →
Jans Askes
Aan de Rijnkade 56 woonden voor de oorlog vader en (later) zoon Mogendorff. Zij zaten in de papierhandel. Asser Mogendorff leidde het bedrijf. Na zijn overlijden in 1928 volgde zijn zoon Joachim Mogendorff hem op. De bezetter maakte een einde aan de onderneming, de families overleefden de oorlog niet. Hieronder hun lotgevallen.
Eerste generatie: Asser Mogendorff van slagersknecht tot directeur
Asser Mogendorff wordt in 1874 te Almelo geboren als tweede zoon van Michaël Mogendorff en Zanetta Wertheim. Begin 1877 verhuist het gezin met twee kinderen naar Deventer, waar er nog twee kinderen geboren worden. Rond 1890 vertrekt de familie definitief naar Arnhem. Daar richt Michaël Mogendorff zich op de papierhandel en aanverwante artikelen. Zijn zonen Jozef, Asser en Nathan treden later alle drie in zijn voetsporen.

(Sluitzegels firma A.Mogendorff, collectie JCK)
Zoon Asser (1874-1928) kiest eerst voor het slagersvak. In de zomer van 1892 is hij 17 jaar en werkt als slagersknecht in Hoorn. Drie jaar later - in de winter van 1895-1896 - komen we hem tegen als slagersknecht in Amsterdam. Waarschijnlijk heeft hij daar zijn toekomstige vrouw Rachel Pruikemaker (1879-1943) leren kennen. In september 1898 verloven ze zich en een jaar later trouwen zij in Arnhem. Rachel is dan 19 jaar, Asser 23. In Arnhem verhuizen ze regelmatig. Ze wonen achtereenvolgens in de Driekoningendwarsstraat, de Oude Kraan, de Broerenstraat en de Weerdjesstraat. Tussen 1911-1913 wonen ze op het adres Parkstraat 110 en tussen 1914-1917 in Parkstraat 89. In 1917 koopt Asser het pand Rijnstraat 56 van de toenmalige bewoner Nicolaas Hillen (1862-1934) en gaat er wonen. Hillen was apotheker in de Rijnstraat 82 (thans nummer 81).

(Aankondiging in het Nederlands Israëlitisch Weekblad van 09-09-1898)
Hun kinderen Joachim en Jeannette
Binnen een jaar wordt hun eerste kindje Joachim geboren en daar zou het een tijd bij blijven. De teleustelling is groot wanneer na elf jaar een tweede kind levenloos wordt geboren, het verdriet daarover delen de ouders in een rouwadvertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad.
Een maand later zijn zij 12½ getrouwd. 'Hun liefhebbend zoontje Joachim' kondigt in een advertentie aan dat zijn geliefde ouders hun 12½ jarige echtvereniging hopen te herdenken. Als Joachim 13 is en bar mitswa wordt, vermelden zijn ouders in een advertentie nadrukkelijk dat Joachim hun ‘enige zoon’ is. De jonge Joachim gaat na de lagere school naar de 3-jarige HBS en doorloopt die met succes.
In 1915 wordt Jeannette Engelina (Jeannette) geboren. Joachim is dan veertien.
In de trouwakte staat Asser vermeld als handelsagent, een zelfstandig tussenpersoon die bemiddelt tussen een verkopende partij en klant. Dat blijft hij tot en met 1910. Tussen 1911-1918 wordt hij koopman genoemd, hij woont dan in de Parkstraat. In de Arnhemsche Courant van 21-12-1918 staat: 'Als alle jaren ontvingen wij ook voor 1919 van de firma A.Mogendorff, Rijnkade, alhier, een practische memorandumkalender met weekelijksche bladen, die ruim gelegenheid bieden voor aanteekeningen'. Asser had dus al jaren een eigen bedrijf. In 1919 wordt hij koopman in reclame-artikelen en dat blijft hij tot en met 1928. In 1923 staan vader en zoon beiden vermeld als papierwarengrossier.
Asser overlijdt, zijn vrouw Rachel hertrouwt en verhuist
Het noodlot slaat enkele jaren later toe: vader Asser wordt langdurig ziek en opgenomen in de joodse psychiatrische inrichting “Het Apeldoornse Bosch”, waar hij in de zomer van 1928 overlijdt.

(Rouwadvertentie in de Arnhemsche Courant van 02-07-1928)
Asser's vrouw Rachel en hun veertienjarige dochter Jeannette Engelina verhuizen daarop naar de Prins Hendrikstraat 46. Zoon Joachim keert terug in zijn ouderlijk huis aan de Rijnkade en zet van daaruit het familiebedrijf voort
Rachel hertrouwt in februari 1931 met Ies Levie Mogendorff, een achterneef van Asser, die al sinds 1902 in Arnhem woont. Ies heeft met zijn broer Louis een parfumeriezaak (ILMO) in de Kastanjelaan 42. Hij verloor zijn vrouw in augustus 1929 en bleef achter met een dochter van eenentwintig. Rachel en (waarschijnlijk ook) Jeannette Engelina gaan bij Israël in de Kastanjelaan wonen. Het huwelijk houdt geen stand en in mei 1933 wordt de scheiding uitgesproken. Rachel verhuist naar de Bovenbrugstraat 12 (1934-1935).
In 1936 hertrouwt Rachel met Marcus Frankfoorder uit Den Haag, waar zij ook daadwerkelijk korte tijd ingeschreven staat. Het echtpaar Rachel en Marcus verhuizen daarna met Rachels's dochter Jeannete naar Amsterdam (1936-1939). Eind 1937 is de scheiding echter al een feit. Het duurt dan nog tot april 1939 wanneer Rachel en Jeannette weer naar Arnhem komen. Daar gaan ze in de Apeldoornscheweg 146 wonen.
Op oudere leeftijd neemt Rachel intrek in het joods bejaardentehuis op Markt 5. Bij de grote razzia van 10 op 11 december 1942 en de ontruiming van het bejaardenhuis wordt ze opgepakt en afgevoerd naar kamp Westerbork. Op 29 februari 1943 gaat ze op transport naar Auschwitz en wordt bij aankomst vergast, ze is dan 63 jaar oud. Na de oorlog wordt een claim ingediend voor vergoeding van waardevolle voorwerpen die in 1941 zijn ingeleverd bij de roofbank Lippmann-Rosenthal.
Tweede generatie: Joachim Mogendorff volgt vader Asser op
Joachim Mogendorff (1900-1943) volgde in 1928 - zoals we hierboven zagen - zijn vader op in de zaak aan de Rijnkade. De bedrijfsnaam A. Mogendorff, groothandel in papierwaren blijft gehandhaafd en het bedrijf floreert. Eind 1923 trouwt Joachim hij met Eva (Estella) Jacobs (1900) uit Delden. Ze wonen in de Oeverstraat 57, niet ver van het ouderlijk huis aan de Rijnkade.

(Joachim en Estella, aankondiging van hun huwelijk in het N.I.W. van 16-11-1923)
In 1924 krijgen zij een dochtertje Rachel, roepnaam Chelly. In 1927 komt - heel verdrietig - een tweede kindje levenloos ter wereld. Het verdriet daarover deelt de familie in een advertentie in de Arnhemse Courant.
Wanneer zijn vader in 1928 overlijdt, gaat Joachim met zijn vrouw Eva en hun dochtertje Rachel (Chelly) in het ouderlijk huis Rijnkade 56 wonen. Zijn moeder en zijn zus Jeannette Engelina verhuizen dan naar de Prins Hendrikstraat 46. Aan de Rijnkade 56 wordt eind 1928 Lena (Lenie) geboren en in 1931 Arthur Max (Arthur). Op en zeker moment komt ook Jeannette Engelina, de jongere zus van Joachim weer aan de Rijnkade wonen. Zij is naaister van beroep en ook hulp in de huishouding.

Uitje Joodse school naar Valkeveen 15 juni 1934 met vooraan zittend eerste links Lenie Mogendorff en op de tweede rij van boven uiterst rechts Chelly (Rachel) Mogendorff (uit Margo Klijn, ‘De stille slag, Joodse Arnhemmers 1933-1945’, pagina 37)

(Lena Mogendorff, foto herinneringscentrum Westerbork)
Joodse gemeenschap
Het gezin Joachim Mogendorff is actief binnen de Joodse gemeenschap. In 1933 zit Eva met andere vrouwen in het huisvestingscomité voor de inkwartiering van joodse vluchtelingen uit Duitsland. Joachim is vanaf 1934 lid van het bestuur van de Nederlands Israëlitische Hoofd Synagoge (N.I.H.S.) in Arnhem. Verder is hij voorzitter in het bestuur van het ressort of Rabbinaat Gelderland met het bureau achter de Arnhemse synagoge.
(Samenstelling bestuur N.I.H.S in 1941)
Oorlog en bezetting
Na de Duitse bezetting wordt de joodse bevolkingsgroep gaandeweg buitengesloten van elk normaal maatschappelijk leven. Ook Joodse Arnhemmers worden vervolgd en Joodse bedrijven in de loop van 1941-1942 in beslag genomen (1). Op een lijst van joodse bedrijven en winkels van de Kamer van Koophandel van 10 september 1942 staat het bedrijf aan de Rijnkade genoemd met als joodse eigenaar J. Mogendorff. In augustus 1943 neemt de N.A.O.G het pand namens de bezetter in beheer, de Verwalter wordt mr. G.J. Frankenhuijzen, Brink 97, Deventer (2). In 1945 wordt dit herroepen en worden de erven Mogendorff in hun rechten hersteld.
In 1942 doet H.J. Wagenaar (bedrijfsleider) aanvraag namens A.Swart (Swart's Cleaning Service) om zijn stomerij van de Rijnstraat 4 te verplaatsen naar Rijnkade 56. Wagenaar wordt dan huurder/gebruiker van het pand. In de jaren 1946-1948 zien we hem nieuwe vergunningen aanvragen voor uitbreiding van de stomerij aan de Rijnkade. In 1954 wordt Rijnkade 56 geveild.
Voorlichter Joodsche Raad Arnhem
Joachim is in de loop van 1941 voorlichter bij de afdeling in Arnhem van de Joodsche Raad (1941) geworden. In die functie is hij gesperrt en wordt daarmee beschermd tegen deportaties en/of de Arbeitseinsatz. Met hem genieten ook zijn medegezinsleden al dan niet formeel bescherming totdat de Duitse bezetter Sperren in 1943 afschaft. Oudste dochter en kinderverzorgster Chelly is niet-gesperrt, maar profiteert mee.
In 1943 beveelt de bezetter dat op 10 april 1943 acht Nederlandse provincies Judenrein moeten zijn. Het gaat om de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Sperren zijn niet meer geldig. Op die dag moeten ook de laatste Arnhemse joden – voornamelijk gespertte personen - zich op het station melden voor de trein naar Vught. Alle bewoners van Rijnkade 56, Joachim en Eva, de kinderen Chelly, Lenie en Arthur en zus Jeannette Engelina komen in kamp Vught terecht.
Naar Vught en Westerbork
Mannen, vrouwen en kinderen worden in Vught van elkaar gescheiden. De kinderbarakken raken steeds voller en de kinderen raken onhandelbaar. De Duitsers besluiten hen daarom te deporteren naar Sobibor, moeders gaan mee. Op 6 juni worden Eva en de jongste kinderen Lena en Arthur Max op de trein gezet naar Westerbork. Op 8 juni vertrekt daar het beruchte Kindertransport naar Sobibor, waar Eva en haar twee kinderen drie dagen later eindigen in de gaskamer.
Op 2 juli 1943 vertrekt weer een groot transport van Vught naar Westerbork. Joachim, dochter Rachel en zus Jeannette Engelina reizen alle drie mee en komen in Westerbork terecht. De persoonskaarten van Joachim en Rachel staan hieronder.

(Persoonskaart vader Joachim Mogendorff)

(Persoonskaart dochter Rachel Mogendorff)
Volgens zijn persoonskaart is Joachim bekend met het papierwarenvak en administratief goed onderlegd. Hij is een harde werker en heeft hij aanleg voor opzichterswerkzaamheden. Hoewel zijn gezondheidstoestand als goed wordt beschreven, komt hij enkele maanden later op 5 juli 1943 om, het is niet bekend wat zijn doodsoorzaak is. Op 7 juli wordt hij in kamp Westerbork gecremeerd. De urn (nr. 308) met zijn as wordt bijgezet op de joodse begraafplaats in Arnhem. Hij ligt daar tussen Albert Schiff (†17-07-1943) en Curt Egon Kochmann (†27-04-1944). Dat kan erop duiden dat hij niet lang na zijn overlijden in Arnhem is begraven. De vraag is hoe en door wie dit geregeld is, de overige gezinsleden zijn dan al vermoord, op Rachel (Chelly) na.

(Graf Joachim Mogendorff op Moscowa)
Ook zus Jeannette en dochter Chelly op transport
Op 6 juli 1943, daags na het overlijden van haar broer Joachim, wordt zus Jeannette Engelina (1915-1943) op transport gezet naar Sobibor, waar zij drie dagen later wordt vergast. Dochter Rachel (Chelly) wordt nog een tijdje in het kamp gehouden, mogelijk omdat zij nuttig is als kinderverzorgster. Op 7 september 1943 wordt ze op de trein gezet naar Auschwitz, waar ze na aankomst uit de rij wordt gehaald om zich vervolgens letterlijk dood te werken. Vaak bezwijken gevangenen als zij al binnen één tot twee maanden. Het Rode Kruis heeft haar sterfdatum vastgesteld op 30 november 1943, de laatste dag van de maand, waarmee wordt aangegeven dat de precieze datum niet bekend is.
Zes struikelstenen
Hiermee eindigt het verhaal over de lotgevallen van de twee Arnhemse families Asser Mogendorff (vader) en Joachim Mogendorff (zoon) van de Rijnkade 56. Op dit adres worden in september 2025 zes struikelstenen gelegd voor Joachim en Eva Mogendorff-Jacobs, voor hun drie kinderen Rachel, Lena en Arthur Max en voor Jeanette Mogendorff, de zus van Joachim. Mogen de zes struikelstenen een getuigenis en een blijvende herinnering aan hen zijn.
september 2025
Noten
(1) Al in de zomer van 1941 moeten joden hun bezittingen laten registreren bij Lippmann-Rosenthal, een voormalige joodse bank die was overgenomen door de Duitse bezetter. Daarna werden hun gelden en bezittingen overdragen worden naar deze bank. Het joodse bedrijfsleven wordt opgeheven. Winkels of kleine joodse ondernemingen worden geliquideerd. Grote of economisch belangrijke joodse bedrijven worden 'geariseerd', dat wil zeggen onteigend en voortgezet door niet-joden.
(2) Nederlandsche Administratie van Onroerend Goed (NAOG), een pro-Duits uitvoeringsorgaan van Nederlandse beheerders, een van de grootste spelers van onteigening van Joods onroerend goed. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Algemeen_Nederlandsch_Beheer_van_Onroerende_Goederen
Verwijzing
Op de persoonlijke pagina's van de Arnhemse familie Joachim Mogendorff aan de Rijnkade 56 wordt naar dit verhaal verwezen.
Bronnen
Joodsmonument.nl
Oorlogsbronnen.nl
WieWasWie.nl
Arnhemse adresboeken (Gelders Archief)