menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Toespraak rector Olympus november 2025

Voordracht herdenking Joods Monument Arnhem
9 november 2025

Dinsdag 20 januari 1942 was een ijzig koude dag. Arnhem ging verscholen onder een grijs wolkendek, er stond een matige wind uit Oostelijke richting en de temperatuur daalde tot een gevoelswaarde van -20 graden. De winter van ‘41-‘42 werd een van de koudste ooit gemeten in Nederland. 

Zeshonderd kilometer Oostwaarts kwamen op diezelfde 20e januari rond het middaguur vijftien hoge nazi ambtenaren bijeen in een statige villa net buiten de Duitse hoofdstad. Veel tijd had men hier niet nodig. Binnen twee uur en opgetekend in slechts vijftien onbewogen pagina’s notulen, kwamen de aanwezigen tot een ‘definitieve oplossing voor het Jodenvraagstuk’. 
In de maanden volgend op de Wannseeconferentie ontvouwden zich met eenzelfde ijzige doelmatigheid de meest zwarte bladzijden uit de menselijke geschiedenis. Het lot van Europese Joden was bezegeld. Ook de Arnhemse Joodse gemeenschap bleef niet gespaard.
 
Er bestaan filmbeelden van Arnhem tijdens die extreme winter van ‘41-‘42 (Gelders Archief). De stad is nog ongeschonden en ligt gehuld in een dikke witte deken: we zien besneeuwde daken en straten, voortploeterende ouderen, sleeënde kinderen, de bevroren waterval in Park Sonsbeek en nieuwsgierige stadgenoten die vanaf de Rijnkade verwonderd kijken naar ijsgang op de rivier. 

Joden zijn op deze beelden niet te herkennen; de verplichting om de gele ster te dragen gold in Arnhem, net als in de rest van Nederland, pas vanaf mei 1942, maar aannemelijk is dat een aanzienlijk deel van hen zich toen al bewust onttrok aan het publieke domein. Het ogenschijnlijk onschuldige tafereel verraadt dan ook nergens het naderend onheil, noch de ellende die zich op dat moment al elders in de stad afspeelt.

Arnhem kende begin vorige eeuw een geringe, maar actieve Joodse gemeenschap. Het plein waar wij nu staan en de achterliggende straten rondom de synagoge vormden het hart van het Joodse leven in de stad, maar het groeiend aantal Stolpersteine maakt vandaag de dag weer zichtbaar dat zij in alle wijken van Arnhem deel uitmaakten van het maatschappelijk leven. 
Zoals zoveel stadgenoten, waren Joden breed vertegenwoordigd in lokale sportclubs, muziekkorpsen of de scouting. Bij afwezigheid van een eigen Joodse school, gingen Joodse en niet-Joodse kinderen samen naar dezelfde scholen in de stad. Velen waren ondernemend; maakten met hun kleine boetiekjes of grotere handelszaken deel uit van de Arnhemse middenstand en sommigen gaven zelfs aanzet voor - inmiddels - grote multinationals.

Na de machtsovername in 1933 en de groeiende repressie werd het voor Joden in Duitsland snel onveiliger. Velen zochten hun heil dan ook elders en ontvluchtte centraal Europa, ook richting Nederland. Kort na Kirstallnacht, vanavond op morgen precies 87 jaar geleden, nam het aantal Joodse vluchtelingen ook naar ons land rap toe. Als eerste grote stad achter de grens groeide het aantal Joden in Arnhem van zo’n 1400 naar bijna 2000, maar met de Duitse inval anderhalf jaar later was men ook hier niet meer veilig.
Hoewel er in de stad geen getto’s waren ingericht, werden Joden vanaf de zomer van 1940 wel geïsoleerd door verboden, ontslagen en gerichte agressie. 
Net als in de rest van Europa tekende zich in Arnhem een verhaal af van systematische uitsluiting en toenemend geweld, waarbij het Joden verboden werd om lid te blijven van muziekverenigingen of sportclubs; Joodse kinderen mochten vanaf september 1941 niet langer naar openbare scholen; parken, restaurants, bibliotheken, schouwburgen, musea en andere openbare gelegenheden werden voor Joden verboden gebied. 
Joodse ondernemingen werden geliquideerd, aangevallen en vaak vernield en Joods bezit, waaronder ruim 300 woningen, werd onteigend en door de Duitse bezetter doorverkocht. Veelal aan vooraanstaande NSB’ers en 
pro-Duitse makelaars, advocaten en notarissen; ruim 50 van hen afkomstig uit onze eigen stad.

Met de grote razzia’s van 17 en 18 november 1942 en in daaropvolgende maanden werd ook in Arnhem in een klap voelbaar waartoe in januari dat jaar nabij Berlijn was besloten. Nog geen tien jaar nadat de nazi’s aan de macht waren gekomen en hun ideologie van propaganda naar beleid hadden vertaald, volgde nu uitvoering d.m.v. systematische genocide. 
In totaal werden tijdens de Duitse bezetting ruim 1500 Arnhemse Joden gedeporteerd en vermoord, nagenoeg de voltallige gemeenschap. Vermoord omdat zij Jood waren, omdat zij anders waren.

Fascisme begint niet met wapens of massavernietiging; het begint met taal en voedt zich met angst en woede. Angst voor de ander, voor minderheden en woede richting een elite of gevestigde orde die het nalaat iets aan die angst te doen. Het draagt vijandbeelden aan, o.a. door openlijk te liegen. Niet om te overtuigen, maar om minachting van de feiten te etaleren en hiermee het politieke debat te ontwrichten. Het begint bij polarisatie, het uitsluiten van de ander, maar uiteindelijk is niemand meer vrij.
Dit monument en deze herdenking herinnert ons aan waar uitsluiting en vervolging op grond van ‘wie je bent’ toe kunnen leiden en het appel van deze koffer aan ons allen is misschien urgenter dan ooit: normaliseer nooit wat extreem is.

Ik sta hier net als u als Nederlander, als Arnhemmer, maar ook als rector van het Olympus College en ik ben naast optimistisch soms ook bezorgd. Onze school ligt centraal in het prachtige, diverse Malburgen en onze gemeenschap bestaat voor een groot deel uit de minderheden van onze huidige tijd. Meer dan 45 etniciteiten vinden bij ons een warme en veilige plek om te leren en zichzelf te zijn en worden daar ongeacht achtergrond, allemaal gezien, gehoord en gewaardeerd. Het doet mij dan ook pijn te horen dat onze leerlingen zich anno 2025 soms hardop afvragen: mogen wij nog wel meedoen, hoor ik er nog wel bij?

Net als 85 jaar geleden is er is geen bewezen remedie tegen het huidige retorieke tumult, ook in Nederland. Maar wat we in ieder geval kunnen doen is voorrang geven aan verhalen van mensen die door uitsluiting geraakt worden. Dat gaat altijd om mensen uit minderheden in de samenleving, toen en nu.
Juist daarom is het zo waardevol dat onze leerlingen afgelopen week met een open blik op de wereld, tijd en ruimte hebben gemaakt om stil te staan bij de moord op 1500 Joden uit hun stad; dat zij op zoek zijn gegaan naar verhalen van die vele Joodse leeftijdgenoten die nooit meer naar Arnhem terugkeerden; en dat zij daarbij ook hun eigen gevoel een plek hebben mogen geven. Door op deze manier samen te herdenken, geven we Arnhemse slachtoffers van de holocaust weer een naam, geven wij voorrang aan hun verhaal en leven zij voort. We zijn dat aan hen én aan onszelf verplicht.

In de antichambre van het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam, de laatste kamer waar artiesten zich voorbereiden voordat zij het podium betreden, is een krachtig citaat in de muur gegraveerd: all concord’s born of contraries. Vrij vertaald; alle eendracht wordt geboren uit tegenstellingen en alleen via de kristallen spiegel boven de schouw is de tekst moeiteloos te lezen.

We zijn allemaal anders, hebben andere ideeën, idealen, andere behoeften. We denken en geloven niet allemaal hetzelfde en we zien er niet allemaal hetzelfde uit. Daar mogen we ons geen angst voor laten aanpraten, maar moeten we juist kracht uit putten, zodat het ons trots en zelfverzekerd maakt. 

Alleen wanneer we verschillen omarmen, elkaar insluiten en elkaar, telkens weer de hand reiken en actief op zoek gaan naar wat ons verbindt, maakt dat onze samenleving mooier, sterker en veerkrachtiger. En inderdaad, dat vraagt om een blik in de spiegel en een niet aflatende inspanning van ons allemaal.


Of er nog winters komen zoals die van ’41-‘42 durf ik niet te voorspellen. Maar te zien dat onze leerlingen, ongeacht hun achtergrond, afgelopen week precies dát hebben gedaan, stemt mij dan ook trots en hoopvol. Trots op de jongere generatie van deze mooie stad, en hoopvol op een toekomst waarin verbondenheid, empathie en geborgenheid voor iedereen vanzelfsprekend zal zijn.    

Ilja Faber
Rector Olympus College

Herdenking

Toespraak rector Olympus november 2025

Voordracht herdenking Joods Monument Arnhem
9 november 2025

Dinsdag 20 januari 1942 was een ijzig koude dag. Arnhem ging verscholen onder een grijs wolkendek, er stond een matige wind uit Oostelijke richting en de temperatuur daalde tot een gevoelswaarde van -20 graden. De winter van ‘41-‘42 werd een van de koudste ooit gemeten in Nederland. 

Zeshonderd kilometer Oostwaarts kwamen op diezelfde 20e januari rond het middaguur vijftien hoge nazi ambtenaren bijeen in een statige villa net buiten de Duitse hoofdstad. Veel tijd had men hier niet nodig. Binnen twee uur en opgetekend in slechts vijftien onbewogen pagina’s notulen, kwamen de aanwezigen tot een ‘definitieve oplossing voor het Jodenvraagstuk’. 
In de maanden volgend op de Wannseeconferentie ontvouwden zich met eenzelfde ijzige doelmatigheid de meest zwarte bladzijden uit de menselijke geschiedenis. Het lot van Europese Joden was bezegeld. Ook de Arnhemse Joodse gemeenschap bleef niet gespaard.
 
Er bestaan filmbeelden van Arnhem tijdens die extreme winter van ‘41-‘42 (Gelders Archief). De stad is nog ongeschonden en ligt gehuld in een dikke witte deken: we zien besneeuwde daken en straten, voortploeterende ouderen, sleeënde kinderen, de bevroren waterval in Park Sonsbeek en nieuwsgierige stadgenoten die vanaf de Rijnkade verwonderd kijken naar ijsgang op de rivier. 

Joden zijn op deze beelden niet te herkennen; de verplichting om de gele ster te dragen gold in Arnhem, net als in de rest van Nederland, pas vanaf mei 1942, maar aannemelijk is dat een aanzienlijk deel van hen zich toen al bewust onttrok aan het publieke domein. Het ogenschijnlijk onschuldige tafereel verraadt dan ook nergens het naderend onheil, noch de ellende die zich op dat moment al elders in de stad afspeelt.

Arnhem kende begin vorige eeuw een geringe, maar actieve Joodse gemeenschap. Het plein waar wij nu staan en de achterliggende straten rondom de synagoge vormden het hart van het Joodse leven in de stad, maar het groeiend aantal Stolpersteine maakt vandaag de dag weer zichtbaar dat zij in alle wijken van Arnhem deel uitmaakten van het maatschappelijk leven. 
Zoals zoveel stadgenoten, waren Joden breed vertegenwoordigd in lokale sportclubs, muziekkorpsen of de scouting. Bij afwezigheid van een eigen Joodse school, gingen Joodse en niet-Joodse kinderen samen naar dezelfde scholen in de stad. Velen waren ondernemend; maakten met hun kleine boetiekjes of grotere handelszaken deel uit van de Arnhemse middenstand en sommigen gaven zelfs aanzet voor - inmiddels - grote multinationals.

Na de machtsovername in 1933 en de groeiende repressie werd het voor Joden in Duitsland snel onveiliger. Velen zochten hun heil dan ook elders en ontvluchtte centraal Europa, ook richting Nederland. Kort na Kirstallnacht, vanavond op morgen precies 87 jaar geleden, nam het aantal Joodse vluchtelingen ook naar ons land rap toe. Als eerste grote stad achter de grens groeide het aantal Joden in Arnhem van zo’n 1400 naar bijna 2000, maar met de Duitse inval anderhalf jaar later was men ook hier niet meer veilig.
Hoewel er in de stad geen getto’s waren ingericht, werden Joden vanaf de zomer van 1940 wel geïsoleerd door verboden, ontslagen en gerichte agressie. 
Net als in de rest van Europa tekende zich in Arnhem een verhaal af van systematische uitsluiting en toenemend geweld, waarbij het Joden verboden werd om lid te blijven van muziekverenigingen of sportclubs; Joodse kinderen mochten vanaf september 1941 niet langer naar openbare scholen; parken, restaurants, bibliotheken, schouwburgen, musea en andere openbare gelegenheden werden voor Joden verboden gebied. 
Joodse ondernemingen werden geliquideerd, aangevallen en vaak vernield en Joods bezit, waaronder ruim 300 woningen, werd onteigend en door de Duitse bezetter doorverkocht. Veelal aan vooraanstaande NSB’ers en 
pro-Duitse makelaars, advocaten en notarissen; ruim 50 van hen afkomstig uit onze eigen stad.

Met de grote razzia’s van 17 en 18 november 1942 en in daaropvolgende maanden werd ook in Arnhem in een klap voelbaar waartoe in januari dat jaar nabij Berlijn was besloten. Nog geen tien jaar nadat de nazi’s aan de macht waren gekomen en hun ideologie van propaganda naar beleid hadden vertaald, volgde nu uitvoering d.m.v. systematische genocide. 
In totaal werden tijdens de Duitse bezetting ruim 1500 Arnhemse Joden gedeporteerd en vermoord, nagenoeg de voltallige gemeenschap. Vermoord omdat zij Jood waren, omdat zij anders waren.

Fascisme begint niet met wapens of massavernietiging; het begint met taal en voedt zich met angst en woede. Angst voor de ander, voor minderheden en woede richting een elite of gevestigde orde die het nalaat iets aan die angst te doen. Het draagt vijandbeelden aan, o.a. door openlijk te liegen. Niet om te overtuigen, maar om minachting van de feiten te etaleren en hiermee het politieke debat te ontwrichten. Het begint bij polarisatie, het uitsluiten van de ander, maar uiteindelijk is niemand meer vrij.
Dit monument en deze herdenking herinnert ons aan waar uitsluiting en vervolging op grond van ‘wie je bent’ toe kunnen leiden en het appel van deze koffer aan ons allen is misschien urgenter dan ooit: normaliseer nooit wat extreem is.

Ik sta hier net als u als Nederlander, als Arnhemmer, maar ook als rector van het Olympus College en ik ben naast optimistisch soms ook bezorgd. Onze school ligt centraal in het prachtige, diverse Malburgen en onze gemeenschap bestaat voor een groot deel uit de minderheden van onze huidige tijd. Meer dan 45 etniciteiten vinden bij ons een warme en veilige plek om te leren en zichzelf te zijn en worden daar ongeacht achtergrond, allemaal gezien, gehoord en gewaardeerd. Het doet mij dan ook pijn te horen dat onze leerlingen zich anno 2025 soms hardop afvragen: mogen wij nog wel meedoen, hoor ik er nog wel bij?

Net als 85 jaar geleden is er is geen bewezen remedie tegen het huidige retorieke tumult, ook in Nederland. Maar wat we in ieder geval kunnen doen is voorrang geven aan verhalen van mensen die door uitsluiting geraakt worden. Dat gaat altijd om mensen uit minderheden in de samenleving, toen en nu.
Juist daarom is het zo waardevol dat onze leerlingen afgelopen week met een open blik op de wereld, tijd en ruimte hebben gemaakt om stil te staan bij de moord op 1500 Joden uit hun stad; dat zij op zoek zijn gegaan naar verhalen van die vele Joodse leeftijdgenoten die nooit meer naar Arnhem terugkeerden; en dat zij daarbij ook hun eigen gevoel een plek hebben mogen geven. Door op deze manier samen te herdenken, geven we Arnhemse slachtoffers van de holocaust weer een naam, geven wij voorrang aan hun verhaal en leven zij voort. We zijn dat aan hen én aan onszelf verplicht.

In de antichambre van het Koninklijk Concertgebouw in Amsterdam, de laatste kamer waar artiesten zich voorbereiden voordat zij het podium betreden, is een krachtig citaat in de muur gegraveerd: all concord’s born of contraries. Vrij vertaald; alle eendracht wordt geboren uit tegenstellingen en alleen via de kristallen spiegel boven de schouw is de tekst moeiteloos te lezen.

We zijn allemaal anders, hebben andere ideeën, idealen, andere behoeften. We denken en geloven niet allemaal hetzelfde en we zien er niet allemaal hetzelfde uit. Daar mogen we ons geen angst voor laten aanpraten, maar moeten we juist kracht uit putten, zodat het ons trots en zelfverzekerd maakt. 

Alleen wanneer we verschillen omarmen, elkaar insluiten en elkaar, telkens weer de hand reiken en actief op zoek gaan naar wat ons verbindt, maakt dat onze samenleving mooier, sterker en veerkrachtiger. En inderdaad, dat vraagt om een blik in de spiegel en een niet aflatende inspanning van ons allemaal.


Of er nog winters komen zoals die van ’41-‘42 durf ik niet te voorspellen. Maar te zien dat onze leerlingen, ongeacht hun achtergrond, afgelopen week precies dát hebben gedaan, stemt mij dan ook trots en hoopvol. Trots op de jongere generatie van deze mooie stad, en hoopvol op een toekomst waarin verbondenheid, empathie en geborgenheid voor iedereen vanzelfsprekend zal zijn.    

Ilja Faber
Rector Olympus College

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats