Jans Askes
In september 2025 werden aan de Velperweg 99 struikelstenen gelegd voor Max Roos en zijn vrouw Emma Roos-Simons. Max en zijn broer Louis zaten in de confectie. Max werkte van jongs af aan in de fabriek van zijn vader. Broer Louis begon een eigen atelier voor regenkleding. Beide bedrijven waren gevestigd aan Brugstraat 8 en 8a. Hieronder volgt de geschiedenis van het familiebedrijf en - uitgebreider - ook de geschiedenis van de familie.
Het atelier van Casper Roos
Casper Roos (1874-1938) groeide op in Aalten en woonde in Arnhem toen hij in 1895 met Bertha Schöneberg (1872-1942) trouwde. Het echtpaar kreeg vier zonen, waarvan de oudste twee - Max en Louis - in het familiebedrijf zouden gaan werken. Casper was niet alleen koopman, maar vanaf 1907 ook kleermaker, in die tijd geen ongewoon beroep, Arnhem telde toen zo’n honderd kleermakers of kledingverkopers. In 1915 staat Casper als fabrikant vermeld, hij woonde nog aan de Walstraat 1. Hij was een van de eersten in Nederland die zich toelegde op fabrieksmatige vervaardiging van pantalons. Het eerste bedrijfspand lag aan Hommelstraat-hoek Sonsbeeksingel, daarna stond het atelier op de hoek Hommelstraat-Velperplein, vervolgens in de Roggestraat en de Velperpoortlangstraat en vanaf 1916 aan Brugstraat 8. Zelf ging Casper Roos met zijn gezin op nummer 8a wonen. Het atelier bediende voornamelijk de lokale markt. In 1921 en 1925 werd het bedrijf verbouwd en uitgebreid, zoals we kunnen zien aan de verleende hinderwetvergunningen uit die jaren (1).
Max Roos neemt de zaak over, Louis Roos begint voor zichzelf
Caspers oudste zoon Moses (Max) Roos (1896-1942) werkte in de zaak van zijn vader. Hij trouwde in 1919 met Emma Löwenstein (1897-1933) uit Enschede, het paar ging aan de Wetstraat 7 wonen. In 1927 verhuisden zij naar Brugstraat 8a en in 1933 naar Oude Kraan 83. In de periode 1935-1942 woonden zij aan Ernst Casimirlaan 19 (tegenwoordig Velperweg 99). In 1933 overlijdt Emma en hertrouwt Max in 1934 met Emma Simons (1904-1944) uit Den Haag. Hij is inmiddels fabrikant in herenconfectie. Aan de advertenties in de Arnhemse Courant te zien gaat het goed met het bedrijf. In 1927 trekken Max’ ouders zich terug uit de zaak en verhuizen naar Rijswijk. Max neemt het bedrijf over en verhuist naar Brugstraat 8a, het voormalige woonadres van zijn ouders. Broer Louis begint op hetzelfde adres een bedrijf voor fabricage van regenkleding. In 1933 komt nummer 8a vrij en wordt het pand bij het bedrijf getrokken. In de periode 1935-1940 groeit de onderneming, in advertenties worden regelmatig aankomende en bekwame machinestiksters gevraagd. In de jaren 1935 en 1940 wordt de confectiefabriek uitgebreid en van nieuwe elektromotoren voorzien (2). Aan de bouwtekening te zien heeft het bedrijf het nodige personeel gezien de zeven WC's die ingetekend staan.

(Brugstraat 8 tekening bij de hinderwetvergunning uit 1935, Gelders Archief)
(Brugstraat 8, hoek Utrechtsestraat in 1895, Gelders Archief)

(Brugstraat 8, hoek Utrechtsestraat 2025)
Oorlog en bezetting
Na het uitbreken van de oorlog in 1940 krijgt de familie Roos al spoedig te maken met anti-Joodse maatregelen. Op 22 maart 1941 neemt de Duitse bezetter de kledingfabriek in beslag en moet Max Roos terugtreden. In mei 1942 wordt de Duitser C.E. Freitag uit Amsterdam de nieuwe eigenaar. Hij verplaatst in april 1943 het hoofdkantoor naar Amsterdam en geeft de firma een nieuwe naam: Amstelland Textielbedrijf. Met de fabriek gaat het goed, maar met de oude eigenaar Max Roos loopt het slecht af. Max wordt opgepakt aan de Gerhard Voethstraat en zal de holocaust niet overleven. Zijn dochter Sonja Roos en haar man Rudi Simon vluchten in 1942 naar Zwitserland. Zij overleven de oorlog en keren na de bevrijding terug in Arnhem. Daar treffen zij een leeggestolen bedrijf en een kapot gebouw zonder machines aan.
Een nieuwe start
Schoonzoon Rudi bouwt de confectiefabriek weer op. Hij moet procederen om de machines terug te krijgen. Helaas sterft zijn advocaat en verliest hij het proces. Het bedrijf komt de moeilijkheden te boven. De oude bedrijfsnaam wordt in ere hersteld. Nieuw personeel wordt aangetrokken. Rond 1949 wordt de firma in een naamloze vennootschap omgezet onder de naam NV Confectie fabriek, v/h Casper Roos, Rudi blijft directeur van het bedrijf.
Omdat het gebouw aan de Brugstraat niet meer voldoet, wordt in 1956 in Arnhem-Zuid een moderne fabriek aan de Grondelstraat gesticht met 85 naaisters in dienst. Burgemeester Matser opent de fabriek en is verheugd met de vestiging in het nieuwe stadsdeel. Directeur Rudi Simon brengt dank uit aan de oprichter van het bedrijf Casper Roos, aan wijlen zijn schoonvader Max Roos en diens broer Louis Roos. Hij wil niet ingaan op de 'treurige gebeurtenissen gedurende de oorlogsjaren'. Met de opening wordt ook het zestigjarig jubileum van het bedrijf gevierd. De geleden oorlogsschade was echter nog niet vergoed, de Schade Enquête Commissie (SEC) had de zaak nog in behandeling (3).
De regenkledingfabriek van Louis Roos
In 1933 richtte broer Louis zijn eigen regenkledingatelier aan de Brugstraat op, de confectiefabriek L. Roos. De zaken gaan goed en Louis heeft geld nodig voor uitbreiding. De firma wordt in 1936 omgezet in een commanditaire vennootschap (CV) met Louis als beherende vennoot. In 1939 wordt de CV ontbonden en Louis weer volledig eigenaar. De oorlog zet alles op zijn kop. Op 27 april 1943 wordt de firma Louis Roos van Brugstraat 8a geliquideerd door C.E. Freitag. Hij is dezelfde die in 1942 eigenaar werd van de firma Casper Roos. Na de oorlog maakt het bedrijf een nieuwe start op het adres Vijfzinnenstraat 18. In 1950 vraagt Louis Roos een vergunning aan om het bedrijfspand te verbouwen. In 1952 plaatst hij advertenties waarin hij machinestiksters vraagt voor de ‘N.V. Regenkledingfabriek voorheen fa. Louis Roos’.
(Uitbreiding confectiebedrijf L.Roos, detail bestektekening aanvraag hinderwetvergunning 1950 , Gelders Archief)

(Vijfzinnenstraat 18 in 2025, de links schuin oplopende vertakking naar de Bergstraat is van later datum)
Meer over de familie Roos, een overzicht
Casper Roos, de grondlegger van de confectiefabriek, trouwt op 30 september 1895 met Bertha Schöneberg, het huwelijk vindt plaats in Keulen, waar Bertha toen woonde. De huwelijksakte spreekt over Bella, genaamd Bertha. Bella was blijkbaar haar roepnaam. Bella was geboren en getogen in Brackwede, toen nog een boerendorp onder de rook van Bielefeld, zo’n 180 km oostelijk van Enschede.
Caspar en Bella kregen vier zonen: Mozes (Max), Levie (Louis), Jules Jacob (Jules) en Simon (Siem). In de loop van 1921 verhuisde de familie Roos van de Brugstraat naar Roëllstraat 13 in de Burgemeesterswijk.
De zes jaar oudere, ongehuwde zuster Aurelie van moeder Roos woonde op enig moment bij hen in. In augustus 1902 vertrok zij naar Mühlhausen, maar keerde later definitief terug naar huize Roos. Zij overleed op 15 december 1924 en werd begraven op Moscowa. Ze werd 58 jaar oud.

(familie-0verzicht Roos)
Casper en Bella Roos-Schöneberg verhuizen in 1927 naar Rijswijk. Misschien niet toevallig, want ook hun derde zoon Jules verhuist in die tijd naar Den Haag. Vader Casper Roos overlijdt in Den Haag in april 1938, volgens de overlijdensakte heeft hij geen beroep meer. Zijn weduwe Bella Roos keert na zijn overlijden terug naar Arnhem. Zij overlijdt enkele jaren later in februari 1942 in Arnhem. Ze wordt bij haar man op de Joodse Begraafplaats in Wassenaar begraven.

(Overlijdensberichten Casper Roos, NIW 15 april 1938)
(Overlijdensberichten Bella Roos-Schöneberg, NIW 6 maart 1942)
Opmerkelijk detail: Max Roos plaatst de advertentie van zijn moeder uit aller naam. Maar Max zat op dat moment in de Duitse Onderzoek- en Strafgevangenis in Den Haag. In een brief van 8 maart vroeg hij nog naar de sterfdatum van zijn vader, die toen al meer dan drie weken dood was. Het correspondentieadres was in Deventer, waar Max’ vrouw Emma toen onderdak had gevonden.
Zonen Max, Louis, Jules en Siem
1. Max Roos
Max trouwde in 1919 met Emma Löwenstein, die vanuit Enschede met haar ouders naar Arnhem was verhuisd. In 1920 werd hun enige dochter Sonja geboren. Emma overleed onverwachts in 1933 en werd in het crematorium Westerveld nabij Haarlem gecremeerd. Max verhuisde met Sonja naar Oude Kraan 83. Anderhalf jaar later hertrouwde hij met Emma Simons, die toen met haar ouders in Den Haag woonde. Zij betrokken een woning op Ernst Casimirlaan 19 (tegenwoordig Velperweg 99). Na twee jaar werd hun dochter Carla geboren.
Tot aan de oorlogsjaren ging het hen goed. Met de bezetting kregen Joden echter steeds meer met beperkingen te maken. In 22 maart 1941 werd het bedrijf aan de Brugstraat als een van de eerste bedrijven door de bezetter in beslag genomen.
Gelukkig was het niet allemaal kommer en kwel. Op 23 maart 1941 verloofde Sonja zich met Rudi Simon en op 16 oktober van dat jaar traden ze in het huwelijk. Sonja trok in bij de familie Simon aan Gerhard Voethstraat 10. Op 31 december sloeg het noodlot toe. Margo Klijn schrijft in haar boek 'De Stille Slag' daarover het volgende:
'Op 31 december 1941 om 12 uur ’s middags gaat de 46-jarige Moritz Simon met twee anderen (Max Roos, de schoonvader van zoon Rudi, en Willem de Hoop) naar het Philips servicestation aan de Gerard Voethstraat om er te luisteren naar de Engelse radio. Moritz en Rudi’s schoonvader deden dat regelmatig, want de reparatiewerkplaats voor radio’s en de familie zijn directe buren- een kwestie van over een muurtje klimmen. Maar de deur van de werkplaats staat toevallig open. Een paar Duitse militairen, die een gerepareerde radio komen halen, wandelen zonder enige waarschuwing gewoon naar binnen en betrappen de luisteraars op heterdaad. De drie mannen worden gearresteerd en brengen de nacht door bij de SD aan de Utrechtseweg 55a en daarna tot 5 januari in het Huis van Bewaring in Arnhem. Achtereenvolgens worden ze opgesloten in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, in de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis in Den Haag, in de Polizeigefängnis Scheveningen en opnieuw in Kamp Amersfoort'.
Max schreef vanuit zijn gevangenschap 12 gecensureerde brieven naar de familie. De laatste brief verstuurde hij op 1 juli 1942 vanuit het beruchte kamp Amersfoort. Daarna werd hij naar kamp Westerbork gebracht. Op 16 juli werd hij op de trein gezet naar Auschwitz om zich daar letterlijk dood te werken. Hij bezweek op 15 augustus aan de ontberingen. Hij werd 46 jaar oud.
(Max Roos, foto privé collectie)
Emma en met haar nog meer Arnhemse joden moesten op last van de bezetter naar Amsterdam verhuizen. Volgens haar persoonskaart (van de Joodse Raad) was haar nieuwe adres Nicolaas Maesstraat 90 in Amsterdam. Zij verhuisde al snel naar Deventer, vervolgens naar Twello en dook toen onder. Zij redde het helaas niet en werd op 28 januari 1944 vastgezet in kamp Westerbork. Op 3 maart werd ze op de trein gezet naar Auschwitz en daar na aankomst vergast. Ze werd 39 jaar oud. Dochter Carla zou de oorlog in de onderduik overleven.
Dochter Sonja Roos
De oudste dochter Sonja was van 30-11-1937 tot 30-08-1938 verkoopster in Rotterdam. Zij verhuisde naar Mauritslaan 47 in Rijswijk. Daar woonde haar grootmoeder Bella, die in april weduwe was geworden. Zoals eerder vermeld, kreeg Sonja een relatie met Rudof Herbert (Rudi) Simon. Toen ze op 4 september 1941 in ondertrouw gingen was er nog weinig aan de hand.
Margo Klijn schrijft over de start van hun huwelijk het volgende:
'Tot de eersten die in Arnhem onderduiken, behoort Rudi Simon. Op de dag van de eerste razzia in oktober 1941 zijn hij en zijn vriendin Sonja Roos langs geweest bij hun vriend Bram de Vries van de Oranjeapotheek aan de Koningstraat. Ze herinneren zich de datum en de dag zo goed, omdat het een week voor hun huwelijk was. Zij fietsen het Velperplein op en zien Duitse legerwagens vol bewapende militairen de Nieuwstad inrijden. Rudi is niet van plan om enig risico te lopen en belt, in een telefooncel bij V&D, zijn moeder om te zeggen dat hij niet thuis komt. Die was al door een politieagent voor de razzia gewaarschuwd, en ze vindt het een verstandig besluit. Rudi en Sonja fietsen naar De Klomp bij Veenendaal, waar zij tot aan hun huwelijk op 6 oktober zullen blijven bij een bevriende klant, de garage- en benzinepomphouder ‘De Drie’.
Later keerde de rust terug en gingen ze terug naar huis. Op 16 oktober 1941 trouwden ze op het stadhuis. De choepa vond plaats bij de familie Roos thuis. Sonja trok in bij de familie Simon. 
(Huwelijk [Choepa} van Rudi en Sonja bij de familie Roos thuis, v.l.n.r. Machiel Pinto, de moeders Simon en Roos, het bruidspaar, Iman Modiefksy en vader Moritz Simon, foto privé collectie}.
Op 31 december werden hun vaders door de Duitsers gesnapt bij het luisteren naar de ‘Engelse Radio’ en opgepakt. Vijf maanden na hun huwelijk, half maart 1942, moest het stel verplicht verhuizen naar Amsterdam. Zij probeerden het land uit te vluchten. Na een zware tocht naar Zwitserland overleefden Rudi (1915-2007) en Sonja (1920-2010) de oorlog. Na de bevrijding keerden ze terug naar Arnhem en gingen wonen aan Gerhard Voethstraat 10, de ouderlijke woning van de familie Simon. Ook het tienjarige halfzusje Carla kreeg daar onderdak.
2. Louis Roos
Zoals eerder vermeld werd Louis fabrikant in regenkleding. In de loop van 1934 betrok hij de woning op Oude Kraan 83, waar daarvoor zijn broer Max woonde. Hij bleef er niet altijd wonen.
In december 1937 trouwde hij in Arnhem met de Belgische Agnès Léonie Palmyre Brons. Agnès woonde toen met haar ouders in Brussel. Het stel bleef kinderloos. Agnès was niet-joods en dat bood wellicht de nodige bescherming tegen deportatie naar Polen. Het zou ook kunnen verklaren dat pas in april 1943 het bedrijf van Louis geliquideerd werd. Ze woonden aan Bergstraat 63 toen Louis in 1968 overleed, hij werd 70 jaar. Agnès bleef in Arnhem wonen en overleed in 1996, zij werd 92 jaar. Beiden werden begraven op de Algemene Begraafplaats Moscowa.

(Overlijdensbericht Louis Roos in de Telegraaf van 1 maart 1968)
3. Jules Roos
Jules verloofde zich in 1926 met de Arnhemse Selma Vos. Jules was handelsagent en Selma handelscorrespondente. Ze verhuisden naar Den Haag, waar ze in juni 1928 trouwden. Daar kregen ze twee kinderen: Edgar (1930) en Like Berthe (1933). In mei 1939 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Op 14 april 1943 werden de ouders en hun zoontje Edgar gedetineerd in kamp Westerbork. Op 18 mei 1943 werden ze op de trein gezet naar Sobibor en daar na aankomst vergast. Dochter Like Berthe Roos (1933-2004) dook in Utrecht onder aan Carthesiusweg 103 bij de familie Van Maarschalkerweerd en overleefde de oorlog. Zij emigreerde naar Israël waar ze in 2004 overleed (4).

(Edgar met zijn ouders Jules en Selma Roos, foto Joods Monument)
4. Siem Roos, de jongste van de broers
Over Siem zijn vooral 'offiële' data te vinden. Siem trouwde op 3 november 1948 in Amsterdam met Sara (Vera) Turksma, dochter van Sander Turksma en Duifje Alter, zij werd op 28-11-1912 in Den Haag geboren. Op 18 januari 1949, nog geen twee en een halve maand na hun huwelijk, overleed Siem, een tragische gebeurtenis.

(Overlijdensberichten van Siem Roos in het Parool van 19 januari 1949)
Siem en Vera hadden in hun woonplaats Amsterdam een ruime vriendenkring. Isaac Manheim, de ondertekenaar van de advertentie, spreekt namens 'talrijke vrienden en vriendinnen'. Isaac was chirurg en vrouwenarts en woonde aan Weteringschans 88 in Amsterdam.
Siems vrouw Vera zou niet meer hertrouwen, zij bleef 54 jaar weduwe. Ze overleed op 24-10-2003 in Amsterdam, 90 jaar oud. Siem en Vera zijn op de begraafplaats Muiderberg begraven.
december 2025
Noten
1. Gelders Archief, inventarisnummers 3405-0450 en 3759-0135
2. Gelders Archief, inventarisnummers 4524-1602 en 9574-0036
3. 'Zestigjarige confectiefabriek sticht in Zuid een nieuw bedrijf', uit: Gelders Dagblad van 20 september 1956
4. Zie: https://www.nieuws030.nl/hist030rie/waarom-ik-een-steentje-plaatste-op-de-carthesiusweg/
Bronnen
Margo Klijn, De Stille slag, Joodse Arnhemmers, 1933-1945, Arnhem/Westervoort 2014
www.wiewaswie.nl
Arnhemse adresboeken
www.delpher.nl
Verwijzing
Op de persoonlijke pagina's van Max Roos, Bertha Roos-Schöneberg en Emma Roos-Simons op onze site is meer informatie te vinden, ook over de struikelstenen voor Max en Emma.
Zie:
https://www.joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f-zoekresultaat-meer.php?namen_id=1199
https://www.joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f-zoekresultaat-meer.php?namen_id=1200
https://www.joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f-zoekresultaat-meer.php?namen_id=1201
Verhalen →
Jans Askes
In september 2025 werden aan de Velperweg 99 struikelstenen gelegd voor Max Roos en zijn vrouw Emma Roos-Simons. Max en zijn broer Louis zaten in de confectie. Max werkte van jongs af aan in de fabriek van zijn vader. Broer Louis begon een eigen atelier voor regenkleding. Beide bedrijven waren gevestigd aan Brugstraat 8 en 8a. Hieronder volgt de geschiedenis van het familiebedrijf en - uitgebreider - ook de geschiedenis van de familie.
Het atelier van Casper Roos
Casper Roos (1874-1938) groeide op in Aalten en woonde in Arnhem toen hij in 1895 met Bertha Schöneberg (1872-1942) trouwde. Het echtpaar kreeg vier zonen, waarvan de oudste twee - Max en Louis - in het familiebedrijf zouden gaan werken. Casper was niet alleen koopman, maar vanaf 1907 ook kleermaker, in die tijd geen ongewoon beroep, Arnhem telde toen zo’n honderd kleermakers of kledingverkopers. In 1915 staat Casper als fabrikant vermeld, hij woonde nog aan de Walstraat 1. Hij was een van de eersten in Nederland die zich toelegde op fabrieksmatige vervaardiging van pantalons. Het eerste bedrijfspand lag aan Hommelstraat-hoek Sonsbeeksingel, daarna stond het atelier op de hoek Hommelstraat-Velperplein, vervolgens in de Roggestraat en de Velperpoortlangstraat en vanaf 1916 aan Brugstraat 8. Zelf ging Casper Roos met zijn gezin op nummer 8a wonen. Het atelier bediende voornamelijk de lokale markt. In 1921 en 1925 werd het bedrijf verbouwd en uitgebreid, zoals we kunnen zien aan de verleende hinderwetvergunningen uit die jaren (1).
Max Roos neemt de zaak over, Louis Roos begint voor zichzelf
Caspers oudste zoon Moses (Max) Roos (1896-1942) werkte in de zaak van zijn vader. Hij trouwde in 1919 met Emma Löwenstein (1897-1933) uit Enschede, het paar ging aan de Wetstraat 7 wonen. In 1927 verhuisden zij naar Brugstraat 8a en in 1933 naar Oude Kraan 83. In de periode 1935-1942 woonden zij aan Ernst Casimirlaan 19 (tegenwoordig Velperweg 99). In 1933 overlijdt Emma en hertrouwt Max in 1934 met Emma Simons (1904-1944) uit Den Haag. Hij is inmiddels fabrikant in herenconfectie. Aan de advertenties in de Arnhemse Courant te zien gaat het goed met het bedrijf. In 1927 trekken Max’ ouders zich terug uit de zaak en verhuizen naar Rijswijk. Max neemt het bedrijf over en verhuist naar Brugstraat 8a, het voormalige woonadres van zijn ouders. Broer Louis begint op hetzelfde adres een bedrijf voor fabricage van regenkleding. In 1933 komt nummer 8a vrij en wordt het pand bij het bedrijf getrokken. In de periode 1935-1940 groeit de onderneming, in advertenties worden regelmatig aankomende en bekwame machinestiksters gevraagd. In de jaren 1935 en 1940 wordt de confectiefabriek uitgebreid en van nieuwe elektromotoren voorzien (2). Aan de bouwtekening te zien heeft het bedrijf het nodige personeel gezien de zeven WC's die ingetekend staan.

(Brugstraat 8 tekening bij de hinderwetvergunning uit 1935, Gelders Archief)
(Brugstraat 8, hoek Utrechtsestraat in 1895, Gelders Archief)

(Brugstraat 8, hoek Utrechtsestraat 2025)
Oorlog en bezetting
Na het uitbreken van de oorlog in 1940 krijgt de familie Roos al spoedig te maken met anti-Joodse maatregelen. Op 22 maart 1941 neemt de Duitse bezetter de kledingfabriek in beslag en moet Max Roos terugtreden. In mei 1942 wordt de Duitser C.E. Freitag uit Amsterdam de nieuwe eigenaar. Hij verplaatst in april 1943 het hoofdkantoor naar Amsterdam en geeft de firma een nieuwe naam: Amstelland Textielbedrijf. Met de fabriek gaat het goed, maar met de oude eigenaar Max Roos loopt het slecht af. Max wordt opgepakt aan de Gerhard Voethstraat en zal de holocaust niet overleven. Zijn dochter Sonja Roos en haar man Rudi Simon vluchten in 1942 naar Zwitserland. Zij overleven de oorlog en keren na de bevrijding terug in Arnhem. Daar treffen zij een leeggestolen bedrijf en een kapot gebouw zonder machines aan.
Een nieuwe start
Schoonzoon Rudi bouwt de confectiefabriek weer op. Hij moet procederen om de machines terug te krijgen. Helaas sterft zijn advocaat en verliest hij het proces. Het bedrijf komt de moeilijkheden te boven. De oude bedrijfsnaam wordt in ere hersteld. Nieuw personeel wordt aangetrokken. Rond 1949 wordt de firma in een naamloze vennootschap omgezet onder de naam NV Confectie fabriek, v/h Casper Roos, Rudi blijft directeur van het bedrijf.
Omdat het gebouw aan de Brugstraat niet meer voldoet, wordt in 1956 in Arnhem-Zuid een moderne fabriek aan de Grondelstraat gesticht met 85 naaisters in dienst. Burgemeester Matser opent de fabriek en is verheugd met de vestiging in het nieuwe stadsdeel. Directeur Rudi Simon brengt dank uit aan de oprichter van het bedrijf Casper Roos, aan wijlen zijn schoonvader Max Roos en diens broer Louis Roos. Hij wil niet ingaan op de 'treurige gebeurtenissen gedurende de oorlogsjaren'. Met de opening wordt ook het zestigjarig jubileum van het bedrijf gevierd. De geleden oorlogsschade was echter nog niet vergoed, de Schade Enquête Commissie (SEC) had de zaak nog in behandeling (3).
De regenkledingfabriek van Louis Roos
In 1933 richtte broer Louis zijn eigen regenkledingatelier aan de Brugstraat op, de confectiefabriek L. Roos. De zaken gaan goed en Louis heeft geld nodig voor uitbreiding. De firma wordt in 1936 omgezet in een commanditaire vennootschap (CV) met Louis als beherende vennoot. In 1939 wordt de CV ontbonden en Louis weer volledig eigenaar. De oorlog zet alles op zijn kop. Op 27 april 1943 wordt de firma Louis Roos van Brugstraat 8a geliquideerd door C.E. Freitag. Hij is dezelfde die in 1942 eigenaar werd van de firma Casper Roos. Na de oorlog maakt het bedrijf een nieuwe start op het adres Vijfzinnenstraat 18. In 1950 vraagt Louis Roos een vergunning aan om het bedrijfspand te verbouwen. In 1952 plaatst hij advertenties waarin hij machinestiksters vraagt voor de ‘N.V. Regenkledingfabriek voorheen fa. Louis Roos’.
(Uitbreiding confectiebedrijf L.Roos, detail bestektekening aanvraag hinderwetvergunning 1950 , Gelders Archief)

(Vijfzinnenstraat 18 in 2025, de links schuin oplopende vertakking naar de Bergstraat is van later datum)
Meer over de familie Roos, een overzicht
Casper Roos, de grondlegger van de confectiefabriek, trouwt op 30 september 1895 met Bertha Schöneberg, het huwelijk vindt plaats in Keulen, waar Bertha toen woonde. De huwelijksakte spreekt over Bella, genaamd Bertha. Bella was blijkbaar haar roepnaam. Bella was geboren en getogen in Brackwede, toen nog een boerendorp onder de rook van Bielefeld, zo’n 180 km oostelijk van Enschede.
Caspar en Bella kregen vier zonen: Mozes (Max), Levie (Louis), Jules Jacob (Jules) en Simon (Siem). In de loop van 1921 verhuisde de familie Roos van de Brugstraat naar Roëllstraat 13 in de Burgemeesterswijk.
De zes jaar oudere, ongehuwde zuster Aurelie van moeder Roos woonde op enig moment bij hen in. In augustus 1902 vertrok zij naar Mühlhausen, maar keerde later definitief terug naar huize Roos. Zij overleed op 15 december 1924 en werd begraven op Moscowa. Ze werd 58 jaar oud.

(familie-0verzicht Roos)
Casper en Bella Roos-Schöneberg verhuizen in 1927 naar Rijswijk. Misschien niet toevallig, want ook hun derde zoon Jules verhuist in die tijd naar Den Haag. Vader Casper Roos overlijdt in Den Haag in april 1938, volgens de overlijdensakte heeft hij geen beroep meer. Zijn weduwe Bella Roos keert na zijn overlijden terug naar Arnhem. Zij overlijdt enkele jaren later in februari 1942 in Arnhem. Ze wordt bij haar man op de Joodse Begraafplaats in Wassenaar begraven.

(Overlijdensberichten Casper Roos, NIW 15 april 1938)
(Overlijdensberichten Bella Roos-Schöneberg, NIW 6 maart 1942)
Opmerkelijk detail: Max Roos plaatst de advertentie van zijn moeder uit aller naam. Maar Max zat op dat moment in de Duitse Onderzoek- en Strafgevangenis in Den Haag. In een brief van 8 maart vroeg hij nog naar de sterfdatum van zijn vader, die toen al meer dan drie weken dood was. Het correspondentieadres was in Deventer, waar Max’ vrouw Emma toen onderdak had gevonden.
Zonen Max, Louis, Jules en Siem
1. Max Roos
Max trouwde in 1919 met Emma Löwenstein, die vanuit Enschede met haar ouders naar Arnhem was verhuisd. In 1920 werd hun enige dochter Sonja geboren. Emma overleed onverwachts in 1933 en werd in het crematorium Westerveld nabij Haarlem gecremeerd. Max verhuisde met Sonja naar Oude Kraan 83. Anderhalf jaar later hertrouwde hij met Emma Simons, die toen met haar ouders in Den Haag woonde. Zij betrokken een woning op Ernst Casimirlaan 19 (tegenwoordig Velperweg 99). Na twee jaar werd hun dochter Carla geboren.
Tot aan de oorlogsjaren ging het hen goed. Met de bezetting kregen Joden echter steeds meer met beperkingen te maken. In 22 maart 1941 werd het bedrijf aan de Brugstraat als een van de eerste bedrijven door de bezetter in beslag genomen.
Gelukkig was het niet allemaal kommer en kwel. Op 23 maart 1941 verloofde Sonja zich met Rudi Simon en op 16 oktober van dat jaar traden ze in het huwelijk. Sonja trok in bij de familie Simon aan Gerhard Voethstraat 10. Op 31 december sloeg het noodlot toe. Margo Klijn schrijft in haar boek 'De Stille Slag' daarover het volgende:
'Op 31 december 1941 om 12 uur ’s middags gaat de 46-jarige Moritz Simon met twee anderen (Max Roos, de schoonvader van zoon Rudi, en Willem de Hoop) naar het Philips servicestation aan de Gerard Voethstraat om er te luisteren naar de Engelse radio. Moritz en Rudi’s schoonvader deden dat regelmatig, want de reparatiewerkplaats voor radio’s en de familie zijn directe buren- een kwestie van over een muurtje klimmen. Maar de deur van de werkplaats staat toevallig open. Een paar Duitse militairen, die een gerepareerde radio komen halen, wandelen zonder enige waarschuwing gewoon naar binnen en betrappen de luisteraars op heterdaad. De drie mannen worden gearresteerd en brengen de nacht door bij de SD aan de Utrechtseweg 55a en daarna tot 5 januari in het Huis van Bewaring in Arnhem. Achtereenvolgens worden ze opgesloten in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, in de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis in Den Haag, in de Polizeigefängnis Scheveningen en opnieuw in Kamp Amersfoort'.
Max schreef vanuit zijn gevangenschap 12 gecensureerde brieven naar de familie. De laatste brief verstuurde hij op 1 juli 1942 vanuit het beruchte kamp Amersfoort. Daarna werd hij naar kamp Westerbork gebracht. Op 16 juli werd hij op de trein gezet naar Auschwitz om zich daar letterlijk dood te werken. Hij bezweek op 15 augustus aan de ontberingen. Hij werd 46 jaar oud.
(Max Roos, foto privé collectie)
Emma en met haar nog meer Arnhemse joden moesten op last van de bezetter naar Amsterdam verhuizen. Volgens haar persoonskaart (van de Joodse Raad) was haar nieuwe adres Nicolaas Maesstraat 90 in Amsterdam. Zij verhuisde al snel naar Deventer, vervolgens naar Twello en dook toen onder. Zij redde het helaas niet en werd op 28 januari 1944 vastgezet in kamp Westerbork. Op 3 maart werd ze op de trein gezet naar Auschwitz en daar na aankomst vergast. Ze werd 39 jaar oud. Dochter Carla zou de oorlog in de onderduik overleven.
Dochter Sonja Roos
De oudste dochter Sonja was van 30-11-1937 tot 30-08-1938 verkoopster in Rotterdam. Zij verhuisde naar Mauritslaan 47 in Rijswijk. Daar woonde haar grootmoeder Bella, die in april weduwe was geworden. Zoals eerder vermeld, kreeg Sonja een relatie met Rudof Herbert (Rudi) Simon. Toen ze op 4 september 1941 in ondertrouw gingen was er nog weinig aan de hand.
Margo Klijn schrijft over de start van hun huwelijk het volgende:
'Tot de eersten die in Arnhem onderduiken, behoort Rudi Simon. Op de dag van de eerste razzia in oktober 1941 zijn hij en zijn vriendin Sonja Roos langs geweest bij hun vriend Bram de Vries van de Oranjeapotheek aan de Koningstraat. Ze herinneren zich de datum en de dag zo goed, omdat het een week voor hun huwelijk was. Zij fietsen het Velperplein op en zien Duitse legerwagens vol bewapende militairen de Nieuwstad inrijden. Rudi is niet van plan om enig risico te lopen en belt, in een telefooncel bij V&D, zijn moeder om te zeggen dat hij niet thuis komt. Die was al door een politieagent voor de razzia gewaarschuwd, en ze vindt het een verstandig besluit. Rudi en Sonja fietsen naar De Klomp bij Veenendaal, waar zij tot aan hun huwelijk op 6 oktober zullen blijven bij een bevriende klant, de garage- en benzinepomphouder ‘De Drie’.
Later keerde de rust terug en gingen ze terug naar huis. Op 16 oktober 1941 trouwden ze op het stadhuis. De choepa vond plaats bij de familie Roos thuis. Sonja trok in bij de familie Simon. 
(Huwelijk [Choepa} van Rudi en Sonja bij de familie Roos thuis, v.l.n.r. Machiel Pinto, de moeders Simon en Roos, het bruidspaar, Iman Modiefksy en vader Moritz Simon, foto privé collectie}.
Op 31 december werden hun vaders door de Duitsers gesnapt bij het luisteren naar de ‘Engelse Radio’ en opgepakt. Vijf maanden na hun huwelijk, half maart 1942, moest het stel verplicht verhuizen naar Amsterdam. Zij probeerden het land uit te vluchten. Na een zware tocht naar Zwitserland overleefden Rudi (1915-2007) en Sonja (1920-2010) de oorlog. Na de bevrijding keerden ze terug naar Arnhem en gingen wonen aan Gerhard Voethstraat 10, de ouderlijke woning van de familie Simon. Ook het tienjarige halfzusje Carla kreeg daar onderdak.
2. Louis Roos
Zoals eerder vermeld werd Louis fabrikant in regenkleding. In de loop van 1934 betrok hij de woning op Oude Kraan 83, waar daarvoor zijn broer Max woonde. Hij bleef er niet altijd wonen.
In december 1937 trouwde hij in Arnhem met de Belgische Agnès Léonie Palmyre Brons. Agnès woonde toen met haar ouders in Brussel. Het stel bleef kinderloos. Agnès was niet-joods en dat bood wellicht de nodige bescherming tegen deportatie naar Polen. Het zou ook kunnen verklaren dat pas in april 1943 het bedrijf van Louis geliquideerd werd. Ze woonden aan Bergstraat 63 toen Louis in 1968 overleed, hij werd 70 jaar. Agnès bleef in Arnhem wonen en overleed in 1996, zij werd 92 jaar. Beiden werden begraven op de Algemene Begraafplaats Moscowa.

(Overlijdensbericht Louis Roos in de Telegraaf van 1 maart 1968)
3. Jules Roos
Jules verloofde zich in 1926 met de Arnhemse Selma Vos. Jules was handelsagent en Selma handelscorrespondente. Ze verhuisden naar Den Haag, waar ze in juni 1928 trouwden. Daar kregen ze twee kinderen: Edgar (1930) en Like Berthe (1933). In mei 1939 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Op 14 april 1943 werden de ouders en hun zoontje Edgar gedetineerd in kamp Westerbork. Op 18 mei 1943 werden ze op de trein gezet naar Sobibor en daar na aankomst vergast. Dochter Like Berthe Roos (1933-2004) dook in Utrecht onder aan Carthesiusweg 103 bij de familie Van Maarschalkerweerd en overleefde de oorlog. Zij emigreerde naar Israël waar ze in 2004 overleed (4).

(Edgar met zijn ouders Jules en Selma Roos, foto Joods Monument)
4. Siem Roos, de jongste van de broers
Over Siem zijn vooral 'offiële' data te vinden. Siem trouwde op 3 november 1948 in Amsterdam met Sara (Vera) Turksma, dochter van Sander Turksma en Duifje Alter, zij werd op 28-11-1912 in Den Haag geboren. Op 18 januari 1949, nog geen twee en een halve maand na hun huwelijk, overleed Siem, een tragische gebeurtenis.

(Overlijdensberichten van Siem Roos in het Parool van 19 januari 1949)
Siem en Vera hadden in hun woonplaats Amsterdam een ruime vriendenkring. Isaac Manheim, de ondertekenaar van de advertentie, spreekt namens 'talrijke vrienden en vriendinnen'. Isaac was chirurg en vrouwenarts en woonde aan Weteringschans 88 in Amsterdam.
Siems vrouw Vera zou niet meer hertrouwen, zij bleef 54 jaar weduwe. Ze overleed op 24-10-2003 in Amsterdam, 90 jaar oud. Siem en Vera zijn op de begraafplaats Muiderberg begraven.
december 2025
Noten
1. Gelders Archief, inventarisnummers 3405-0450 en 3759-0135
2. Gelders Archief, inventarisnummers 4524-1602 en 9574-0036
3. 'Zestigjarige confectiefabriek sticht in Zuid een nieuw bedrijf', uit: Gelders Dagblad van 20 september 1956
4. Zie: https://www.nieuws030.nl/hist030rie/waarom-ik-een-steentje-plaatste-op-de-carthesiusweg/
Bronnen
Margo Klijn, De Stille slag, Joodse Arnhemmers, 1933-1945, Arnhem/Westervoort 2014
www.wiewaswie.nl
Arnhemse adresboeken
www.delpher.nl
Verwijzing
Op de persoonlijke pagina's van Max Roos, Bertha Roos-Schöneberg en Emma Roos-Simons op onze site is meer informatie te vinden, ook over de struikelstenen voor Max en Emma.
Zie:
https://www.joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f-zoekresultaat-meer.php?namen_id=1199
https://www.joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f-zoekresultaat-meer.php?namen_id=1200
https://www.joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f-zoekresultaat-meer.php?namen_id=1201