menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

 

 

 

 

Elie en Rosa Oppenheimer van Koningstraat 55

Peter Jetten

Op 29 april 2026 vond de eerste editie van Open Joodse Huizen in Arnhem plaats. Met een klein programma werd een betekenisvol begin gemaakt met een nieuwe herdenkingstraditie in de stad. Op de Koningstraat 55 werd het verhaal van de joodse familie Oppenheimer verteld. Bij filmtheater Focus draaide de documentaire 'Vastgelegd' van Batya Wolff en Arnoud Holleman. De documentaire laat zien hoe het oorlogsverleden van Batya's vader Max Wolff doorwerkt in haar leven. Hieronder het verhaal van de familie Oppenheimer en hun drie dochters.


Woerden
De familie Oppenheimer was een prominent onderdeel van de Joodse gemeenschap in Woerden, zij woonden en werkten er decennialang als slagers en handelaren. Op de Joodse begraafplaats  aan de Westdam liggen de graven van familieleden. 
Elie Oppenheimer (1879-1943) werd in Woerden geboren en trouwde met Rosa Levy (1876-1943)  geboren in Krefeld. Elie kwam uit een gezin van acht kinderen, drie meisjes en vijf jongens. Twee van de kinderen overleden al vroeg. Moeder Marianne Soesman (Geervliet 1842) overleed in Woerden in 1900, vader Isak Oppenheimer (Goor 1841) stierf in Woerden in 1916. Het gezin moest dus al vroeg op eigen benen staan. Zoon Eduard Oppenheimer (1874-1931) en zijn vrouw Regina Marx (1875-1939) hadden een spekslagerij annex kaashandel in Woerden. Zoon Philip (1881-1943) - voedselleverancier - en zijn vrouw Sara Meyer (1881-1943) vertrokken naar Den Haag en overleefden de oorlog niet. Zoon Jacob Oppenheimer (1878-1912) overleed voor de oorlog in Woerden, zijn vrouw Elisabeth de Groot (1878-1943) en hun dochter Marianne Hijmans-Oppenheimer (1911-1943) stierven in Sobibor respectievelijk Auschwitz. Dochter Reintje Oppenheimer (1873-1920) overleed in Woerden en ligt er begraven, haar man Meijer Goedhard (1868-1931) overleed in Enschede. Dochter Naatje Oppenheimer (1876-1931) overleed in Den Haag, zij trouwde met Levie van der Horst (1881-1943), die in Sobibor stierf (1).


Arnhem
Zoon Elie Oppenheimer vertrok in ieder geval vóór 1930 uit zijn geboorteplaats. Vanaf 1935 staat hij in Arnhem als poelier aan de Koningstraat 55 ingeschreven met een pakhuis aan de Menthenstraat 29. Vermoedelijk werd de winkel en het woonhuis gehuurd, het pand staat niet te boek als geroofd Joods bezit. Elders wordt vermeld dat hij poelier (Geflügelhändler) was in Arnhem én Krefeld, waar zijn vrouw Rosa vandaan kwam. Verbleef Elie tussen 1930 en 1935 in Krefeld bij zijn schoonfamilie? Arnhem telde in 1939 zo'n twaalf poeliers, waarvan drie Joodse. 
Het echtpaar Oppenheimer kreeg in Arnhem drie dochters: Reina, Johanna (Hanni) en Marianne. Reina en Johanna (Hanni) overleefden.

Reina 
Reina werd op 17 januari 1910 in Arnhem geboren, zij was van beroep verkoopster, mogelijk bij haar vader in de zaak. Zij dook met een vals persoonsbewijs onder in Leeuwarden bij J. Croles-Koning aan de Emmakade 23. Zij was de weduwe van J.J. Croles, oud-president van het gerechtshof in Leeuwarden, die in 1936 overleden was. Reina overleefde in de onderduik en overleed op 8 november 1983 in Arnhem, ze werd op Moscowa begraven. 

(Registratiekaart onderduik Friesland Reina Oppenheimer) 


(Graf van Reina Oppenheimer op Moscowa) 

Johanna (Hanni)

Johanna (Hanni) werd op 19 februari 1913 in Arnhem geboren, ze trouwde in 1939 in Filabusi (Zimbabwe, voorheen Rhodesië) met koopman Herbert Meyer (Moers NRW Duitsland) en overleed op 31 december 1979 in Zimbabwe. Hanni en Herbert hadden een zoon Harry en een dochter Rosemary. Hanni en Herbert emigreerden vermoedelijk vanwege de toenemende dreiging in Europa naar Rhodesie. Zuid-Afrika en Rhodesie - destijds apartheidstaten - boden eind 19e en begin 20e eeuw bescherming aan Joodse vluchtelingen. De kleinere Joodse gemeenschap in Rhodesie was nauw verbonden met de grotere Joodse gemeenschap in Zuid-Afrika, die ontstond door emigratie na 1880. In Filabusi hadden Herbert en 'Honey' (Hanni) decennialang de Marvel Store, waar werknemers van de omliggende mijnen, hun gezinnen en lokale bewoners voor hun dagelijkse boodschappen kwamen. Hun kinderen herinneren zich de zaak als de spil van het gezinsleven in de jaren 60. Tegenwoordig heet de winkel het Marvel Shopping Center.


(Johanna [Hanni} Meyer-Oppenheimer)

(Herbert Meyer)

Marianne

Marianne werd in 1908 geboren, ze trouwde met Salomon Vuisje (Amsterdam 1905-1944). Het paar verhuisde naar Amsterdam. Salomon Vuisje was daar schoolhoofd van de Talmoed Thoraschool in de Kraaipanstraat 60.

(Talmoed Thoraschool Kraaipanstraat, thans woonbestemming, foto JCK Amsterdam)

De buurt was een proeftuin voor sociale woningbouw, de populatie was overwegend Joods. Er was gebrek aan hygiene en er was armoe: 'Het was een lichtelijk wanordelijk volkje, en ik eiste méér van ze dan ze van huis uit hadden meegekregen', aldus een jonge onderwijzer uit die tijd. In mei 1942 werden hier de Jodensterren verkocht. De locatie werd gebruikt als voorlichtingsbureau van de Joodse Raad. In juni en juli 1943 waren de grote razzia's. In korte tijd liep het aantal leerlingen sterk terug. In 1943 sloot de bezetter de school (2). Salomon en Marianne kregen een zoon en twee dochters: Evaline (Amsterdam 1938-1943), Rosa (Amsterdam 1934_1943) en Elie (Amsterdam 1937-1943). Op 19 november 1943 werden allen in Auschwitz vermoord. 


(Persoonskaart Salomon en Marianne Vuisje-Oppenheimer, cartotheek Joodse Raad) 


(Persoonskaart Elie en Rosa Oppenheimer, cartotheek Joodse Raad)

 

Ruiten ingegooid
In januari 1941 werden - blijkens een dagrapport van de politie Arnhem van 16 januari 1941 -  van Elie Oppenheimer de ruiten ingegooid (bron: Gelders Archief). Van nog vijf andere collega winkeliers werden op dezelfde dag de ruiten ingegooid.

Sperre
De familie Oppenheimer (Koningstraat 55) had (nog) in november 1942 een 'Sperre' (bron: Gelders Archief). Intussen was de winkel geliquideerd en verhuisde de familie eind december 1942 (gedwongen?) naar Amsterdam naar het adres Pretoriusstraat 75 van dochter Marianne. Op 20 juni 1943 worden Elie en Rosa tijdens een grote razzia gearresteerd en naar Kamp Westerbork overgebracht. Van daaruit volgde negen dagen later hun deportatie naar Sobibor. Hun dochter Marianne werd een paar maanden later met haar man en drie kinderen naar Auschwitz gedeporteerd en vergast.

Gezocht?
Probeerden Elie en Rosa onder te duiken? Dit politiebericht zou er op kunnen wijzen. 'Voorgeleiding van Elie Oppenheimer, woonachtig in Arnhem. Hij wordt ervan verdacht van woonplaats te zijn veranderd zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben'. Met deze omschrijving werden joden aangeduid die waren ondergedoken.
(Algemeen Politieblad, nr 2, 14 januari 1943, 32, bericht 120)


Poelierszaak
Elie Oppenheimer had een koshere poelierszaak, waar hij ook boter, kaas en eieren verkocht. Begin 1942 komen twee Arnhemse politieagenten bij hem langs voor een onderzoek. Zijn zaak is dan inmiddels al gesloten en er is geen voorraad meer aanwezig. Wel blijkt uit de inventarisatie dat er nog twee toonbanken, een weegschaal met gewichten en een winkelopstal in het pand zijn. De vergunning van B&W om zondags open te zijn, wordt tijdens het bezoek door de agenten ingenomen.
(Margo Klijn, De stille slag: Joodse Arnhemmers, 1933-1945 [Westervoort 2003] 35, 124)

Joodse slagerijen

Joodse slagerijen waren er in overvloed. Je had Marcus Beem (1878-1949) in de Bakkerstraat, Meijer Dormits (1892-1943) in de Klarestraat, Marcus Nathans (1878-1942) had een slagerij aan de Nieuwstad met ‘Speciaal in Gelders varkensvlees’ (!), samen met de lamslager Hein Levie (1875 1943). Jozeph de Leeuw (1873-1943) had een slagerij in de Kortestraat. Salomon Salomons (1878-1943) had een slagerij aan de Nieuwstad. Poeliers waren Philip van Gelderen (1873-1942) in de Wielakkerstraat, Elie Oppenheimer (1879-1943) in de Koningstraat en Salomon Siegel in de Frans Halsstraat. Jakob Hiegenlich (1888-1942) had een comestibles- en vleeswarenwinkel in de Broerenstraat. De gezusters Salomons, Sophia (1874-1941), Jetje (1879-1942) en Aaltje (1888-1942) hadden een delicatessenwinkel ‘Dreimädelhaus’ aan de Nieuwstad 43. Benjamin Mozes Wolff (1880-1962) was veehandelaar en had stallen in de Rodenburgstraat en bezat een weiland in Rijkerswoerd.  


Uit: Lex Rutgers, Joods Arnhem in vogelvlucht

(Tegenover de winkel lag de Grote Sociëteit, foto Gelders Archief 1880, afgebroken in 1967)

(Dezelfde locatie in juli 2025)

 

 

Noten
1.
Over de veertien omgebrachte Joodse inwoners in Woerden, onder wie de familie Oppenheimer, lees: https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/woerden/

Op de Prins Bernhardlaan staat een monument ter nagedachtenis aan hen. Aan de Emmakade 3 ligt een Stolperstein voor Herta Sara Oppenheimer (1916-1943), dienstbode, dochter van Eduard Oppenheimer en Regina Marx. Ze verhuisde meerdere malen en was ondergedoken in Utrecht. Ze stierf in Sobibor. Zie: Stolpersteine in Woerden – 4 en 5 mei Woerden
2. Salomon wordt genoemd in: de laatste school - Verdwenen joodse scholen


Bronnen

Arnhemse adresboeken
Delpher
Gelders Archief
Arolsen Archives
Digitaal Joods Monument
Geni.com

https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/woerden/
Herbert Meyer Moers, Nordrhein-Westfalen, Deutschland: JMH Genealogy
Het Stenen Archief – Joodse begraafplaatsen in Nederland
www.ondergedokeninfryslan.nl
(na mei 2026 gaat website over)
We mogen nergens heen, we moeten naar Vught : de joodse inwoners van Woerden, 1930-1947, Heemtijdinghen : orgaan van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging, ISSN 0166-7246; jg. 35 (1999), no. 3, p. 57-132 (link: http://hdl.handle.net/1874/212795)

Joods Cultureel Kwartier, verhalen en verdieping Amsterdam Talmoed Thoaraschool
Joods Amsterdam, Kraaipanstraat

Meer: de laatste school - Verdwenen joodse scholen

 

Verwijzing
Dit verhaal staat ook op de persoonlijke pagina's van Elie en Rosa Oppenheimer

Verhalen

Elie en Rosa Oppenheimer van Koningstraat 55

Peter Jetten

Op 29 april 2026 vond de eerste editie van Open Joodse Huizen in Arnhem plaats. Met een klein programma werd een betekenisvol begin gemaakt met een nieuwe herdenkingstraditie in de stad. Op de Koningstraat 55 werd het verhaal van de joodse familie Oppenheimer verteld. Bij filmtheater Focus draaide de documentaire 'Vastgelegd' van Batya Wolff en Arnoud Holleman. De documentaire laat zien hoe het oorlogsverleden van Batya's vader Max Wolff doorwerkt in haar leven. Hieronder het verhaal van de familie Oppenheimer en hun drie dochters.


Woerden
De familie Oppenheimer was een prominent onderdeel van de Joodse gemeenschap in Woerden, zij woonden en werkten er decennialang als slagers en handelaren. Op de Joodse begraafplaats  aan de Westdam liggen de graven van familieleden. 
Elie Oppenheimer (1879-1943) werd in Woerden geboren en trouwde met Rosa Levy (1876-1943)  geboren in Krefeld. Elie kwam uit een gezin van acht kinderen, drie meisjes en vijf jongens. Twee van de kinderen overleden al vroeg. Moeder Marianne Soesman (Geervliet 1842) overleed in Woerden in 1900, vader Isak Oppenheimer (Goor 1841) stierf in Woerden in 1916. Het gezin moest dus al vroeg op eigen benen staan. Zoon Eduard Oppenheimer (1874-1931) en zijn vrouw Regina Marx (1875-1939) hadden een spekslagerij annex kaashandel in Woerden. Zoon Philip (1881-1943) - voedselleverancier - en zijn vrouw Sara Meyer (1881-1943) vertrokken naar Den Haag en overleefden de oorlog niet. Zoon Jacob Oppenheimer (1878-1912) overleed voor de oorlog in Woerden, zijn vrouw Elisabeth de Groot (1878-1943) en hun dochter Marianne Hijmans-Oppenheimer (1911-1943) stierven in Sobibor respectievelijk Auschwitz. Dochter Reintje Oppenheimer (1873-1920) overleed in Woerden en ligt er begraven, haar man Meijer Goedhard (1868-1931) overleed in Enschede. Dochter Naatje Oppenheimer (1876-1931) overleed in Den Haag, zij trouwde met Levie van der Horst (1881-1943), die in Sobibor stierf (1).


Arnhem
Zoon Elie Oppenheimer vertrok in ieder geval vóór 1930 uit zijn geboorteplaats. Vanaf 1935 staat hij in Arnhem als poelier aan de Koningstraat 55 ingeschreven met een pakhuis aan de Menthenstraat 29. Vermoedelijk werd de winkel en het woonhuis gehuurd, het pand staat niet te boek als geroofd Joods bezit. Elders wordt vermeld dat hij poelier (Geflügelhändler) was in Arnhem én Krefeld, waar zijn vrouw Rosa vandaan kwam. Verbleef Elie tussen 1930 en 1935 in Krefeld bij zijn schoonfamilie? Arnhem telde in 1939 zo'n twaalf poeliers, waarvan drie Joodse. 
Het echtpaar Oppenheimer kreeg in Arnhem drie dochters: Reina, Johanna (Hanni) en Marianne. Reina en Johanna (Hanni) overleefden.

Reina 
Reina werd op 17 januari 1910 in Arnhem geboren, zij was van beroep verkoopster, mogelijk bij haar vader in de zaak. Zij dook met een vals persoonsbewijs onder in Leeuwarden bij J. Croles-Koning aan de Emmakade 23. Zij was de weduwe van J.J. Croles, oud-president van het gerechtshof in Leeuwarden, die in 1936 overleden was. Reina overleefde in de onderduik en overleed op 8 november 1983 in Arnhem, ze werd op Moscowa begraven. 

(Registratiekaart onderduik Friesland Reina Oppenheimer) 


(Graf van Reina Oppenheimer op Moscowa) 

Johanna (Hanni)

Johanna (Hanni) werd op 19 februari 1913 in Arnhem geboren, ze trouwde in 1939 in Filabusi (Zimbabwe, voorheen Rhodesië) met koopman Herbert Meyer (Moers NRW Duitsland) en overleed op 31 december 1979 in Zimbabwe. Hanni en Herbert hadden een zoon Harry en een dochter Rosemary. Hanni en Herbert emigreerden vermoedelijk vanwege de toenemende dreiging in Europa naar Rhodesie. Zuid-Afrika en Rhodesie - destijds apartheidstaten - boden eind 19e en begin 20e eeuw bescherming aan Joodse vluchtelingen. De kleinere Joodse gemeenschap in Rhodesie was nauw verbonden met de grotere Joodse gemeenschap in Zuid-Afrika, die ontstond door emigratie na 1880. In Filabusi hadden Herbert en 'Honey' (Hanni) decennialang de Marvel Store, waar werknemers van de omliggende mijnen, hun gezinnen en lokale bewoners voor hun dagelijkse boodschappen kwamen. Hun kinderen herinneren zich de zaak als de spil van het gezinsleven in de jaren 60. Tegenwoordig heet de winkel het Marvel Shopping Center.


(Johanna [Hanni} Meyer-Oppenheimer)

(Herbert Meyer)

Marianne

Marianne werd in 1908 geboren, ze trouwde met Salomon Vuisje (Amsterdam 1905-1944). Het paar verhuisde naar Amsterdam. Salomon Vuisje was daar schoolhoofd van de Talmoed Thoraschool in de Kraaipanstraat 60.

(Talmoed Thoraschool Kraaipanstraat, thans woonbestemming, foto JCK Amsterdam)

De buurt was een proeftuin voor sociale woningbouw, de populatie was overwegend Joods. Er was gebrek aan hygiene en er was armoe: 'Het was een lichtelijk wanordelijk volkje, en ik eiste méér van ze dan ze van huis uit hadden meegekregen', aldus een jonge onderwijzer uit die tijd. In mei 1942 werden hier de Jodensterren verkocht. De locatie werd gebruikt als voorlichtingsbureau van de Joodse Raad. In juni en juli 1943 waren de grote razzia's. In korte tijd liep het aantal leerlingen sterk terug. In 1943 sloot de bezetter de school (2). Salomon en Marianne kregen een zoon en twee dochters: Evaline (Amsterdam 1938-1943), Rosa (Amsterdam 1934_1943) en Elie (Amsterdam 1937-1943). Op 19 november 1943 werden allen in Auschwitz vermoord. 


(Persoonskaart Salomon en Marianne Vuisje-Oppenheimer, cartotheek Joodse Raad) 


(Persoonskaart Elie en Rosa Oppenheimer, cartotheek Joodse Raad)

 

Ruiten ingegooid
In januari 1941 werden - blijkens een dagrapport van de politie Arnhem van 16 januari 1941 -  van Elie Oppenheimer de ruiten ingegooid (bron: Gelders Archief). Van nog vijf andere collega winkeliers werden op dezelfde dag de ruiten ingegooid.

Sperre
De familie Oppenheimer (Koningstraat 55) had (nog) in november 1942 een 'Sperre' (bron: Gelders Archief). Intussen was de winkel geliquideerd en verhuisde de familie eind december 1942 (gedwongen?) naar Amsterdam naar het adres Pretoriusstraat 75 van dochter Marianne. Op 20 juni 1943 worden Elie en Rosa tijdens een grote razzia gearresteerd en naar Kamp Westerbork overgebracht. Van daaruit volgde negen dagen later hun deportatie naar Sobibor. Hun dochter Marianne werd een paar maanden later met haar man en drie kinderen naar Auschwitz gedeporteerd en vergast.

Gezocht?
Probeerden Elie en Rosa onder te duiken? Dit politiebericht zou er op kunnen wijzen. 'Voorgeleiding van Elie Oppenheimer, woonachtig in Arnhem. Hij wordt ervan verdacht van woonplaats te zijn veranderd zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben'. Met deze omschrijving werden joden aangeduid die waren ondergedoken.
(Algemeen Politieblad, nr 2, 14 januari 1943, 32, bericht 120)


Poelierszaak
Elie Oppenheimer had een koshere poelierszaak, waar hij ook boter, kaas en eieren verkocht. Begin 1942 komen twee Arnhemse politieagenten bij hem langs voor een onderzoek. Zijn zaak is dan inmiddels al gesloten en er is geen voorraad meer aanwezig. Wel blijkt uit de inventarisatie dat er nog twee toonbanken, een weegschaal met gewichten en een winkelopstal in het pand zijn. De vergunning van B&W om zondags open te zijn, wordt tijdens het bezoek door de agenten ingenomen.
(Margo Klijn, De stille slag: Joodse Arnhemmers, 1933-1945 [Westervoort 2003] 35, 124)

Joodse slagerijen

Joodse slagerijen waren er in overvloed. Je had Marcus Beem (1878-1949) in de Bakkerstraat, Meijer Dormits (1892-1943) in de Klarestraat, Marcus Nathans (1878-1942) had een slagerij aan de Nieuwstad met ‘Speciaal in Gelders varkensvlees’ (!), samen met de lamslager Hein Levie (1875 1943). Jozeph de Leeuw (1873-1943) had een slagerij in de Kortestraat. Salomon Salomons (1878-1943) had een slagerij aan de Nieuwstad. Poeliers waren Philip van Gelderen (1873-1942) in de Wielakkerstraat, Elie Oppenheimer (1879-1943) in de Koningstraat en Salomon Siegel in de Frans Halsstraat. Jakob Hiegenlich (1888-1942) had een comestibles- en vleeswarenwinkel in de Broerenstraat. De gezusters Salomons, Sophia (1874-1941), Jetje (1879-1942) en Aaltje (1888-1942) hadden een delicatessenwinkel ‘Dreimädelhaus’ aan de Nieuwstad 43. Benjamin Mozes Wolff (1880-1962) was veehandelaar en had stallen in de Rodenburgstraat en bezat een weiland in Rijkerswoerd.  


Uit: Lex Rutgers, Joods Arnhem in vogelvlucht

(Tegenover de winkel lag de Grote Sociëteit, foto Gelders Archief 1880, afgebroken in 1967)

(Dezelfde locatie in juli 2025)

 

 

Noten
1.
Over de veertien omgebrachte Joodse inwoners in Woerden, onder wie de familie Oppenheimer, lees: https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/woerden/

Op de Prins Bernhardlaan staat een monument ter nagedachtenis aan hen. Aan de Emmakade 3 ligt een Stolperstein voor Herta Sara Oppenheimer (1916-1943), dienstbode, dochter van Eduard Oppenheimer en Regina Marx. Ze verhuisde meerdere malen en was ondergedoken in Utrecht. Ze stierf in Sobibor. Zie: Stolpersteine in Woerden – 4 en 5 mei Woerden
2. Salomon wordt genoemd in: de laatste school - Verdwenen joodse scholen


Bronnen

Arnhemse adresboeken
Delpher
Gelders Archief
Arolsen Archives
Digitaal Joods Monument
Geni.com

https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/woerden/
Herbert Meyer Moers, Nordrhein-Westfalen, Deutschland: JMH Genealogy
Het Stenen Archief – Joodse begraafplaatsen in Nederland
www.ondergedokeninfryslan.nl
(na mei 2026 gaat website over)
We mogen nergens heen, we moeten naar Vught : de joodse inwoners van Woerden, 1930-1947, Heemtijdinghen : orgaan van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging, ISSN 0166-7246; jg. 35 (1999), no. 3, p. 57-132 (link: http://hdl.handle.net/1874/212795)

Joods Cultureel Kwartier, verhalen en verdieping Amsterdam Talmoed Thoaraschool
Joods Amsterdam, Kraaipanstraat

Meer: de laatste school - Verdwenen joodse scholen

 

Verwijzing
Dit verhaal staat ook op de persoonlijke pagina's van Elie en Rosa Oppenheimer

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats