menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Arnhem

In de negentiende eeuw groeide en bloeide de Joodse gemeente in Arnhem. De stad werd daarom in 1881 aangewezen als plaats voor de Hoofdsynagoge van het Synagogaal Ressort en Opperrabbinaat van Gelderland. In 1853 was al een prachtige synagoge gebouwd door stadsbouwmeester H.J. Heuvelink. Tijdens de Duitse bezetting bleef het gebouw aan de Pastoorstraat als door een wonder gespaard, maar van de gemeente was weinig meer over.

 

(foto onder informatiebord op de muur van de synagoge aan de Pastoorstraat)

 

Op 8 oktober 2003 werd in aanwezigheid van koningin Beatrix de Arnhemse sjoel na een ingrijpende restauratie heringewijd door rabbijn B. Jacobs, sinds 2008 opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat. Hieronder vallen alle Joodse gemeenten behalve Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Voor een reportage uit 2015 van RTV Arnhem over de Arnhemse synagoge klik hier

In 1965 werd in Arnhem, naast de traditionele Joodse gemeente, de Liberaal Joodse Gemeente Arnhem opgericht. In 2000 werd deze naam gewijzigd in de Liberaal Joodse Gemeente Gelderland. Er is een verschil in denken over de Tora, de Messias en over praktische zaken als de plaats van vrouwen in de dienst. De liberalen gaan sinds 2010 naar de kleine negentiende-eeuwse sjoel in Dieren. Voor een reportage uit 2019 van omroep Gelderland over de Dierense Sjoel klik hier.

(foto onder de Dierense Sjoel 2020 © dedierensesjoel.nl)


(foto onder Arnhemse synagoge in 2020 ingang Broerenstraat)

(foto onder Arnhemse synagoge in 2020 aan de Pastoorstraat)


 

In 1933 vierde de stad Arnhem haar 700 jarig bestaan, de synagoge aan de Pastoorstraat bestond 80 jaar en in Duitsland was Hitler aan de macht gekomen. In Arnhem leefden, zoals overal in Nederland, de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam, maar ook als vreemden naast elkaar: de zogenoemde zuilenmaatschappij. Religie was belangrijk en in officiële papieren werd er altijd naar gevraagd. Rooms-katholieken, hervormden, sociaaldemocraten en liberalen hadden tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw hun eigen kerk, krant of club. Zolang je elkaar met rust liet en niet trouwde met iemand van het andere geloof was er weinig aan de hand. De verschillende politieke elites zorgden voor evenwicht in het land. Het antisemitisme in de jaren dertig, dat ongetwijfeld in Nederland aanwezig was, wordt vergelijkenderwijs mild genoemd. De herinneringen en ervaringen lopen op dit punt uiteen.

 

(foto onder panorama binnenstad Arnhem 1930-1940 © Gelders Archief)


(foto onder plattegrond Arnhem 1936 © Gelders Archief)

(foto onder Kippenmarkt situatie 2020, zelfde standpunt als op foto van 1930 hieronder)


(foto onder Kippenmarkt richting Vismarkt 1930 met rechts in de hoek het voormalig Rabbinaatshuis en Nederlands Israëlitische Godsdienstschool © Gelders Archief)



(foto onder detailfoto Godsdienstschool hoek Kippenmarkt rond 1900 © Gelders Archief)

Joodse kinderen gingen in Arnhem naar de openbare school en kregen daarnaast op woensdagmiddag en zondagmorgen godsdienstles aan de Kippenmarkt. In de 21ste eeuw is het normaal dat winkels elke dag van de week open zijn, maar ooit was de zondagsrust heilig. Men ging dan naar de kerk. De winkels waren gesloten, behalve die van Joden (en leden van de Pinkstergemeente). Zij sloten hun zaak juist op zaterdag om de sabbat te vieren.

(foto onder, de openbare lagere school aan de Schoolplaats-Trans, klassefoto met o.a. Joodse kinderen omstreeks 1932 © Ella Hopaf



(foto onder, in de tuin bij de synagoge rond 1900 © Gelders Archief)

De helft van de Joden woonde in Amsterdam (Mokum), de andere helft woonde verspreid over het land (de mediene). De meeste Joodse Arnhemmers waren op de een of andere manier ondernemer, van doodarme mensen die met hun handel langs de deur liepen tot winkeliers en fabrikanten. Er was een groot aantal Arnhemse winkels en bedrijven met Joodse eigenaren: van bakkers, slagers, veehandelaren, kruideniers, groente- en fruithandelaren, drogisterijen, parfurmerieën, meubel- en beddenzaken, kleding- en confectiezaken, boekhandels tot en met oude metalen, ijzerwaren en papierfabrieken. De grootste Arnhemse ondernemer was de oprichter van de Enka, Jacques Coenraad Hartogs (1879-1932). Na 1933 zal zijn weduwe de grootste geldschieter worden voor het vluchtelingenwerk. Het personeel van de Enka telde veel Joden. Jacques Ernest Hartogs - de neef van J.C.Hartogs - was bedrijfsarts van de Enka, huisarts en arts van het Joods tehuis voor ouden van dagen Beth Zikna. Aan de Velperweg was de confectiefabriek J.Abas gevestigd, dat in 1949 zijn 50 jarig jubileum vierde. Izaak Abas zette zich na de oorlog in voor de bouw van het nieuwe Joods bejaardenhuis Beth Zikna in 1969 in de Beekstraat.

 

(Foto onder: advertentie IJzerwarenwinkel Philip en Rosa van Perlstein in Arnhemse Courant van 10 september 1943  )

Joden in Arnhem vormden religieus een apart element en ook hun commerciële bedrijvigheid viel op. Zij waren onderdeel van de zuilenmaatschappij van die tijd, waarin de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam, maar ook als betrekkelijke vreemden naast elkaar leefden. Joodse kinderen gingen naar de openbare school en waren lid van Arnhemse verenigingen. Er was een Joodse godsdienstschool voor Joodse lessen, een Joods tehuis voor ouden van dagen en een tehuis voor Joodse militairen. Er waren Joodse verenigingen voor armenzorg. Ook toen de armenzorg op den duur een taak voor de overheid werd, bleven de Joodse zorginstellingen bestaan. Het Nederlands-Israëlitisch Armbestuur bijvoorbeeld ondersteunde Joodse armen in geld en natura. Kort voor de Tweede Wereldoorlog was de grootste armoede vrijwel verdwenen.


(foto onder: Collectebus van de Joodse Sociale Zorg Arnhem 
© Collectie Joods Historisch Museum)

Joodse Arnhemmers namen deel aan het Arnhemse culturele leven. Er werd gezongen, muziek en toneel gespeeld. Ook werden er concerten gegeven. De Amsterdamse 'Joodsche Mannenzangvereniging De Harpe Davids' trad in 1937 op in Musis Sacrum. Het Arnhemse Joodse muzikantenechtpaar Andries de Swarte en Marianne de Leeuwe gaf regelmatig piano-cello concerten voor de radio. Andries trad als solo-cellist op bij 'Volksconcerten' in Musis Sacrum en was dirigent van het Arnhemsche Mandolineorkest 'Ons Genoegen'.

De Arnhemse Joodse Sociëteit vierde in 1935 haar tienjarig bestaan - in Musis Sacrum - met sprekers, revue, zang en dans. De jeugdafdeling Akabja vierde in 1939 haar eerste jubileum. Veel Joodse kinderen waren lid van de padvinderij (o.a. in Zijpendaal) of hadden muziekles of gymnastiek. Er waren dansfeesten bij dansinstituut Wensink aan de Parkstraat, schoolfeesten en poerimfeesten in zaal André aan de Roggestraat. De Arnhemse Orkest Vereeniging (voorloper van Het Gelders Orkest, nu Phion) telde in 1940 zeven Joodse musici, zes strijkers en de tweede dirigent Leo Pappenheim.

 

(foto onder: Apachefeest ter gelegenheid van Poerim in het bovenzaaltje van André aan de Roggestraat 1938 © uit 'De Stille slag')


(foto onder: Arnhemsche Orkest Vereeniging  onder leiding van dirigent Jaap Spaanderman in Musis Sacrum 1939 © Gelders Archief)



Ook deden Joodse Arnhemmers aan sport, al of niet als lid van een Arnhemse sportvereniging. Aan de voetbalclub Vitesse hadden veel Joodse Arnhemmers hun hart verpand, als voetballer, trainer of bestuurslid. Ies Kellerman ('Pietje Vitesse') werd na de oorlog voorzitter van de supportersvereniging. Ere-voorzitter Herbert ('Happy') Mogendorff was de grote promotor en ondersteuner van Vitesse.

 

(Foto onder: Vitesse 1946, tweede rij, 2e van rechts 'Pietje Vitesse' oftewel Ies Kellerman en echtgenote, foto Ella Hopaf)

(Foto onder:Herbert Mogendorff spreekt ter gelegenheid van de opening van het Vitessestadion Nieuw Monnikenhuize in 1950 © Herinneringscentrum kamp Westerbork)

(foto onder: de toneelvereniging met o.a. de families Broekman en Kellerman van de Wielakkerstraat © Joodsmonument.nl)

(foto onder: Leden van de Amsterdamse Joodse mannenzangvereniging De Harpe Davids voor Musis Sacrum ter gelegenheid van hun optreden in 1937. Linksboven: Mozes Pampel. Dirigent was Karel Bohne © Joods Cultureel Kwartier)


(foto onder synagogaal koor Arnhem 1925 © Gelders Archief)


Van 1918 tot 1941 was Joël Vredenburg (1866-1943) opperrabbijn in Arnhem. Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap had een hoofdonderwijzer en drie kerkelijke ambtenaren in dienst: Machiel Pinto was behalve hoofdonderwijzer ook secretaris van het kerkbestuur en gaf Hebreeuws aan het Stedelijk gymnasium. De drie kerkelijke ambtenaren waren: Leendert Boas, voorzanger, Iman Modijefsky, koster en Hartog Pagrach, controleur (sjammes).

 

(foto onder leerlingen, docenten en bestuurders Nederlands Israëlitische Godsdienstschool Arnhem rond 1900 © Gelders Archief )

 

Naast de synagoge aan de Pastoorstraat, het Rabbinaatshuis en Joodse school aan de Kippenmarkt kende de Joodse Gemeente Arnhem het rituele badhuis uit 1885 aan de Kerkstraat 24 van de architecten G.J. van Gendt en C.M.G. Nieraad. Het is in gebruik geweest tot de Tweede Wereldoorlog, daarna - boven - voor bewoning gebruikt, in 1971 verkocht en niet lang daarna afgebroken.

 

(foto onder Joods ritueel badhuis Arnhem 1964 Kerkstraat 24, tweede huis van rechts. Byzantijnse stijl met davidster in de nok © Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) 

(Foto onder situatie in 2020)

Arnhem had in de 19
e eeuw een Joods bejaardenhuis, een oudeliedengesticht uit 1874 met zeven huisjes en eet- en ontvangstzaal aan de Achterweg, een (doodlopend) zijstraatje tussen de Weerdjesstraat-Langstraat ter hoogte huidige parkeerplaats Trans.


(foto onder het Joods oudeliedengesticht Achterweg 1874 met bewoners in gestichtsuniformen gestoken, personeel, regenten en regentessen, de binnenvader en -moeder van de inrichting; rechts poort die op de Langstraat uitkwam, waar ook de voorkant van het tehuis lag)

(Weerdjesstraat 2020 parkeerterrein Trans richting Langstraat - rechtdoor - ter hoogte van de toegang van de voormalige Achterweg. Deze begon op de Weerdjesstraat en kwam via een poort uit op de Langstraat; zie plattegrond Arnhem 1936 © Gelders Archief)

  

In 1900 verhuisde de instelling naar Markt 5 onder de naam Beth Mikloth Lezikno naast het (voormalige) Paleis van Justitie. In 1927 komt er een vleugel bij aan de aangrenzende Hofstraat. Met de razzia van 10 december 1942 worden de 60 bewoners en 20 Joodse personeelsleden gedeporteerd. Voor een overzicht van de gedeporteerde bewoners klik hier.

 

In 1969 wordt het nieuwe Joodse bejaardenhuis Beth Zikna aan de Beekstraat 40 geopend. In 1974 viert het huis zijn 1oo jarig bestaan. Het NIW van 26 april 1974 schrijft er een artikel over. In 1985 wordt op dezelfde plaats nieuwbouw gerealiseerd onder de naam Huize Kohlmann - Beth Zikna. In 1998 sluit Beth Zikna definitief zijn deuren. 


(foto onder Markt 5 Joods bejaardenhuis 
Beth Mikloth Lezikno voor 1944; rode stip © Gelders Archief)

(foto onder: linkergevel Markt 3-5 in 2020)

(foto onder Beekstraat 40 Joods bejaardenhuis Beth Zikna in 1969, links doorzicht naar schouwburg en start bouw politiebureau © Gelders Archief )

(foto onder Beekstraat 40 Huize Kohlmann situatie 2020)


Arnhem kende vanaf de 18
e eeuw eigen Joodse begraafplaatsen. Aan de Utrechtseweg waren dat de Sandberg (1755-1827) nabij het huidige Museum Arnhem (nog enkele grafzerken aanwezig o.a. van Nathan de Bruin) en de Valk (1827-1858) aan de overkant tussen Bellevue en Brugstraat (particulier terrein van de familie Prins). Voor een overzicht van joodse Arnhemmers die tussen 1811 en 1827 op de Sandberg begraven zijn klik hier.

 

(foto onder begraafplaats de Sandberg Utrechtseweg 2020; links voor grafsteen  van Nathan de Bruin)

 

Over Nathan de Bruin (Oeverstraat te Arnhem, 1742-1827) schreef Daniel van den Bos in 2019 een familiekroniek "Gezagsgetrouwe vredelievende belastingbetalende medeburgers". Zie zijn website hier.


Van 1858-1865/66 werd de begraafplaat
s Onder de Linden bij de Hommelseweg gebruikt. Aan de noordzijde (het huidige Talmaplein tegenover de Willem Hovylaan) lag het Joods gedeelte.

(foto's onder voormalige Joodse begraafplaats Onder de Linden, het huidige Talmaplein © Oud-Arnhem)

Vanaf 1866 wordt er op Moscowa begraven. Voor een overzicht van Joodse Arnhemmers, die daar begraven liggen klik hier.
Het oorlogsmonument herdenkt de vermoorde Joodse inwoners van Arnhem.


(foto's onder Joodse begraafplaats Moscowa met woning toezichthouder, klaaghuis-metaheerhuis en grafstenen)



 

(foto onder oorlogsmonument Moscowa © Oud-Arnhem)

Geschiedenis

Arnhem

In de negentiende eeuw groeide en bloeide de Joodse gemeente in Arnhem. De stad werd daarom in 1881 aangewezen als plaats voor de Hoofdsynagoge van het Synagogaal Ressort en Opperrabbinaat van Gelderland. In 1853 was al een prachtige synagoge gebouwd door stadsbouwmeester H.J. Heuvelink. Tijdens de Duitse bezetting bleef het gebouw aan de Pastoorstraat als door een wonder gespaard, maar van de gemeente was weinig meer over.

 

(foto onder informatiebord op de muur van de synagoge aan de Pastoorstraat)

 

Op 8 oktober 2003 werd in aanwezigheid van koningin Beatrix de Arnhemse sjoel na een ingrijpende restauratie heringewijd door rabbijn B. Jacobs, sinds 2008 opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat. Hieronder vallen alle Joodse gemeenten behalve Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Voor een reportage uit 2015 van RTV Arnhem over de Arnhemse synagoge klik hier

In 1965 werd in Arnhem, naast de traditionele Joodse gemeente, de Liberaal Joodse Gemeente Arnhem opgericht. In 2000 werd deze naam gewijzigd in de Liberaal Joodse Gemeente Gelderland. Er is een verschil in denken over de Tora, de Messias en over praktische zaken als de plaats van vrouwen in de dienst. De liberalen gaan sinds 2010 naar de kleine negentiende-eeuwse sjoel in Dieren. Voor een reportage uit 2019 van omroep Gelderland over de Dierense Sjoel klik hier.

(foto onder de Dierense Sjoel 2020 © dedierensesjoel.nl)


(foto onder Arnhemse synagoge in 2020 ingang Broerenstraat)

(foto onder Arnhemse synagoge in 2020 aan de Pastoorstraat)


 

In 1933 vierde de stad Arnhem haar 700 jarig bestaan, de synagoge aan de Pastoorstraat bestond 80 jaar en in Duitsland was Hitler aan de macht gekomen. In Arnhem leefden, zoals overal in Nederland, de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam, maar ook als vreemden naast elkaar: de zogenoemde zuilenmaatschappij. Religie was belangrijk en in officiële papieren werd er altijd naar gevraagd. Rooms-katholieken, hervormden, sociaaldemocraten en liberalen hadden tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw hun eigen kerk, krant of club. Zolang je elkaar met rust liet en niet trouwde met iemand van het andere geloof was er weinig aan de hand. De verschillende politieke elites zorgden voor evenwicht in het land. Het antisemitisme in de jaren dertig, dat ongetwijfeld in Nederland aanwezig was, wordt vergelijkenderwijs mild genoemd. De herinneringen en ervaringen lopen op dit punt uiteen.

 

(foto onder panorama binnenstad Arnhem 1930-1940 © Gelders Archief)


(foto onder plattegrond Arnhem 1936 © Gelders Archief)

(foto onder Kippenmarkt situatie 2020, zelfde standpunt als op foto van 1930 hieronder)


(foto onder Kippenmarkt richting Vismarkt 1930 met rechts in de hoek het voormalig Rabbinaatshuis en Nederlands Israëlitische Godsdienstschool © Gelders Archief)



(foto onder detailfoto Godsdienstschool hoek Kippenmarkt rond 1900 © Gelders Archief)

Joodse kinderen gingen in Arnhem naar de openbare school en kregen daarnaast op woensdagmiddag en zondagmorgen godsdienstles aan de Kippenmarkt. In de 21ste eeuw is het normaal dat winkels elke dag van de week open zijn, maar ooit was de zondagsrust heilig. Men ging dan naar de kerk. De winkels waren gesloten, behalve die van Joden (en leden van de Pinkstergemeente). Zij sloten hun zaak juist op zaterdag om de sabbat te vieren.

(foto onder, de openbare lagere school aan de Schoolplaats-Trans, klassefoto met o.a. Joodse kinderen omstreeks 1932 © Ella Hopaf



(foto onder, in de tuin bij de synagoge rond 1900 © Gelders Archief)

De helft van de Joden woonde in Amsterdam (Mokum), de andere helft woonde verspreid over het land (de mediene). De meeste Joodse Arnhemmers waren op de een of andere manier ondernemer, van doodarme mensen die met hun handel langs de deur liepen tot winkeliers en fabrikanten. Er was een groot aantal Arnhemse winkels en bedrijven met Joodse eigenaren: van bakkers, slagers, veehandelaren, kruideniers, groente- en fruithandelaren, drogisterijen, parfurmerieën, meubel- en beddenzaken, kleding- en confectiezaken, boekhandels tot en met oude metalen, ijzerwaren en papierfabrieken. De grootste Arnhemse ondernemer was de oprichter van de Enka, Jacques Coenraad Hartogs (1879-1932). Na 1933 zal zijn weduwe de grootste geldschieter worden voor het vluchtelingenwerk. Het personeel van de Enka telde veel Joden. Jacques Ernest Hartogs - de neef van J.C.Hartogs - was bedrijfsarts van de Enka, huisarts en arts van het Joods tehuis voor ouden van dagen Beth Zikna. Aan de Velperweg was de confectiefabriek J.Abas gevestigd, dat in 1949 zijn 50 jarig jubileum vierde. Izaak Abas zette zich na de oorlog in voor de bouw van het nieuwe Joods bejaardenhuis Beth Zikna in 1969 in de Beekstraat.

 

(Foto onder: advertentie IJzerwarenwinkel Philip en Rosa van Perlstein in Arnhemse Courant van 10 september 1943  )

Joden in Arnhem vormden religieus een apart element en ook hun commerciële bedrijvigheid viel op. Zij waren onderdeel van de zuilenmaatschappij van die tijd, waarin de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam, maar ook als betrekkelijke vreemden naast elkaar leefden. Joodse kinderen gingen naar de openbare school en waren lid van Arnhemse verenigingen. Er was een Joodse godsdienstschool voor Joodse lessen, een Joods tehuis voor ouden van dagen en een tehuis voor Joodse militairen. Er waren Joodse verenigingen voor armenzorg. Ook toen de armenzorg op den duur een taak voor de overheid werd, bleven de Joodse zorginstellingen bestaan. Het Nederlands-Israëlitisch Armbestuur bijvoorbeeld ondersteunde Joodse armen in geld en natura. Kort voor de Tweede Wereldoorlog was de grootste armoede vrijwel verdwenen.


(foto onder: Collectebus van de Joodse Sociale Zorg Arnhem 
© Collectie Joods Historisch Museum)

Joodse Arnhemmers namen deel aan het Arnhemse culturele leven. Er werd gezongen, muziek en toneel gespeeld. Ook werden er concerten gegeven. De Amsterdamse 'Joodsche Mannenzangvereniging De Harpe Davids' trad in 1937 op in Musis Sacrum. Het Arnhemse Joodse muzikantenechtpaar Andries de Swarte en Marianne de Leeuwe gaf regelmatig piano-cello concerten voor de radio. Andries trad als solo-cellist op bij 'Volksconcerten' in Musis Sacrum en was dirigent van het Arnhemsche Mandolineorkest 'Ons Genoegen'.

De Arnhemse Joodse Sociëteit vierde in 1935 haar tienjarig bestaan - in Musis Sacrum - met sprekers, revue, zang en dans. De jeugdafdeling Akabja vierde in 1939 haar eerste jubileum. Veel Joodse kinderen waren lid van de padvinderij (o.a. in Zijpendaal) of hadden muziekles of gymnastiek. Er waren dansfeesten bij dansinstituut Wensink aan de Parkstraat, schoolfeesten en poerimfeesten in zaal André aan de Roggestraat. De Arnhemse Orkest Vereeniging (voorloper van Het Gelders Orkest, nu Phion) telde in 1940 zeven Joodse musici, zes strijkers en de tweede dirigent Leo Pappenheim.

 

(foto onder: Apachefeest ter gelegenheid van Poerim in het bovenzaaltje van André aan de Roggestraat 1938 © uit 'De Stille slag')


(foto onder: Arnhemsche Orkest Vereeniging  onder leiding van dirigent Jaap Spaanderman in Musis Sacrum 1939 © Gelders Archief)



Ook deden Joodse Arnhemmers aan sport, al of niet als lid van een Arnhemse sportvereniging. Aan de voetbalclub Vitesse hadden veel Joodse Arnhemmers hun hart verpand, als voetballer, trainer of bestuurslid. Ies Kellerman ('Pietje Vitesse') werd na de oorlog voorzitter van de supportersvereniging. Ere-voorzitter Herbert ('Happy') Mogendorff was de grote promotor en ondersteuner van Vitesse.

 

(Foto onder: Vitesse 1946, tweede rij, 2e van rechts 'Pietje Vitesse' oftewel Ies Kellerman en echtgenote, foto Ella Hopaf)

(Foto onder:Herbert Mogendorff spreekt ter gelegenheid van de opening van het Vitessestadion Nieuw Monnikenhuize in 1950 © Herinneringscentrum kamp Westerbork)

(foto onder: de toneelvereniging met o.a. de families Broekman en Kellerman van de Wielakkerstraat © Joodsmonument.nl)

(foto onder: Leden van de Amsterdamse Joodse mannenzangvereniging De Harpe Davids voor Musis Sacrum ter gelegenheid van hun optreden in 1937. Linksboven: Mozes Pampel. Dirigent was Karel Bohne © Joods Cultureel Kwartier)


(foto onder synagogaal koor Arnhem 1925 © Gelders Archief)


Van 1918 tot 1941 was Joël Vredenburg (1866-1943) opperrabbijn in Arnhem. Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap had een hoofdonderwijzer en drie kerkelijke ambtenaren in dienst: Machiel Pinto was behalve hoofdonderwijzer ook secretaris van het kerkbestuur en gaf Hebreeuws aan het Stedelijk gymnasium. De drie kerkelijke ambtenaren waren: Leendert Boas, voorzanger, Iman Modijefsky, koster en Hartog Pagrach, controleur (sjammes).

 

(foto onder leerlingen, docenten en bestuurders Nederlands Israëlitische Godsdienstschool Arnhem rond 1900 © Gelders Archief )

 

Naast de synagoge aan de Pastoorstraat, het Rabbinaatshuis en Joodse school aan de Kippenmarkt kende de Joodse Gemeente Arnhem het rituele badhuis uit 1885 aan de Kerkstraat 24 van de architecten G.J. van Gendt en C.M.G. Nieraad. Het is in gebruik geweest tot de Tweede Wereldoorlog, daarna - boven - voor bewoning gebruikt, in 1971 verkocht en niet lang daarna afgebroken.

 

(foto onder Joods ritueel badhuis Arnhem 1964 Kerkstraat 24, tweede huis van rechts. Byzantijnse stijl met davidster in de nok © Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) 

(Foto onder situatie in 2020)

Arnhem had in de 19
e eeuw een Joods bejaardenhuis, een oudeliedengesticht uit 1874 met zeven huisjes en eet- en ontvangstzaal aan de Achterweg, een (doodlopend) zijstraatje tussen de Weerdjesstraat-Langstraat ter hoogte huidige parkeerplaats Trans.


(foto onder het Joods oudeliedengesticht Achterweg 1874 met bewoners in gestichtsuniformen gestoken, personeel, regenten en regentessen, de binnenvader en -moeder van de inrichting; rechts poort die op de Langstraat uitkwam, waar ook de voorkant van het tehuis lag)

(Weerdjesstraat 2020 parkeerterrein Trans richting Langstraat - rechtdoor - ter hoogte van de toegang van de voormalige Achterweg. Deze begon op de Weerdjesstraat en kwam via een poort uit op de Langstraat; zie plattegrond Arnhem 1936 © Gelders Archief)

  

In 1900 verhuisde de instelling naar Markt 5 onder de naam Beth Mikloth Lezikno naast het (voormalige) Paleis van Justitie. In 1927 komt er een vleugel bij aan de aangrenzende Hofstraat. Met de razzia van 10 december 1942 worden de 60 bewoners en 20 Joodse personeelsleden gedeporteerd. Voor een overzicht van de gedeporteerde bewoners klik hier.

 

In 1969 wordt het nieuwe Joodse bejaardenhuis Beth Zikna aan de Beekstraat 40 geopend. In 1974 viert het huis zijn 1oo jarig bestaan. Het NIW van 26 april 1974 schrijft er een artikel over. In 1985 wordt op dezelfde plaats nieuwbouw gerealiseerd onder de naam Huize Kohlmann - Beth Zikna. In 1998 sluit Beth Zikna definitief zijn deuren. 


(foto onder Markt 5 Joods bejaardenhuis 
Beth Mikloth Lezikno voor 1944; rode stip © Gelders Archief)

(foto onder: linkergevel Markt 3-5 in 2020)

(foto onder Beekstraat 40 Joods bejaardenhuis Beth Zikna in 1969, links doorzicht naar schouwburg en start bouw politiebureau © Gelders Archief )

(foto onder Beekstraat 40 Huize Kohlmann situatie 2020)


Arnhem kende vanaf de 18
e eeuw eigen Joodse begraafplaatsen. Aan de Utrechtseweg waren dat de Sandberg (1755-1827) nabij het huidige Museum Arnhem (nog enkele grafzerken aanwezig o.a. van Nathan de Bruin) en de Valk (1827-1858) aan de overkant tussen Bellevue en Brugstraat (particulier terrein van de familie Prins). Voor een overzicht van joodse Arnhemmers die tussen 1811 en 1827 op de Sandberg begraven zijn klik hier.

 

(foto onder begraafplaats de Sandberg Utrechtseweg 2020; links voor grafsteen  van Nathan de Bruin)

 

Over Nathan de Bruin (Oeverstraat te Arnhem, 1742-1827) schreef Daniel van den Bos in 2019 een familiekroniek "Gezagsgetrouwe vredelievende belastingbetalende medeburgers". Zie zijn website hier.


Van 1858-1865/66 werd de begraafplaat
s Onder de Linden bij de Hommelseweg gebruikt. Aan de noordzijde (het huidige Talmaplein tegenover de Willem Hovylaan) lag het Joods gedeelte.

(foto's onder voormalige Joodse begraafplaats Onder de Linden, het huidige Talmaplein © Oud-Arnhem)

Vanaf 1866 wordt er op Moscowa begraven. Voor een overzicht van Joodse Arnhemmers, die daar begraven liggen klik hier.
Het oorlogsmonument herdenkt de vermoorde Joodse inwoners van Arnhem.


(foto's onder Joodse begraafplaats Moscowa met woning toezichthouder, klaaghuis-metaheerhuis en grafstenen)



 

(foto onder oorlogsmonument Moscowa © Oud-Arnhem)

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats