menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Arnhem

In de negentiende eeuw groeide en bloeide de Joodse gemeente in Arnhem. De stad werd daarom in 1881 aangewezen als plaats voor de Hoofdsynagoge van het Synagogaal Ressort en Opperrabbinaat van Gelderland. In 1853 was al een prachtige synagoge gebouwd door stadsbouwmeester H.J. Heuvelink. Tijdens de Duitse bezetting bleef het gebouw aan de Pastoorstraat als door een wonder gespaard, maar van de gemeente was weinig meer over.

 

(foto onder informatiebord op de muur van de synagoge aan de Pastoorstraat)

 

Op 8 oktober 2003 werd in aanwezigheid van koningin Beatrix de Arnhemse sjoel na een ingrijpende restauratie heringewijd door rabbijn B. Jacobs, sinds 2008 opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat. Hieronder vallen alle Joodse gemeenten behalve Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. In 1965 werd in Arnhem, naast de traditionele Joodse gemeente, de Liberaal Joodse Gemeente Arnhem opgericht. In 2000 werd deze naam gewijzigd in de Liberaal Joodse Gemeente Gelderland. Er is een verschil in denken over de Tora, de Messias en over praktische zaken als de plaats van vrouwen in de dienst. De liberalen gaan sinds 2010 naar de kleine negentiende-eeuwse sjoel in DierenIn 2015 wijdde RTV Arnhem een uitzending aan de joodse gemeente van Arnhem: Dit is Arnhem.


(foto onder synagoge in 2020 ingang Broerenstraat)

(foto onder synagoge in 2020 aan de Pastoorstraat)


 

In 1933 vierde de stad Arnhem haar 700 jarig bestaan, de synagoge aan de Pastoorstraat bestond 80 jaar en in Duitsland was Hitler aan de macht gekomen. In Arnhem leefden, zoals overal in Nederland, de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam, maar ook als vreemden naast elkaar: de zogenoemde zuilenmaatschappij. Religie was belangrijk en in officiële papieren werd er altijd naar gevraagd. Rooms-katholieken, hervormden, sociaaldemocraten en liberalen hadden tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw hun eigen kerk, krant of club. Zolang je elkaar met rust liet en niet trouwde met iemand van het andere geloof was er weinig aan de hand. De verschillende politieke elites zorgden voor evenwicht in het land. Het antisemitisme in de jaren dertig, dat ongetwijfeld in Nederland aanwezig was, wordt vergelijkenderwijs mild genoemd. De herinneringen en ervaringen lopen op dit punt uiteen.

 

(foto onder Kippenmarkt situatie 2020, zelfde standpunt als op foto 1930 hieronder)


(foto onder Kippenmarkt richting Vismarkt 1930 met rechts in de hoek het voormalig Rabbinaatshuis en Nederlands Israëlitische Godsdienstschool. Bron: Gemeente Archief)



(foto onder detailfoto Gosdienstschool hoek Kippenmarkt rond 1900. Bron: Gemeente Archief)

Joodse kinderen gingen in Arnhem naar de openbare school en kregen daarnaast op woensdagmiddag en zondagmorgen godsdienstles aan de Kippenmarkt. In de 21ste eeuw is het normaal dat winkels elke dag van de week open zijn, maar ooit was de zondagsrust heilig. Men ging dan naar de kerk. De winkels waren gesloten, behalve die van Joden (en leden van de Pinkstergemeente). Zij sloten hun zaak juist op zaterdag om de sabbat te vieren.

(foto onder, in de tuin bij de synagoge rond 1900. Bron: Gemeente Archief)

De helft van de Joden woonde in Amsterdam (Mokum), de andere helft woonde verspreid over het land (de mediene). De meeste Joodse Arnhemmers waren op de een of andere manier ondernemer, van doodarme mensen die met hun handel langs de deur liepen tot winkeliers en fabrikanten. De grootste Arnhemse ondernemer was de oprichter van de Enka, J.C. Hartogs (1879-1932). Na 1933 zal zijn weduwe is grootste geldschieter worden voor het vluchtelingenwerk.

(foto onder synagogaal koor Arnhem 1925)


Van 1918 tot 1941 was Joël Vredenburg (1866-1943) opperrabbijn in Arnhem. Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap had een hoofdonderwijzer en drie kerkelijke ambtenaren in dienst: Machiel Pinto was behalve hoofdonderwijzer ook secretaris van het kerkbestuur en gaf Hebreeuws aan het Stedelijk gymnasium. De drie kerkelijke ambtenaren waren: Leendert Boas, voorzanger, Iman Modijefsky, koster en Hartog Pagrach, controleur (sjammes).

 

(foto onder leerlingen, docenten en bestuurders Nederlands Israëlitische Godsdienstschool Arnhem rond 1900)

 

Naast de synagoge aan de Pastoorstraat, het Rabbinaatshuis en Joodse school aan de Kippenmarkt kende de Joodse Gemeente Arnhem het rituele badhuis uit 1885 aan de Kerkstraat 24 van de architecten G.J. van Gendt en C.M.G. Nieraad. Het is in gebruik geweest tot de Tweede Wereldoorlog, daarna - boven - voor bewoning gebruikt, in 1971 verkocht en niet lang daarna afgebroken.

 

(foto onder Joods ritueel badhuis Arnhem 1964 Kerkstraat 24, tweede huis van rechts. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) 

Arnhem had in de 19e eeuw een Joods bejaardenhuis aan de Achterweg (zijstraat van de Weerdjesstraat ter hoogte huidige parkeerplaats Trans). In 1900 verhuisde de instelling naar Markt 5 onder de naam Beth Mikloth Lezikno naast het (voormalige) Paleis van Justitie. In 1927 komt er een vleugel bij aan de aangrenzende Hofstraat. Met de razzia van 10 december 1942 worden de 60 bewoners en 20 Joodse personeelsleden gedeporteerd. Voor een overzicht van de gedeporteerde bewoners zie

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/35595/tehuis-voor-israelitische-oude-lieden

In 1969 wordt het nieuwe Joodse bejaardenhuis Beth Zikna aan de Beekstraat 40 geopend. In 1985 wordt op dezelfde plaats nieuwbouw gerealiseerd onder de naam Huize Kohlmann - Beth Zikna. In 1998 sluit Beth Zikna definitief zijn deuren. 


(foto onder Markt 5 Joods bejaardenhuis 
Beth Mikloth Lezikno voor 1944)

Arnhem kende vanaf de 18e eeuw eigen Joodse begraafplaatsen. Aan de Utrechtseweg waren dat de Sandberg (1755-1827) nabij het huidige Museum Arnhem (nog enkele grafzerken aanwezig) en de Valk (1827-1858) aan de overkant tussen Bellevue en Brugstraat (particulier terrein van de familie Prins). Voor een overzicht van joodse Arnhemmers die tussen 1811 en 1827 op de Sandberg begraven zijn klik op

https://www.nljewgen.org/637-2/

(foto onder begraafplaats de Sandberg Utrechtseweg)

Van 1858-1865/66 werd de begraafplaats Onder de Linden bij de Hommelseweg gebruikt. Aan de noordzijde (het huidige Talmaplein tegenover de Willem Hovylaan) lag het Joods gedeelte.

(foto onder voormalige begraafplaats Onder de Linden, huidige Talmaplein)

Vanaf 1866 wordt er op Moscowa
 begraven. Voor een overzicht van Joodse Arnhemmers, die daar begraven liggen klik op http://www.synagogearnhem.nl/personen_begraven_op_Moscowa.htm

Het oorlogsmonument herdenkt de vermoorde Joodse inwoners van Arnhem.

(foto onder Joodse begraafplaats Moscowa achterzijde)


(foto onder oorlogsmonument Moscowa)

Geschiedenis

Arnhem

In de negentiende eeuw groeide en bloeide de Joodse gemeente in Arnhem. De stad werd daarom in 1881 aangewezen als plaats voor de Hoofdsynagoge van het Synagogaal Ressort en Opperrabbinaat van Gelderland. In 1853 was al een prachtige synagoge gebouwd door stadsbouwmeester H.J. Heuvelink. Tijdens de Duitse bezetting bleef het gebouw aan de Pastoorstraat als door een wonder gespaard, maar van de gemeente was weinig meer over.

 

(foto onder informatiebord op de muur van de synagoge aan de Pastoorstraat)

 

Op 8 oktober 2003 werd in aanwezigheid van koningin Beatrix de Arnhemse sjoel na een ingrijpende restauratie heringewijd door rabbijn B. Jacobs, sinds 2008 opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat. Hieronder vallen alle Joodse gemeenten behalve Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. In 1965 werd in Arnhem, naast de traditionele Joodse gemeente, de Liberaal Joodse Gemeente Arnhem opgericht. In 2000 werd deze naam gewijzigd in de Liberaal Joodse Gemeente Gelderland. Er is een verschil in denken over de Tora, de Messias en over praktische zaken als de plaats van vrouwen in de dienst. De liberalen gaan sinds 2010 naar de kleine negentiende-eeuwse sjoel in DierenIn 2015 wijdde RTV Arnhem een uitzending aan de joodse gemeente van Arnhem: Dit is Arnhem.


(foto onder synagoge in 2020 ingang Broerenstraat)

(foto onder synagoge in 2020 aan de Pastoorstraat)


 

In 1933 vierde de stad Arnhem haar 700 jarig bestaan, de synagoge aan de Pastoorstraat bestond 80 jaar en in Duitsland was Hitler aan de macht gekomen. In Arnhem leefden, zoals overal in Nederland, de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam, maar ook als vreemden naast elkaar: de zogenoemde zuilenmaatschappij. Religie was belangrijk en in officiële papieren werd er altijd naar gevraagd. Rooms-katholieken, hervormden, sociaaldemocraten en liberalen hadden tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw hun eigen kerk, krant of club. Zolang je elkaar met rust liet en niet trouwde met iemand van het andere geloof was er weinig aan de hand. De verschillende politieke elites zorgden voor evenwicht in het land. Het antisemitisme in de jaren dertig, dat ongetwijfeld in Nederland aanwezig was, wordt vergelijkenderwijs mild genoemd. De herinneringen en ervaringen lopen op dit punt uiteen.

 

(foto onder Kippenmarkt situatie 2020, zelfde standpunt als op foto 1930 hieronder)


(foto onder Kippenmarkt richting Vismarkt 1930 met rechts in de hoek het voormalig Rabbinaatshuis en Nederlands Israëlitische Godsdienstschool. Bron: Gemeente Archief)



(foto onder detailfoto Gosdienstschool hoek Kippenmarkt rond 1900. Bron: Gemeente Archief)

Joodse kinderen gingen in Arnhem naar de openbare school en kregen daarnaast op woensdagmiddag en zondagmorgen godsdienstles aan de Kippenmarkt. In de 21ste eeuw is het normaal dat winkels elke dag van de week open zijn, maar ooit was de zondagsrust heilig. Men ging dan naar de kerk. De winkels waren gesloten, behalve die van Joden (en leden van de Pinkstergemeente). Zij sloten hun zaak juist op zaterdag om de sabbat te vieren.

(foto onder, in de tuin bij de synagoge rond 1900. Bron: Gemeente Archief)

De helft van de Joden woonde in Amsterdam (Mokum), de andere helft woonde verspreid over het land (de mediene). De meeste Joodse Arnhemmers waren op de een of andere manier ondernemer, van doodarme mensen die met hun handel langs de deur liepen tot winkeliers en fabrikanten. De grootste Arnhemse ondernemer was de oprichter van de Enka, J.C. Hartogs (1879-1932). Na 1933 zal zijn weduwe is grootste geldschieter worden voor het vluchtelingenwerk.

(foto onder synagogaal koor Arnhem 1925)


Van 1918 tot 1941 was Joël Vredenburg (1866-1943) opperrabbijn in Arnhem. Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap had een hoofdonderwijzer en drie kerkelijke ambtenaren in dienst: Machiel Pinto was behalve hoofdonderwijzer ook secretaris van het kerkbestuur en gaf Hebreeuws aan het Stedelijk gymnasium. De drie kerkelijke ambtenaren waren: Leendert Boas, voorzanger, Iman Modijefsky, koster en Hartog Pagrach, controleur (sjammes).

 

(foto onder leerlingen, docenten en bestuurders Nederlands Israëlitische Godsdienstschool Arnhem rond 1900)

 

Naast de synagoge aan de Pastoorstraat, het Rabbinaatshuis en Joodse school aan de Kippenmarkt kende de Joodse Gemeente Arnhem het rituele badhuis uit 1885 aan de Kerkstraat 24 van de architecten G.J. van Gendt en C.M.G. Nieraad. Het is in gebruik geweest tot de Tweede Wereldoorlog, daarna - boven - voor bewoning gebruikt, in 1971 verkocht en niet lang daarna afgebroken.

 

(foto onder Joods ritueel badhuis Arnhem 1964 Kerkstraat 24, tweede huis van rechts. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) 

Arnhem had in de 19e eeuw een Joods bejaardenhuis aan de Achterweg (zijstraat van de Weerdjesstraat ter hoogte huidige parkeerplaats Trans). In 1900 verhuisde de instelling naar Markt 5 onder de naam Beth Mikloth Lezikno naast het (voormalige) Paleis van Justitie. In 1927 komt er een vleugel bij aan de aangrenzende Hofstraat. Met de razzia van 10 december 1942 worden de 60 bewoners en 20 Joodse personeelsleden gedeporteerd. Voor een overzicht van de gedeporteerde bewoners zie

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/35595/tehuis-voor-israelitische-oude-lieden

In 1969 wordt het nieuwe Joodse bejaardenhuis Beth Zikna aan de Beekstraat 40 geopend. In 1985 wordt op dezelfde plaats nieuwbouw gerealiseerd onder de naam Huize Kohlmann - Beth Zikna. In 1998 sluit Beth Zikna definitief zijn deuren. 


(foto onder Markt 5 Joods bejaardenhuis 
Beth Mikloth Lezikno voor 1944)

Arnhem kende vanaf de 18e eeuw eigen Joodse begraafplaatsen. Aan de Utrechtseweg waren dat de Sandberg (1755-1827) nabij het huidige Museum Arnhem (nog enkele grafzerken aanwezig) en de Valk (1827-1858) aan de overkant tussen Bellevue en Brugstraat (particulier terrein van de familie Prins). Voor een overzicht van joodse Arnhemmers die tussen 1811 en 1827 op de Sandberg begraven zijn klik op

https://www.nljewgen.org/637-2/

(foto onder begraafplaats de Sandberg Utrechtseweg)

Van 1858-1865/66 werd de begraafplaats Onder de Linden bij de Hommelseweg gebruikt. Aan de noordzijde (het huidige Talmaplein tegenover de Willem Hovylaan) lag het Joods gedeelte.

(foto onder voormalige begraafplaats Onder de Linden, huidige Talmaplein)

Vanaf 1866 wordt er op Moscowa
 begraven. Voor een overzicht van Joodse Arnhemmers, die daar begraven liggen klik op http://www.synagogearnhem.nl/personen_begraven_op_Moscowa.htm

Het oorlogsmonument herdenkt de vermoorde Joodse inwoners van Arnhem.

(foto onder Joodse begraafplaats Moscowa achterzijde)


(foto onder oorlogsmonument Moscowa)

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats