menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

Geschiedenis

Arnhem en de Tweede Wereldoorlog zijn bijna synoniem aan de Slag om Arnhem en de Evacuatie in september 1944. Deze twee gebeurtenissen zijn dan ook zeer ingrijpend geweest voor de stad en haar inwoners.

Maar toen de gevechten in 1944 uitbraken was Arnhem in de termen van de nazi's al een jaar Judenfrei. Joodse Arnhemmers waren inmiddels ondergedoken of gevlucht, de meesten waren echter al vermoord in de kampen die speciaal voor dat doel waren ingericht: omdat zij Joods waren, ongeacht of zij orthodox, liberaal of niet-religieus waren, oud of jong.
Joden waren ooit een volk in Palestina. Na talloze oorlogen en opstanden werd Palestina onderdeel van het Romeinse Rijk. Na de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 verspreidden de Joden zich over de wereld: de diaspora. Waar zij zich ook vestigden, zij behielden hun eigen godsdienstige rituelen. Misschien dat irritatie en angst voor de 'ander' bijgedragen hebben aan de gruwelverhalen als zouden Joden schuldig zijn aan de kruisiging van Christus, rampen, de pest of andere ziektes. Hoe het ook zij, er was altijd wel een reden om hun de schuld te geven van iets.
 
De Verlichting in de achttiende eeuw bracht hierin verandering en vormde de aanloop tot gelijke burgerrechten in West-Europa. In Nederland kwam dat doopsgezinden, rooms-katholieken en Joden ten goede. De eerste Joodse advocaat in Nederland was Jonas Daniel Meijer. Hij werd in 1780 in Arnhem geboren aan de Pastoorstraat, op de plek waar in 1853 de huidige synagoge verrees. Hij studeerde in Amsterdam, promoveerde in 1796 te Leiden en publiceerde een zesdelige verhandeling over de geschiedenis van de verschillende rechtssystemen in Europa. Hij werkte aan de grondwet van 1815 en was rechter te Amsterdam. Hij zette zich in voor de gelijke behandeling van Joden in Nederland en de erbarmelijke omstandigheden waarin veel van hen leefden. Koning Lodewijk Napoleon benoemde hem in 1806 tot directeur van de Bataafse Courant, een voorloper van de Staatscourant. Jonas Daniel Meijer stierf in 1834 in Amsterdam.


(Straat- en informatiebord Jonas Daniel Meijerplaats aan de muur van de Eusebiuskerk achter het Joods Monument Arnhem)



Ondanks de wettelijke gelijkschakeling bleven Joden in de ogen van velen vreemden. Bovendien was niet elk land beïnvloed door de Verlichtingsgedachte, en de intensiteit van een wij-zij houding was in elk land, in elke regio en in elke periode verschillend. De Joodse bevolkingsgroep hoorde er min of meer bij of ging gebukt onder de meest bizarre verdachtmakingen en wrede vervolgingen.
 
Tegen het einde van de negentiende eeuw waren steeds meer Joden er trots op naast Joods ook Duits te zijn. Velen meldden zich in 1914 als oorlogsvrijwilliger toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Maar na het verlies van deze oorlog in 1918 kregen zij de schuld van de ellendige situatie waarin het land zich bevond. Zij werden vervolgd en later vermoord, als gevolg van goed gebrachte eeuwenoude en moderne verzinsels in combinatie met de vernederende nederlaag, romantisch nationalisme, instabiele regeringen, bittere armoede, afgunst en het charisma van Hitler, een man met een obsessieve Jodenhaat.
 
Politiek sloten Europese Joden zich over het algemeen aan bij partijen die gelijkwaardigheid hoog in het vaandel hadden staan. Maar Hitler had niets met gelijkheid of democratie. Hij was integendeel een overtuigd aanhanger van het leidersprincipe. Hij speelde handig in op anti-Joodse gevoelens en de gevoelens van angst voor linkse partijen. Eind januari 1933 werd hij via vrije verkiezingen tot rijkskanselier van Duitsland gekozen.

Geschiedenis

Geschiedenis

Arnhem en de Tweede Wereldoorlog zijn bijna synoniem aan de Slag om Arnhem en de Evacuatie in september 1944. Deze twee gebeurtenissen zijn dan ook zeer ingrijpend geweest voor de stad en haar inwoners.

Maar toen de gevechten in 1944 uitbraken was Arnhem in de termen van de nazi's al een jaar Judenfrei. Joodse Arnhemmers waren inmiddels ondergedoken of gevlucht, de meesten waren echter al vermoord in de kampen die speciaal voor dat doel waren ingericht: omdat zij Joods waren, ongeacht of zij orthodox, liberaal of niet-religieus waren, oud of jong.
Joden waren ooit een volk in Palestina. Na talloze oorlogen en opstanden werd Palestina onderdeel van het Romeinse Rijk. Na de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 verspreidden de Joden zich over de wereld: de diaspora. Waar zij zich ook vestigden, zij behielden hun eigen godsdienstige rituelen. Misschien dat irritatie en angst voor de 'ander' bijgedragen hebben aan de gruwelverhalen als zouden Joden schuldig zijn aan de kruisiging van Christus, rampen, de pest of andere ziektes. Hoe het ook zij, er was altijd wel een reden om hun de schuld te geven van iets.
 
De Verlichting in de achttiende eeuw bracht hierin verandering en vormde de aanloop tot gelijke burgerrechten in West-Europa. In Nederland kwam dat doopsgezinden, rooms-katholieken en Joden ten goede. De eerste Joodse advocaat in Nederland was Jonas Daniel Meijer. Hij werd in 1780 in Arnhem geboren aan de Pastoorstraat, op de plek waar in 1853 de huidige synagoge verrees. Hij studeerde in Amsterdam, promoveerde in 1796 te Leiden en publiceerde een zesdelige verhandeling over de geschiedenis van de verschillende rechtssystemen in Europa. Hij werkte aan de grondwet van 1815 en was rechter te Amsterdam. Hij zette zich in voor de gelijke behandeling van Joden in Nederland en de erbarmelijke omstandigheden waarin veel van hen leefden. Koning Lodewijk Napoleon benoemde hem in 1806 tot directeur van de Bataafse Courant, een voorloper van de Staatscourant. Jonas Daniel Meijer stierf in 1834 in Amsterdam.


(Straat- en informatiebord Jonas Daniel Meijerplaats aan de muur van de Eusebiuskerk achter het Joods Monument Arnhem)



Ondanks de wettelijke gelijkschakeling bleven Joden in de ogen van velen vreemden. Bovendien was niet elk land beïnvloed door de Verlichtingsgedachte, en de intensiteit van een wij-zij houding was in elk land, in elke regio en in elke periode verschillend. De Joodse bevolkingsgroep hoorde er min of meer bij of ging gebukt onder de meest bizarre verdachtmakingen en wrede vervolgingen.
 
Tegen het einde van de negentiende eeuw waren steeds meer Joden er trots op naast Joods ook Duits te zijn. Velen meldden zich in 1914 als oorlogsvrijwilliger toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Maar na het verlies van deze oorlog in 1918 kregen zij de schuld van de ellendige situatie waarin het land zich bevond. Zij werden vervolgd en later vermoord, als gevolg van goed gebrachte eeuwenoude en moderne verzinsels in combinatie met de vernederende nederlaag, romantisch nationalisme, instabiele regeringen, bittere armoede, afgunst en het charisma van Hitler, een man met een obsessieve Jodenhaat.
 
Politiek sloten Europese Joden zich over het algemeen aan bij partijen die gelijkwaardigheid hoog in het vaandel hadden staan. Maar Hitler had niets met gelijkheid of democratie. Hij was integendeel een overtuigd aanhanger van het leidersprincipe. Hij speelde handig in op anti-Joodse gevoelens en de gevoelens van angst voor linkse partijen. Eind januari 1933 werd hij via vrije verkiezingen tot rijkskanselier van Duitsland gekozen.

 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats